wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AK BB spel ONDERBOUW

Total questions: 79

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is fysische geografie

a)

een landschap niet door de mens aangepast

b)

een landschap door de mens aangepast

c)

een landschap door de natuur aangepast

2.

Wat is het verschil tussen beschrijven en verklaren

a)

iets verklaren is iets uitleggen iets beschrijven is iets vertellen

b)

iets verklaren is iets beschrijven en iets beschrijven is iets verklaren

3.

Wat is de relatieve ligging

a)

ligging in tijd/geld

b)

hemelsbrede ligging

4.

Wat is wel een bevolkingskenmerk

a)

politieke kenmerken

b)

geloof kenmerken

c)

gebiedskenmerken

5.

Wat is het kleinste schaalniveau

a)

lokale schaal

b)

regionale schaal

c)

mondiale schaal

6.

Hoeveel dimensies zijn er in de aardrijkskunde

a)

5

b)

4

c)

6

7.

Wat zijn interne relaties

a)

relaties tussen een bepaald gebied

b)

elaties buiten een bepaald gebied

8.

Kloppen de kaarten in de atlas exact

a)

nee

b)

ja

9.

Wat is de absolute afstand

a)

de afstand hemelsbreed

b)

de afstand in tijd moeite of geld

10.

Waarin staat de verklaring van alle symbolen

a)

legenda

b)

informatie desk

c)

schaal

11.

Wat zijn landkaarten met een schaal 1 : 50.000

a)

topografische kaarten

b)

overzichtskaarten

c)

staatskundige kaarten

12.

hoe geef je de hoogte aan in een overzichtskaart

a)

hoogtelijnen

b)

kleuren

c)

symbolen

13.

wat is een thematische kaart

a)

choropletenkaarten

b)

strippenkaarten

c)

geen van bovenstaande

14.

wat is kaartanalyse

a)

het ordenen van de gegevens van een kaart

b)

een soort van legenda

c)

hoe je een kaart begrijpt

15.

wat is belangrijker een hoofd of een deel vraag

a)

hoofd

b)

deel

c)

hoofd schouders knie en teen knie en teen

16.

wat is geen diagram

a)

lichtdiagram

b)

lijndiagram

c)

stroomdiagram

17.

heeft elke zeestroom een naam

a)

ja

b)

nee

18.

wat is geen factor van de temperatuur

a)

de evenaar

b)

de hoogte

c)

de ligging ten opzichte van een berg

19.

hoe dichter bij de zon hoe .... het is

a)

warmer

b)

kouder

c)

gemiddeld

20.

wat zijn isothermen

a)

lijnen die gelijke temperaturen met elkaar verbinden

b)

de isolatie van de aarde, geen van deze

21.

hoeveel hoogtegordels zijn er

a)

4

b)

6

c)

geen van bovenstaande

22.

met 100 m omhoog ..... kouder

a)

0,6

b)

0,8

c)

1,0

23.

meer land of meer water

a)

meer water

b)

meer land

24.

langs zee zal het veel.....zijn

a)

warmer

b)

gemiddelder

c)

kouder

25.

heeft elke zeestroom een naam

a)

ja

b)

nee

26.

wolken bestaan uit water

a)

waar

b)

niet waar

27.

regen die omhoog gaat door de hitte rond de evenaar heet

a)

stijgingsregen

b)

stuwingsregen

c)

frontale regen

28.

de windkant van een gebergte is de

a)

loefzijde

b)

lijzijde

29.

waardoor stijgt stijgingsregen

a)

de warmte

b)

door het gebergte

c)

door botsen warme en koude lucht

30.

waardoor zal het droog blijven

a)

warme dalende lucht

b)

koude vochtige lucht

c)

botsing van deze 2

31.

de schaal van beaufort loopt tot de

a)

12

b)

5

c)

44

d)

100

32.

een orkaan ontstaat?

a)

boven water

b)

boven land

33.

in het oog van een orkaan

a)

is het windstil

b)

is er hele harde wind

c)

zijn er heel veel wolken

34.

wat staat in een klimaat diagram over de temperatuur

a)

de gemiddelde temperatuur elke maand,

b)

de gemiddelde temperatuur elke week

c)

de gemiddelde temperatuur elk jaar

35.

wat is een tropisch klimaat in het systeem van Köppen

a)

A

b)

B

c)

C

36.

waar ligt de loofboom grens

a)

-3 graden celcius

b)

0 graden celcius,

c)

3 graden celcius

37.

Wat is de juiste volgorde van de verschillende lagen binnen de aarde van binnen naar buiten?

a)

binnenkern-mantel-buitenkern-aardkost

b)

binnenkern-buitenkern-mantel-aardkost

38.

Waardoor worden de tektonische platen uit elkaar gedreven?

a)

Endogene krachten

b)

exogene krachten

39.

Hoe noem je een diepe kloof in de oceaan?

a)

mid-oceanische rug

b)

trog

40.

Tijdens welk proces ontstaat er een vulkaan?

a)

Divergentie

b)

subductie

c)

door een grote aardbeving

41.

Bij welke van deze vulkaansoorten is ontstaan doordat het dak van de magma kamer is ingestort

a)

Schildvulkaan

b)

caldeiravulkaan

c)

stratovulkaan

42.

Wat komt er uit de krater van een geiser?

a)

lava

b)

heet water

43.

In welke volgorde ontstaat een mantelpluim?

a)

vloeibaar gesteen stijgt-scheurt door aardmantel-door aardoppervlak

b)

vloeibaar gesteen stijgt-scheurt door aardmantel-door aardoppervlak-scheurt door aardmantel-

44.

Waar vind een aardbeving plaats?

a)

hypocentrum

b)

epicentrum

45.

Wat doet de schaal van richter?

a)

meet aardbevingen

b)

de temperatuur

c)

hoe hoog het water staat

46.

Waar ontstaat een tsunami?

a)

midden op zee

b)

boven op een berg

c)

in een grote stad

47.

Noem de 4 relief vormen van hoog naar laag?

a)

hooggebergte-middelgebergte-heuvelland-laagland

b)

hooggebergte-heuvelland-middelgebergte-laagland

c)

heuvelland-middelgebergte-laagland-hooggebergte

48.

Benoem de volgende landschaps zones van nat naar droog?

a)

tropisch regenwoud, savanne, steppe woestijn

b)

savanne,tropisch regenwoud, steppe woestijn

c)

steppe woestijn, savanne,tropisch regenwoud,

49.

Wat is een heterogeen bos?

a)

vochtige omgeving waar veel verschillende planten en bomen door elkaar groeien

b)

een bos met alleen naaldbomen

c)

een gewoon bos

50.

Hoe ziet de savanne eruit?

a)

een paar bomen en planten en vaak gras

b)

altijd droog

c)

veel bomen en erg vochtig

51.

Hoe noem je een plek met water in de woestijn?

a)

oase

b)

steppe

c)

tropisch regenwoud

52.

Hoe beschrijf je een loofbos het best?

a)

gematigde zone redelijke temeraturen in zomer maar koud in de winter

b)

alleen maar ijs en altijd koud

c)

altijd lekker warm en weinig regen

53.

Wat is de naaldboomgordel?

a)

een gebied waar alleen naaldbomen groeien

b)

de grens tussen naaldbomen en toendra

c)

het tropisch regenwoud

54.

Wat is permafrost?

a)

permanente sneeuw

b)

het is onmogelijk dat er sneeuw valt

55.

Hoe warm is het als je alleen mar sneeuw en ijs ziet?

a)

altijd lager dan 0 graden

b)

minstens 0 graden

c)

iniedergaval 10 graden

56.

wat is een ander woord voor plantengroei?

a)

vegetatie

b)

kokarde

57.

Waar voor zijn de bevolkingsaantallen heel belangrijk?

a)

inrichting

b)

stadsgrote

58.

Wat wil het geboortecijfer van 15%?

a)

er zijn per 1000 inwoners 15 baby's

b)

15 mensen hebben een baby gekregen

c)

15% van de geboortes zijn goed gegaan

59.

Wat is het verschil in absolute en relatieve bevolkingscijfers

a)

absoluut met cijfers en relatieve met percentages

b)

absoluut is maximum en relatieve is minimum

60.

Hoe noem je een grens door middel van gebergte, kust, rivier, ect.?

a)

Natuurlijke grens

b)

kunstmatige grens

c)

organische grens

61.

Hoe noem je een groep mensen die al eeuwenlang samenwonen?

a)

volk

b)

staat

c)

natie

62.

Als een stad helemaal aan andere plaatse van groeit dan wordt dat een

a)

agglomeratie

b)

stadsgewest

c)

stedelijk gebied

63.

Urbanisatie is van

a)

plateland naar stad

b)

stad naar platteland

64.

Suburbanisatie is van

a)

stad naar platteland

b)

platteland naar stad

65.

Waar was de Urban sprawl?

a)

Amerika

b)

afrika

c)

europa

66.

Waarom kun je een model van een stad maken

a)

omdat de steden heel veel op elkaar lijken

b)

omdat steden zich daar dan op kunnen baseren

67.

Waardoor wordt het ruimtegebruik bepaald in de stad?

a)

Prijs van de grond

b)

de inwoners

68.

Uit welke beroepen bestaat de primaire sector?

a)

Landbouw, visserij en de winning van delfstoffen

b)

bouwbedrijven, elektriciteitbedrijven, politie, leraar

69.

Wat is een ingericht landschap?

a)

Een landschap dat door activiteiten van mensen wordt verandert

b)

een landschap met een groot gebied

c)

een landschap waar veel dieren leven

70.

Wat is een gewas?

a)

Een groep planten van dezelfde soort

b)

een groep planten van verschillende soort

c)

een groep planten

71.

Onder welke sector zit ambacht en industrie?

a)

Primaire sector

b)

secundaire sector

c)

tertiaire sector

72.

Wat betekent toerisme?

a)

Reizen naar een plaats buiten je normale omgeving

b)

een dag lekker thuis chillen

73.

Reizen naar een plaats buiten je normale omgeving

a)

juli-augustus

b)

juni-juli

c)

augustus-september

74.

Hoe noem je de bedrijven die zich bezighouden met toerisme?

a)

De toeristenindustrie

b)

de vakantiewerk

75.

Wat is mondiale globalisering?

a)

Dat mensen over de hele wereld hetzelfde doen

b)

dat mensen in een continent het zelfde doen

76.

Wat is een metropool?

a)

Een hele grote stad

b)

een groot metrostation

77.

Wat zijn de BRIC-landen?

a)

De meest opkomende landen

b)

de meest slechte landen

78.

Wat zijn de basisbehoeftes?

a)

Voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg

b)

voedsel kleding gezondheidszorg

c)

Voedsel, huisvesting, onderwijs

d)

huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg

79.

Wat is EU

a)

Europa

b)

Europese unie

c)

Euro