Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

klimaatverandering (Z)

Total questions: 16

Worksheet time: 47mins

Name
Class
Date
1.

Zonder dit proces zou het te koud zijn op aarde om te leven

a)

Zonnevlekken

b)

Zonnekoolstof

c)

Natuurlijkbroeikaseffect

d)

Koolstofcyclus

2.

In de atmosfeer zijn heel wat verschillende broeikasgassen aanwezig met een verschillend opwarmingsvermogen. Maak een keuze uit bijgevoegde reeksen. Maak de rangschikking van zwak naar sterk.

a)

methaan - koolstofdioxide - lachgas

b)

methaan - lachgas - koolstofdioxide

c)

lachgas - methaan - koolstofdioxide

d)

koolstofdioxide - methaan - lachgas

3.

Ten gevolge van de klimaatopwarming treden veranderingen op in ons leefmilieu. Kies de meest correcte veranderingen.

a)

de zeespiegel stijgt - de luchtvochtigheid neemt toe – het gletsjerijs smelt – de boomgrens komt lager te liggen

b)

de zeespiegel stijgt - de luchtvochtigheid neemt toe – het gletsjerijs smelt – de boomgrens komt hoger te liggen

c)

de zeespiegel stijgt - de luchtvochtigheid neemt af – het gletsjerijs smelt – de boomgrens komt hoger te liggen

d)

de zeespiegel stijgt - de luchtvochtigheid neemt af – het gletsjerijs smelt – de boomgrens komt lager te liggen

4.

Gebruik nu de techniek van het systeemdenken om het bijgevoegde schema te lezen. Kies de meest juiste uitspraak die je kan aflezen uit het schema.

a)

Door een toenemend versterkt broeikaseffect zal de welvaart van de bevolking afnemen

b)

Door een toenemende bevolking zal het versterkte broeikaseffect toenemen

c)

Door een toename van de wereldbevolking zal de het verbruik van goederen toenemen maar ook de opwarming van de aarde

d)

Hoe groter de welvaart hoe sterker het broeikaseffect

5.

Onderzoek volgende stellingen (oefening 6 pagina 120 in Geonatura) - Welke stellingen zijn correct. Kies uit de juiste reeks.


1 Hoe meer zonne-activiteit, hoe meer de temperatuur toeneemt


2 Hoe meer fotosynthese voorkomt, hoe minder CO2 in de atmosfeer


3 De toename van de wereldbevolking sinds 1950 is recht evenredig met de toename van CO2 in de atmosfeer


4 Hoe meer CO2 in de atmosfeer hoe sterker het broeikaseffect

a)

uitspraken 2 en 3 zijn correct

b)

uitspraken 3 en 4 zijn correct

c)

uitspraken 2 en 4 zijn correct

d)

uitspraken 1 en 3 zijn correct

6.

Neem figuur 7.6 pagina 119 in Geonatura. Welke uitspraken zijn correct. Er zijn meerdere keuzes mogelijk.

a)

de gemiddelde temperatuur gemeten op aarde is tussen 1880 en 2015 14,2°C.

b)

sinds 1980 is de temperatuur op aarde gestegen met 1 °C.

c)

sinds het begin van de metingen is de temperatuur toegenomen met 1°C.

d)

alle genoemde uitspraken zijn correct.

7.

Bekijk de bijgevoegde kaart van de opwarming van de temperatuur op aarde tussen 2008 en 2017. Welke uitspraak is correct als je de kaart bekijkt.

a)

de opwarming tussen 2008 en 2017 vindt vooral plaats op het noordelijk halfrond boven het zee.

b)

de opwarming tussen 2008 en 2017 vindt vooral plaats op het noordelijk halfrond boven het land.

c)

de opwarming tussen 2008 en 2017 vindt vooral plaats op het zuidelijk halfrond boven het land.

d)

de opwarming tussen 2008 en 2017 vindt vooral plaats op het zuidelijk halfrond boven het zee.

8.

Neem het schema van de impact van de opwarming op het zeewater op het ecosysteem aarde in je actua opdracht. Werk volgens het systeemdenken. Noteer welke uitspraak correct is.

a)

Door de toename van de temperatuur van het oceaanwater neemt het fytoplankton toe, neemt de oplossing van zuurstofgas in de oceaan af, neemt de verzuring toe.

b)

Door de toename van de temperatuur van het oceaanwater...neemt fytoplankton toe, neemt de verspreiding van het zuurstofgas in de oceaan toe en wordt er meer zuur in de oceaan gevormd

c)

Door de toename van de temperatuur van het oceaanwater...neemt fytoplankton af, neemt de verspreiding van het zuurstofgas in de oceaan af, wordt er meer zuur in de oceaan gevormd

9.

Op de klimaattop van Parijs in 2016 werden verschillende scenario's voorgesteld over de toename van de gemiddelde temperatuur in het jaar 2100. Lees de bijgevoegde grafiek. Welke uitspraak is fout.

a)

Op basis van de huidige klimaatplannen zal de gemiddelde temperatuur in 2100 4,2°C hoger zijn

b)

Als men het 2°C- scenario hanteert zal men vanaf 2080 bijna geen CO2 meer mogen produceren

c)

Als de CO2-uitstoot bijna verdrievoudigd zal zijn tegen 2100 zal de toename van de temperatuur op aarde 4,2°C bedragen

d)

In het meest gunstige scenario wordt de CO2-uitstoot zeer sterk teruggedrongen tegen 2050.

10.

Om ons aan te passen aan de gevolgen van de klimaatopwarming kan men allerlei initiatieven ondernemen. Welke zijn voorbeelden van adaptatie. Er zijn meerdere mogelijkheden.

a)

windmolenparken bouwen

b)

daken wit schilderen

c)

afdekken van gletsjers in de Alpen in de zomermaanden

d)

promoten van een veggie-dag in de week

e)

een airco in de school plaatsen.

11.

Algen en koralen leven in symbiose in de koraalriffen. De algen kunnen overleven omdat ze van de koralen

a)

een schuilplaats krijgen

b)

zuurstof krijgen

c)

voedingstoffen krijgen

d)

koolstofdioxide krijgen

e)

een kleur krijgen

12.

Neem het schema van de impact van de opwarming op het zeewater op het ecosysteem aarde in je actuataak. Duid aan welke relatie versterkend is.

a)

de relatie tussen verzuring en biodiversiteit

b)

de relatie tussen de fotosynthese en de concentratie CO2 in de atmosfeer

c)

de verspreiding van zuurstofgas in de oceaan en de biodiversiteit

d)

de temperatuur van het oppervlaktewater van de oceaan en de aanwezigheid van fytoplankton in de oceaan

13.

Waarom noemt men de verzuring ook wel eens het andere CO2-probleem? Maak je keuze.

a)

De oceaan neemt van nature uit heel wat CO2 op uit de atmosfeer, een verstoring hiervan kan de de temperatuur nog sneller doen stijgen.

b)

De oceaan geeft van nature uit heel wat CO2 af in de atmosfeer, een verstoring hiervan kan de de temperatuur nog sneller doen stijgen.

c)

De oceaan neemt van nature uit heel wat CO2 op uit de atmosfeer, een verstoring hiervan kan de de temperatuur laten afnemen.

d)

De oceaan geeft van nature uit heel wat CO2 af in de atmosfeer, een verstoring hiervan kan de de temperatuur laten afnemen.

14.

Bekijk de bijgevoegde bron. Geef drie voorbeelden van hoe we op een duurzame manier de uitstoot voor de landbouw kunnen doen afnemen.

4 lines
15.

Neem je voorbereiding oefening 8 pagina 122. Pas systeemdenken toe. Wat zal je plaatsen tussen de relatie van het albedo en de temperatuur van de atmosfeer, een + of een -. Leg je keuze uit in volzinnen. Je krijgt 5 minuten om deze opdracht te maken.

4 lines
16.

Neem je voorbereiding op pagina 123 van het schema dat je moest voorbereiden. Door de opwarming van de temperatuur op aarde smelt permafrost. Is dit een positieve o een negatieve terugkoppeling. Leg ook je keuze uit. Je krijgt 15 minuten om deze vraag op te lossen. Noteer volzinnen.

4 lines