Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3GRI - orakel Delphi + herhaling trim. 3

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wat bedoelt men met "een orakel"? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Een heiligdom waar priesters de wil van de goden aan de mensen verklaarden.

b)

De voorspelling die aan de mensen gegeven werd om de wil van de goden te verklaren.

c)

Het voorwerp dat priesters gebruikten om de wil van de goden te onderzoeken.

d)

Het offer dat priesters brachten voor ze de wil van de goden konden onderzoeken.

2.

Waarom stak het orakel van Delphi in prestige uit boven alle andere? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

door de prachtige ligging in een indrukwekkend landschap

b)

door het opvallend grote aantal juiste voorspellingen

c)

door de schoonheid van de orakelpriesteressen

d)

door de vele wonderen die er gebeurden

3.

Delphi was meer dan een orakelplaats. Wat gebeurde er nog allemaal in Delphi? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

muziekwedstrijden

b)

poëzievoordrachten

c)

sportwedstrijden

d)

tragediewedstrijden

e)

politieke vergaderingen

4.

Wie heerste er voor Apollo over Delphi?

a)

Gaia

b)

Latona

c)

Kronos

d)

Rhea

5.

Wie bewaakte het heiligdom in Delphi voor Apollo daar zijn orakel had?

(a)  

6.

Wanneer deed de mens zijn intrede op aarde?

a)

zodra Zeus het tot nieuwe oppergod geschopt had

b)

toen Kronos regeerde op aarde

c)

tijdens het gouden tijdperk

d)

toen Kronos zijn vader van de troon schopte

7.

Het ongelukkig gevoel ontstond doordat de mens niet alleen een lichaam had, maar ook ...

(a)  

8.

Waarom formuleerde Apollo zijn orakels vaag en duister? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

omdat hij eigenlijk niet wou dat de mens de toekomst zou kennen

b)

omdat hij dacht dat de mens zich dan nog meer zorgen zou maken over de toekomst

c)

omdat hij wou dat de mens zelf leerde nadenken

9.

Hoe heet het gebergte bij Delphi?

a)

Parnassos

b)

Phokis

c)

Kastalia

d)

Olympos

10.

Wie waren de eerste priesters van Apollo?

a)

dolfijnen die in mensen veranderd waren

b)

scheepslui die hiertoe gedwongen waren

c)

inwoners van het stadje die hoopten hier voordeel uit te halen

d)

slaven van de plaatselijke koning

11.

Hoe noemen we de orakelpriesteres in Delphi?

(a)  

12.

Wie heerste er tijdens de drie donkere wintermaanden over Delphi?

(a)  

13.

Hoe komt het dat Delphi "de navel van de wereld" genoemd werd?

a)

Zeus ging ooit in Griekenland rusten. Zijn navel bevond zich daarbij precies waar Delphi lag.

b)

Zeus liet twee arenden los aan beide uiteinden van de wereld. Ze botsten op elkaar in Delphi, het middelpunt van de aarde of de navel van de wereld.

c)

Zeus ging op zoek naar zijn geboorteplaats, de plaats waar zijn navelstreng doorgesneden was, en kwam zo uit bij Delphi.

14.

Hoe bracht de Pythia haar orakel? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

als onduidelijke kreten

b)

in begrijpelijk Grieks

c)

in versvorm

d)

in een dubbelzinnige formulering

15.

Waarom werden de orakels dubbelzinnig geformuleer? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

omdat de priesters wilden dat de voorspelling altijd uitkwam

b)

omdat Apollo vond dat de mensen zelf moesten nadenken

c)

omdat Apollo niet te veel informatie over de toekomst wou prijsgeven

d)

omdat Apollo zelf niet wist wat de toekomst zou brengen

16.

Wat betekenen de woorden "Γνῶθι σεαυτόν"?

a)

Ken jezelf!

b)

Wees jezelf!

c)

Geloof in jezelf!

d)

Vertrouw op jezelf!

17.

Wat betekenen de woorden "Μηδὲν ἄγαν"?

a)

in niets te veel

b)

over niets zeker

c)

doe niets te veel

d)

vraag niets

18.

Het orakel zei aan Themistokles: "Vertrouw op uw houten wallen en gij zult overwinnen." Wat bedoelde het orakel met die houten wallen?

a)

de omheining rond Athene

b)

de schilden van de Atheense soldaten

c)

de schepen van Athene

d)

de speren van de Atheense soldaten

19.

Waarom geraakte het orakel in verval na de Macedonische veroveringen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

De Hellenistische koningen vertrouwden eerder op hun machtiger legers.

b)

De Hellienistische koningen vertrouwden eerder op de astrologie.

c)

De Hellenistische koningen geloofden niet dat iemand de toekomst kon voorspellen.

d)

De Hellenistische koningen hoorden de raad van Apollo liever van Apollo zelf, zonder tussenkomst van het orakel.

20.

Onder welke Romeinse leider werd het heiligdom in Delphi gesloten?

a)

Nero

b)

Augustus

c)

Theodosius

d)

Sulla

21.

De imperatief praesens wijst op een

a)

concreet gebod

b)

algemeen gebod

22.

De imperatief aorist wijst op een

a)

concreet gebod

b)

algemeen gebod

23.

Waaraan herken je de conjunctief?

a)

aan de verlengde bindklinkers

b)

aan de jota

c)

aan de stam

d)

aan het augment

24.

Waaraan herken je de optatief?

a)

aan de verlengde bindklinkers

b)

aan de jota

c)

aan de stam

d)

aan het augment

25.

In welke tijden komt de conjunctief voor?

a)

praesens

b)

imperfectum

c)

aorist

d)

futurum

26.

In welke tijden komt de optatief voor?

a)

praesens

b)

imperfectum

c)

aorist

d)

futurum

27.

Waarvoor kan de conjunctief gebruikt worden in een hoofdzin? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

een verbod

b)

een gebod

c)

een aansporing

d)

een overleggende vraag

e)

een potentialis

28.

Waarvoor kan de optatief gebruikt worden in een hoofdzin? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

een verbod

b)

een gebod

c)

een aansporing

d)

een overleggende vraag

e)

een potentialis

29.

In welk soort bijzinnen kan een conjunctief zonder ἀν voorkomen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

een BWBZ met rol doel

b)

een onderwerps- of voorwerpszin na een verbum timendi

c)

een vragende onderwerps- of voorwerpszin

d)

een BWBZ met rol voorwaarde

e)

een BVBZ

30.

In welk soort bijzinnen kan een conjunctief met ἀν voorkomen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

een BWBZ met rol doel

b)

een BWBZ met rol tijd

c)

een vragende onderwerps- of voorwerpszin

d)

een BWBZ met rol voorwaarde

e)

een BVBZ

31.

Als de inhoud van een bijzin voorgesteld wordt als algemeen geldend, spreken we van een ...

a)

generalis

b)

iterativus

c)

futuralis

d)

potentialis

e)

irrealis

32.

Als de inhoud van een bijzin voorgesteld wordt als toekomstig, spreken we van een ...

a)

generalis

b)

iterativus

c)

futuralis

d)

potentialis

e)

irrealis

33.

Als de inhoud van een bijzin voorgesteld wordt als herhaald, spreken we van een ...

a)

generalis

b)

iterativus

c)

futuralis

d)

potentialis

e)

irrealis

34.

Als de inhoud van een bijzin voorgesteld wordt als een mogelijkheid, spreken we van een ...

a)

generalis

b)

iterativus

c)

futuralis

d)

potentialis

e)

irrealis

35.

Als de inhoud van een bijzin voorgesteld wordt als onwerkelijk, spreken we van een ...

a)

generalis

b)

iterativus

c)

futuralis

d)

potentialis

e)

irrealis

36.

Welke waarde heeft de optatief in een potentialis?

a)

tijdswaarde

b)

aspectwaarde

37.

Bij welke modaliteit behoort een bescheiden manier van zeggen?

a)

irrealis

b)

eventualis

c)

potentialis

d)

realis

38.

Met welk(e) achtervoegsel(s) kan men in het Grieks een comparatief vormen?

a)

-τερος

b)

-τατος

c)

-(ι)ων

d)

-ιστος

39.

Met welk(e) achtervoegsel(s) kan men in het Grieks een superlatief vormen?

a)

-τερος

b)

-τατος

c)

-(ι)ων

d)

-ιστος

40.

Wat is het grondwoord van κλη-?

a)

καλειν

b)

κλαιειν

c)

κλεπτειν

d)

κλειειν

41.

Wat is het grondwoord van ἐνεκ-?

a)

φερειν

b)

ἐννοειν

c)

ἐκβαινειν

d)

νικαν

42.

Wat is het grondwoord van φαν-?

a)

φαινειν

b)

φαναι

c)

ἐσθιειν

d)

φευγειν

43.

Wat is het grondwoord van πι-?

a)

πινειν

b)

πιπτειν

c)

πειθειν

d)

πιστευειν

44.

Wat is het grondwoord van πεσ-?

a)

πινειν

b)

πιπτειν

c)

πειθειν

d)

πιστευειν

45.

Wat is het grondwoord van τεκ-?

a)

τελειν

b)

τικτειν

c)

τιθεναι

d)

τιμαν

46.

Wat is het grondwoord van ἀφελ-?

a)

ἀποπλειν

b)

ἀφαιρειν

c)

ἀπολλυναι

d)

ἀφικνεισθαι

47.

Wat is het grondwoord van ἀρε-?

a)

ἀρεσκειν

b)

αἱρειν

c)

ἀποστερειν

d)

ἀρχειν

48.

Wat is het grondwoord van παρασχ-?

a)

παρεχειν

b)

παρασκευαζειν

c)

παρειναι

d)

παριεναι

49.

Wat is het grondwoord van τραπ-?

a)

τρεχειν

b)

τρεπεσθαι

c)

τρεφειν

d)

τιμωρειν

50.

Wat is het grondwoord van φαγ-?

a)

φαινειν

b)

φαναι

c)

ἐσθιειν

d)

φευγειν