wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvak 9 - Begrippen en personen

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Hitler liet zich Führer ('leider') noemen. Stalin wilde aangesproken worden met 'Vader'. Met welke titel werd Mussolini aangesproken?

(a)  

2.

Welke organisatie vormde de elitetroepen van de Nazi's?

a)

SA

b)

SS

c)

Hitlerjugend

3.

Welke TWEE opties zijn overeenkomsten tussen het Communisme, Fascisme en Nationaalsocialisme?

a)

Alle drie racistisch

b)

Alle drie nationalistisch

c)

Alle drie totalitaire ideologieën

d)

Alle drie anti-democratisch

4.

Welke Amerikaanse president voerde de New Deal in?

(noteer alleen zijn achternaam)

(a)  

5.

Met welk begrip kan zowel Gandhi als Soekarno in verband worden gebracht?

a)

Non-coöperatie

b)

Nationalisme

c)

Appeasement

d)

Proletariaat

6.

Van welke ideologie (..-isme) was Mussert een aanhanger?

(a)  

7.

Welk begrip wordt hier omschreven:

"Het plan van de nazi's om definitief alle Joden te vernietigen".

a)

Untermenschen

b)

Shoah

c)

Entlösung

d)

Pogrom

8.

Welk begrip wordt hier omschreven?

"Ideologie welke die streeft naar een samenleving die gericht is op het leger (of zelfs een afspiegeling is van het leger)"

(a)  

9.

Wie leidde bezet Nederland tijdens de bezettingsjaren '40-'45?

a)

Anton Mussert

b)

Arthur Seyss-Inquart

c)

Hendricus Colijn

10.

Wat was de naam van het militaire bondgenootschap tussen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk (en tot 1914 ook Italië)?

a)

Asmogendheden

b)

Driebond

c)

Centralen

d)

Geallieerden