wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling biologie paragraaf 6.1 t/m 6.3/6.4

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een zintuig?

a)

Je oor

b)

Een orgaan wat ergens zin in heeft

c)

Een orgaan wat reageert op veranderingen in de omgeving

d)

Je voet

2.

Wat is een prikkel?

a)

Een verandering in je omgeving of in je lichaam

b)

Iets wat pijn doet

c)

Een verandering in je omgeving

d)

Iets wat prikt

3.

Op welke prikkel reageren de zintuigen in je oog?

a)

Zien

b)

Licht

c)

Donker

d)

Druk

4.

Op welke prikkel reageren de zintuigen in je oor?

a)

Licht

b)

Geluid

c)

Geluidstrillingen

d)

Druk

5.

Wat ontstaat in de zintuigcellen als ze een prikkel hebben opgevangen?

a)

Een impuls

b)

Niets

c)

Een nieuwe prikkel

d)

Een geluid

6.

Uit welke 3 delen bestaat het zenuwstelsel?

a)

Hersenen, prikkels, ruggenmerg

b)

Hersenen, zenuwen, oren

c)

Hersenen, ruggenmerg, zenuwen

d)

Hersenen, zenuwen, ogen

7.

Welk zintuig reageert op lichte aanraking?

a)

Drukzintuigen

b)

Pijnpunten

c)

Tastzintuigen

d)

Warmtezintuigen

8.

Wat is een ander woord voor: bewust worden?

(a)  

9.

Welk cijfer wijst de opperhuid aan?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

10.

Uit welke 2 lagen bestaat de opperhuid?

(a)  

11.

Welk cijfer wijst de kiemlaag aan?

a)

1

b)

4

c)

5

d)

2

12.

Wat is eelt?

a)

Verdikking van de kiemlaag

b)

Verdikking van de hoornlaag

c)

Verdikking van de lederhuid

d)

Verdikking van het onderhuids bindweefsel

13.

Wat gebeurd er in de huid als je het warm hebt?

a)

De zweetkliertjes maken geen zweet, de bloedvaten zijn nauw

b)

De zweetkliertjes maken geen zweet, de bloedvaten zijn nauw

c)

De zweetkliertjes maken zweet, de bloedvaten zijn nauw

d)

De zweetkliertjes maken zweet, de bloedvaten zijn wijd

14.

Welk cijfer wijst het talgkliertje aan?

a)

11

b)

12

c)

6

d)

7

15.

Welk cijfer wijst het zweetkliertje aan?

a)

11

b)

10

c)

7

d)

6

16.

In welke huidlaag wordt een tatoeage gezet?

(a)  

17.

Welk cijfer geeft de gehoorgang aan?

a)

4

b)

2

c)

11

d)

12

18.

Welke cijfer geeft het trommelvlies aan?

a)

4

b)

5

c)

2

d)

10

19.

Wat is de naam van nummer 10?

a)

Buis van Eustachius

b)

Gehoorbeentjes

c)

Gehoorzenuw

d)

Slakkenhuis

20.

Wat is de naam van nummer 11?

a)

Buis van Eustachius

b)

Gehoorbeentjes

c)

Gehoorzenuw

d)

Slakkenhuis

21.

Welk cijfer zorgt ervoor dat de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies hetzelfde blijft?

a)

11

b)

12

c)

9

d)

6

22.

Wat is de functie van oorsmeer?

a)

Het trommelvlies soepel houden

b)

Heeft geen functie

c)

Geluidstrillingen doorgeven

d)

De oorschelp soepel houden

23.

Waar bevinden zich de gehoorzintuigcellen?

a)

In de gehoorbeentjes

b)

In de buis van Eustachius

c)

In het slakkenhuis

d)

In de gehoorzenuw

24.

Waarmee wordt het volume van geluid aangegeven?

a)

Decibel

b)

Ampère

c)

Millimeter

25.

Kim luistert elke dag 30 minuten naar muziek met een volume van 85 Decibel. Kan dit tot gehoorschade leiden?

a)

Ja

b)

Nee