wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tekstverbanden en signaalwoorden (onderbouw havo/vwo)

Total questions: 12

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Het regent, dus ik blijf liever thuis.

a)

voorwaardelijk verband

b)

redengevend verband

c)

oorzakelijk verband

d)

concluderend verband

2.

Doordat het regent, ben ik helemaal doorweekt.

a)

voorwaardelijk verband

b)

redengevend verband

c)

oorzakelijk verband

d)

concluderend verband

3.

Als het regent, blijf ik thuis.

a)

voorwaardelijk verband

b)

redengevend verband

c)

oorzakelijk verband

d)

concluderend verband

4.

Op dit vakantiepark kun je fietsen, midgetgolfen, tennissen, schommelen, zwemmen...en op zaterdagavond is er altijd een karaoke! Kortom, er is genoeg te doen!

a)

voorwaardelijk verband

b)

redengevend verband

c)

oorzakelijk verband

d)

concluderend verband

5.

Het signaalwoord 'echter' duidt op een...

a)

chronologisch verband

b)

opsommend verband

c)

tegenstellend verband

d)

toelichtend verband

6.

Het signaalwoord 'bovendien' duidt op een...

a)

chronologisch verband

b)

opsommend verband

c)

tegenstellend verband

d)

toelichtend verband

7.

Het signaalwoord 'bijvoorbeeld' duidt op een...

a)

chronologisch verband

b)

opsommend verband

c)

tegenstellend verband

d)

toelichtend verband

8.

Het signaalwoord 'maar' duidt op een...

a)

chronologisch verband

b)

opsommend verband

c)

tegenstellend verband

d)

toelichtend verband

9.

Het signaalwoord 'vervolgens' duidt op een...

a)

chronologisch verband

b)

opsommend verband

c)

tegenstellend verband

d)

toelichtend verband

10.

Argumenten herken je ook vaak aan signaalwoorden. Selecteer de signaalwoorden waarmee je een argument kunt beginnen.

a)

want

b)

daarnaast

c)

omdat

d)

daarentegen

11.

Als ik mijn huiswerk af heb, trakteer ik mijzelf op een ijsje.

a)

voorwaardelijk verband

b)

tegenstellend verband

c)

redengevend verband

d)

oorzakelijk verband

12.

Omdat ik graag een goed cijfer wil voor de toets, ga ik de stof extra vaak herhalen.

a)

voorwaardelijk verband

b)

tegenstellend verband

c)

redengevend verband

d)

oorzakelijk verband