wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hfd 26 BE in balans VWO afschrijvingsopgave

Total questions: 14

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

De boekwaarde op een bepaald moment + de totale afschrijving tot dat moment = de aanschafprijs

a)

juist

b)

onjuist

2.

Op welke manier wordt de afschrijving per jaar berekend?

a)

(A+R) / technische levensduur

b)

(A+R) / economische levensduur

c)

(A-R) / economische levensduur

d)

(A + R) / technische levensduur

3.

Een ondernemer dient af te schrijven over:

a)

De aankoopprijs minus de installatiekosten minus de restwaarde plus de sloopkosten

b)

De aankoopprijs minus de installatiekosten plus de restwaarde minus de sloopkosten

c)

De aankoopprijs plus de installatiekosten minus de restwaarde plus de sloopkosten

d)

De aankoopprijs plus de installatiekosten minus de restwaarde minus de sloopkosten.

4.

Henk de Groot heeft voor zijn bedrijf een auto gekocht voor € 6.000,- de restwaarde bedraagt € 1.000,-. De technische levensduur bedraagt 5 jaar en de economische 4 jaar. De ondernemer schrijft af met een vast % van de aanschaffingsprijs. Wat is juist?

a)

De jaarlijkse afschrijving bedraagt € 1.250,-, het afschrijvingspercentage is 20,83%.

b)

De jaarlijkse afschrijving bedraagt € 1.000,-, het afschrijvingspercentage is 16,67%.

c)

De jaarlijkse afschrijving bedraagt € 1.000,-, het afschrijvingspercentage is 20,83%.

d)

De jaarlijkse afschrijving bedraagt € 1.250,-, het afschrijvingspercentage is 25%.

5.

Aanschafprijs van een taxi € 80.000,- De taxi wordt elk jaar 3% duurder.

Geschatte restwaarde na 5 jaar € 20.000

Geschatte aantal te rijden km in 5 jaar : 250.000

Gevraagd: Bereken welk bedrag moet worden opgenomen in het km tarief voor de afschrijvingskosten?

a)

€ 0,24

b)

€ 0,29

c)

€ 0,32

6.

Gegeven de bovenstaande balans: Wat is juist?

a)

De boekwaarde van de auto is € 5.000,- en het vreemd vermogen bedraagt € 2.000,-.

b)

Er is € 1.000,- op de auto afgeschreven en het vreemd vermogen bedraagt € 3.000,-.

c)

De boekwaarde van de auto is € 4.000,- en het vreemd vermogen bedraagt € 5.000,-.

d)

Er is € 1.000,- op de auto afgeschreven en het vreemd vermogen bedraagt € 2.000,-.

7.

Gegeven bovenstaande balans per 1-1-2019

De auto is in een bepaald jaar op 1 januari aangeschaft, de restwaarde van de auto bedraagt € 1.000,-, er wordt afgeschreven met een vast % van de aanschaffingsprijs en de interestkosten van de auto bedragen 10% per jaar over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen gedurende de gehele levensduur. Wat is juist?

a)

De technische levensduur bedraagt 8 jaar en de jaarlijkse interestkosten zijn € 300,-.

b)

De economische levensduur bedraagt 10 jaar en de jaarlijkse interestkosten zijn € 300,-.

c)

De economische levensduur bedraagt 8 jaar en de jaarlijkse interestkosten zijn € 200,-.

d)

De economische levensduur bedraagt 8 jaar en de jaarlijkse interestkosten zijn € 300,-.

8.

Ondernemer Groothuis heeft een machine aangeschaft voor € 170.000. De installatiekosten € 10.000; beide bedragen exclusief 21% btw. De machine wordt afgeschreven in 8 jaar, restwaarde € 12.000 . De verwachte sloopkosten bedragen € 4.000. Groothuis schrijft elk jaar af met gelijke bedragen.

Bereken de afschrijvingskosten per maand.

a)

€ 2.132,08

b)

€ 1.791,67

c)

€ 1.750

d)

€ 1.645,83

9.

Gegeven: Restwaarde € 5.900, tech. levensduur 8 jr, ec. levensduur 6 jr. Afschrijving 12,5 % van de aanschafprijs per jaar.

Gevraagd: Bereken de aanschafprijs

a)

€ 23.600

b)

€ € 35.400

c)

€ 47.200

10.

Op 1 april 2016 is aangeschaft een kopieermachine voor € 22.000,- Het installeren kost € 800,-. De levensduur wordt geschat op 5 jaar, verwachte restwaarde €v 1.800,- Het bedrijf rekent 5% interestkosten over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Er worden jaarlijks 400.000 kopietjes gemaakt. Over delen van het jaar wordt naar evenredigheid afgeschreven.

Gevraagd:

Bereken de boekwaarde op 1-1-2017

a)

€ 18.600

b)

€ 17.800

c)

€ 17.850

d)

€ 19.650

11.

Op 1 april 2016 is aangeschaft een kopieermachine voor € 22.000,- Het installeren kost € 800,-. De levensduur wordt geschat op 5 jaar, verwachte restwaarde €v 1.800,- Het bedrijf rekent 5% interestkosten over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Er worden jaarlijks 400.000 kopietjes gemaakt. Over delen van het jaar wordt naar evenredigheid afgeschreven.

Gevraagd:

Bereken de jaarlijkse kosten over gemiddeld geïnvesteerd vermogen.

a)

€ 615

b)

€ 525

c)

€ 1.230

d)

€ 1.050

12.

Op 1 april 2016 is aangeschaft een kopieermachine voor € 22.000,- Het installeren kost € 800,-. De levensduur wordt geschat op 5 jaar, verwachte restwaarde €v 1.800,- Het bedrijf rekent 5% interestkosten over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Er worden jaarlijks 400.000 kopietjes gemaakt. Over delen van het jaar wordt naar evenredigheid afgeschreven.

Gevraagd:

Geef de berekening van de minimale kostprijs van één kopietje.

a)

€ 0,05

b)

€ 0,012

c)

€ 0,020

13.

Een stratenmakers bedrijf hanteert een brutoloon van € 30/uur voor de 4 stratenmakers. Dit is exclusief 25 % sociale lasten van de werkgever. Er worden 2 bestratingsmachines gebruikt. Deze hebben elk € 4.800 afschrijvingskosten per jaar. De Overheadkosten bedragen € 64.000. Er wordt een winstopslag van € 3 /uur berekend,.

Een jaar bestaat uit 52 weken waarvan er 8 niet productief zijn. Een werkweek bestaat uit 5 dagen van 6 uur.

Gevraagd: Bereken het arbeidsuur tarief van een stratenmaker

a)

€ 30,-

b)

€ 33

c)

€ 37,50

14.

Een stratenmakers bedrijf hanteert een brutoloon van € 30/uur voor de 4 stratenmakers. Dit is exclusief 25 % sociale lasten van de werkgever. Er worden 2 bestratingsmachines gebruikt. Deze hebben elk € 4.800 afschrijvingskosten per jaar. De Overheadkosten bedragen € 64.000. Er wordt een winstopslag van € 3 /uur berekend,.

Een jaar bestaat uit 52 weken waarvan er 8 in productief zijn. Een werkweek bestaat uit 5 dagen van 6 uur.

Gevraagd:

Wat is het het factuurtarief voor 1 uur stratenmaker.

a)

€ 40,50

b)

€ 53,53

c)

€ 54,44