wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TOETS INSTROOM

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke alfabetische volgorde is juist?

a)

aap - blad - les - muis - tas

b)

aap - blad - muis - les - tas

c)

aap - blad - les - tas - muis

2.

Welke alfabetische volgorde is juist?

a)

fruit - karton - slang - roos - water

b)

fruit - karton - roos - slang - water

c)

fruit - karton - slang - water - roos

3.

Welk woord staat niet in de juiste volgorde.

broek - café - daar - eend - appel

(a)  

4.

Welk woord staat niet in de juiste volgorde.

agent - fier - lepel - hond - vis

(a)  

5.

Wat is de hoofdstad van België

a)

Brussel

b)

Antwerpen

c)

Brugge

6.

Wat is de hoofdstad van India

a)

Rome

b)

Kaboel

c)

New Dehli

7.

Schrijf deze zin met hoofdletters en leestekens:


mandy heeft een hond

(a)  

8.

Schrijf deze zin met hoofdletters en leestekens:


sven komt uit denemarken

(a)  

9.

Wat is het onderwerp van de zin?

Ahmad komt uit Afganistan.

a)

Ahmad

b)

Afganistan

c)

komt

d)

uit

10.

Wat is het onderwerp van de zin?

Woon jij in de stationstraat?

a)

Woon

b)

jij

c)

in

d)

stationstraat

11.

Schrijf de zin correct:

Casper - in Amsterdam - woont - .

(a)  

12.

Schrijf de zin correct:

naar zee - gaat - Anna - .

(a)  

13.

Wat is de persoonsvorm van het werkwoord in deze zin?

Vandaag gaat Peter naar de bakker.

a)

gaat

b)

Peter

c)

bakker

14.

Wat is de persoonsvorm van het werkwoord in deze zin?

Mark zingt een vrolijk liedje.

a)

zingt

b)

liedje

c)

Mark

15.

kies het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

jij

b)

ik

c)

jullie

16.

kies het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

jij

b)

zij

c)

het

17.

Wie?

Zij hebben dorst.

a)

een meisje

b)

meer mensen

18.

Wie?

Zij loopt naar huis.

a)

een meisje

b)

meer mensen

19.

Vul in:

Dit is een meisje. ...... heet Aisha.

a)

Hij

b)

Zij

20.

Vul in:

Dit is een vrouw. ...... heet Anna.

a)

Hij

b)

Zij

21.

Juliette ... 13 jaar oud !

a)

heb

b)

ben

c)

Ik weet het niet !

d)

is

22.

Hij ... een rode boekentas.

a)

heeft

b)

heb

c)

hebt

d)

hebben

23.

De beste vriend van Ahmed ... Frank

a)

is

b)

heeft

c)

heb

d)

zijn

24.

Wie ... je klassenlerares?

a)

heeft

b)

is

c)

zijn

d)

hebben

25.

Van OKAN F heeft Colletta het langste haar.

Wat is het werkwoord ?

a)

Van OKAN F

b)

heeft

c)

Colletta

d)

het langste haar

26.

Jafer is goed in gamen.

Wat is het werkwoord ?

a)

Jafer

b)

is

c)

goed

d)

in gamen

27.

In de turnzaal klimt Ruben hoog in de touwen.

Wat is het werkwoord ?

a)

In de turnzaal

b)

klimt

c)

Ruben

d)

hoog

e)

in de touwen

28.

Welk klasvoorwerp is dit?

(a)  

29.

Welk klasvoorwerp is dit?

(a)  

30.

Welk klasvoorwerp is dit?

(a)  

31.

Welk klasvoorwerp is dit?

(a)  

32.

Wat is juist?

………………… jij Turks?

a)

Spreekt

b)

Spreken

c)

Spreek

33.

Wat is juist?

Jan ………………… in Brussel.

a)

werkt

b)

werken

c)

werk

34.

Wat is juist?

………………… jij uit Hongkong?

a)

komt

b)

kom

c)

komen

35.

Schrijf dit getal volluit

(a)  

36.

Schrijf dit getal volluit

(a)  

37.

Welke hobby is dit?

(a)  

38.

Welke hobby is dit?

(a)  

39.

Vul het juiste werkwoord in:


Tom ………………… een boek.

a)

denkt

b)

springt

c)

leest

40.

Vul het juiste werkwoord in:


Ik ………………… op de laatste vraag.

a)

antwoord

b)

luister

c)

lees