wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Ecologie en milieu

Total questions: 21

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welke voedselketen is juist

a)

gras - koe - mens

b)

mens - koe - gras

c)

mens --> koe --> gras

d)

gras --> koe --> mens

2.

Tot welke categorie behoren de afvaleters?

a)

reducenten

b)

producenten

c)

consumenten

d)

predatoren

3.

Wat is een belangrijke stikstofbron voor planten

a)

stikstofgas

b)

nitronium

c)

nitriet

d)

nitraat

4.

Waarom heeft een pionier ecosysteem weinig voedingsstoffen in de bodem?

a)

weinig humus, doordat er nog niet veel is doodgegaan

b)

nog maar weinig planten

c)

het zijn alleen maar rotsen

d)

er is te weinig water

5.

Geef het juiste begrip:


Een groene plant, maakt zijn eigen voedsel aan.

a)

producent

b)

consument

6.

Herbivoors zijn consumenten van ....

a)

de 1ste orde

b)

de 2de of 3de orde

c)

elke orde

d)

geen orde

7.

Welk effect heeft het weghalen van alle planteneters uit een biotoop op de vleeseters én de plantengroei in de biotoop?

a)

Het aantal vleeseters daalt en de plantengroei neemt af

b)

Het aantal vleeseters stijgt en de plantengroei neemt toe.

c)

Het aantal vleeseters daalt en de plantengroei neemt toe.

d)

Het aantal vleeseters stijgt en de plantengroei neemt af.

8.

Welk organisme is de producent in deze voedselpiramide?

a)

bladluis

b)

lieveheersbeestje

c)

mus

d)

havik

e)

geen organisme

9.

Welke van de onderstaande uitspraken is juist?

a)

De dampkring houdt alleen warmte vast, maar kaatst geen zonlicht terug de ruimte in.

b)

De dampkring kaatst alleen zonlicht terug de ruimte in, maar houdt geen warmte vast.

c)

De dampkring kaatst zonlicht terug de ruimte in en houdt warmte vast.

d)

De dampkring houdt geen warmt vast en kaatst ook geen zonlicht terug de ruimte in.

10.

Welke van de onderstaande dingen draagt bij aan het broeikaseffect?

a)

koolstofdioxide

b)

wolken

c)

zuurstof

d)

planten

e)

dieren

11.

Welke uitspraak over het broeikaseffect is juist?

a)

Het broeikaseffect is ontstaan door menselijk handelen.

b)

Het broeikaseffect zorgt voor klimaatverandering.

c)

Zonder het broeikaseffect, zouden wij niet kunnen leven.

12.

Welk broeikasgas in tussen 1850 en 2020 enorm toegenomen?

(a)  

13.

Welk woord ontbreekt in deze zin?


Door het verbranden van ... brandstoffen nemen de broeikasgassen in onze atmosfeer toe.

(a)  

14.

Beginstadium van successie

a)

Pioniersecosysteem

b)

Climaxecosysteem

15.

Grote biodiversiteit (veel verschillende soorten organismen)

a)

Pioniersecosysteem

b)

Climaxecosysteem

16.

Biomassa blijft gelijk

a)

Pioniersecosysteem

b)

Climaxecosysteem

17.

Welk van de pijlen 3 t/m 7 in de kringloop van afbeelding 12 is in de verkeerde richting getekend?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

e)

7

18.

Eiwitten bevatten stikstof. Stikstof komt in de bodem voor in nitraten. Planten nemen deze minerale zouten op en gebruiken ze om eiwitten op te bouwen uit glucose. Dieren kunnen zelf geen eiwitten maken uit glucose en nemen ze op met hun voedsel. Bij de afbraak van eiwitten in dode resten ontstaan weer nitraten.

In de wortels van verschillende plantensoorten leven bacteriën in wortelknolletjes. Deze bacteriën gebruiken stikstof uit de lucht om nitraten op te bouwen.


De informatie hierboven beschrijft een stikstofkringloop. Het schema (zie afbeelding) geeft deze kringloop weer.


Op de plaatsen van de cijfers ontbreken de namen van vier groepen organismen.

Schrijf de cijfers 1, 2, 3 en 4 uit de kringloop op de juiste plaats in de tabel.

a)

dieren = 3 / planten = 2 / rottingsbacteriën = 4 / wortelknolbacteriën = 1

b)

dieren = 2 / planten = 3 / rottingsbacteriën = 4 / wortelknolbacteriën = 1

c)

dieren = 3 / planten = 2 / rottingsbacteriën = 1 / wortelknolbacteriën = 4

d)

dieren = 2 / planten = 3 / rottingsbacteriën = 1 / wortelknolbacteriën = 4

e)

dieren = 1 / planten = 2 / rottingsbacteriën = 3 / wortelknolbacteriën = 4

19.

Wat is het resultaat van het gat in de ozonlaag?

a)

Vermindering van kwaliteit van

lucht, water en bodem.

b)

Uitstoot van CO2 en

ammoniak uit mest.

c)

Teveel ultraviolette straling die

de aarde bereikt.

d)

Dit is een oorzaak van de zeespiegel stijging

20.

Welke organismen leven juist in een zuurstofarm milieu?

a)

Nitrietbacterien

b)

Nitraatbacterien

c)

Denitrificerende bacterien

d)

Knolletjesbacterien

21.

Stikstof wordt door een plant vooral gebruikt om daarmee een bepaald type organische stoffen op te bouwen (assimilatie)

Hoe noemen we deze stof?

(a)