Font size
WorksheetsBegrijpend lezen Goochelaars
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Wat is vooral belangrijk voor een goocheltruc?
materiaal
afleiding
personen
geduld
Manipulatie is handig en (a) dingen doen met je handen
Hoe heet het goochelen met kaarten?
kaarttrucs
goochelkaarten
cartomagie
kaartsnel
Wat maakt een goochelshow vooral spannend?
Wat moet een goochelaar kunnen (volgens de tekst)?
vingervlug zijn
materiaal hebben
creatief zijn
kunnen presenteren
veel willen oefenen
Ik kam mijn haren. Ik .... mijn haren
kamte
kamde
Wij groeien onze haren. Wij ...... onze haren.
groeiten
groeiden
Ik gniffel in mijn hand. Ik (a) in mijn hand.
Wij schudden het van ons af. Vt: Wij (a) het van ons af.
Ik wed dat je het niet kan. Ik (a) dat je het niet kon.
Wij sporten op het veld. Vt= Wij (a) op het veld.
Wij sprinten naar de auto. Vt= Wij (a) naar de auto.
