WorksheetsZinsontleding oefening expert.
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Wat is het onderwerp in de volgende zin?
De ouders zwaaien de kinderen na.
(a)
Hoe vind je een lijdend voorwerp?
(a)
Wat is het gezegde in de volgende zin?
Ik heb aan mijn zus een cadeautje gegeven voor haar verjaardag.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
De rode bloemen zijn voor mijn oma.
(a)
Welke woorden zijn bijvoeglijk naamwoorden in de volgende zin?
De oudere man liep naar de jonge dame om haar een boeket rode rozen te geven voor haar 12e verjaardag.
oudere
dame
rozen
12e
Er zijn drie manieren om een persoonsvorm te vinden? Welke kloppen er?
Tijdsproef
Getalsproef
Zin lijdend maken
Kijken welk woord uitgevoerd kan worden
Het eerste werkwoord in de zin pakken
Wat is het meewerkend voorwerp in de volgende zin?
Kay geeft zijn hond een snoepje na het wandelen.
(a)
Verdeel de zin in zinsdelen.
Morgen lopen mijn buurman en ik naar de winkel.
(a)
Voeg een meewerkend voorwerp toe aan de volgende zin.
Morgen ga ik naar de winkel.
Welke vragen beantwoord een bijwoordelijke bepaling?
