Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zinsontleding oefening expert.

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?

De ouders zwaaien de kinderen na.

(a)  

2.

Hoe vind je een lijdend voorwerp?

(a)  

3.

Wat is het gezegde in de volgende zin?


Ik heb aan mijn zus een cadeautje gegeven voor haar verjaardag.

(a)  

4.

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?


De rode bloemen zijn voor mijn oma.

(a)  

5.

Welke woorden zijn bijvoeglijk naamwoorden in de volgende zin?


De oudere man liep naar de jonge dame om haar een boeket rode rozen te geven voor haar 12e verjaardag.

a)

oudere

b)

dame

c)

rozen

d)

12e

6.

Er zijn drie manieren om een persoonsvorm te vinden? Welke kloppen er?

a)

Tijdsproef

b)

Getalsproef

c)

Zin lijdend maken

d)

Kijken welk woord uitgevoerd kan worden

e)

Het eerste werkwoord in de zin pakken

7.

Wat is het meewerkend voorwerp in de volgende zin?


Kay geeft zijn hond een snoepje na het wandelen.

(a)  

8.

Verdeel de zin in zinsdelen.


Morgen lopen mijn buurman en ik naar de winkel.

(a)  

9.

Voeg een meewerkend voorwerp toe aan de volgende zin.


Morgen ga ik naar de winkel.

4 lines
10.

Welke vragen beantwoord een bijwoordelijke bepaling?

4 lines