wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NASK 3M H6 Test jezelf

Total questions: 49

Worksheet time: 51mins

Name
Class
Date
1.

Kilian wil de waarde van een weerstandje bepalen. Hij begint met het tekenen van de schakeling die hij daarvoor nodig heeft (figuur 39). Welk schakelonderdeel moet Kilian tekenen bij 1?

(a)  

2.

Welk schakelonderdeel moet Kilian tekenen bij 2?

(a)  

3.

Op een lampje staat: 3,5 V / 0,2 A. a Hoe groot is de weerstand van dit lampje? 

a)

0,057 \Omega 

b)

0,7 \Omega 

c)

1,75 \Omega 

d)

2,7 \Omega 

e)

17,5 \Omega 

4.

Een lampje van 6 V is in serie geschakeld met een stroommeter. De weerstandswaarde van het lampje is 25 Ω. Hoe groot mag de stroomsterkte door dit lampje maximaal zijn?

a)

0,24 A

b)

2,4 A

c)

4,1 A

d)

15 A

e)

150 A

5.

Een lampje met een weerstandswaarde van 30 Ω is in serie geschakeld met een stroommeter. De meter geeft een stroomsterkte aan van 0,16 A. Op welke spanning is dit lampje aangesloten?

a)

0,005 V

b)

0,48 V

c)

4,8 V

d)

5 V

6.

Mark wil een lampje van 3,5 V aansluiten op een batterij van 9 V. Hij neemt daarom een extra weerstandje op in de schakeling, zoals in figuur 40 is getekend. Melle denkt dat dit geen goede schakeling is. Hij zegt dat Mark het lampje en de weerstand moet omwisselen. Annet denkt ook dat dit geen goede schakeling is. Zij beweert dat Mark de weerstand parallel moet aansluiten. 

a)

Melle en Annet hebben allebei gelijk

b)

Melle en Annet hebben allebei ongelijk

c)

Melle heeft gelijk, Annet heeft ongelijk

d)

Melle heeft ongelijk, Annet heeft gelijk. 

7.

Yannic wil een draadweerstand maken van 75 Ω. Hij heeft thuis nog een rolletje constantaandraad met een waarde van 2,5 Ω/m. a Reken uit hoeveel meter van dit draad Yannic moet afmeten.

(a)  

8.

Yannic vindt die lengte te groot en koopt daarom een nieuw rolletje weerstandsdraad, met een waarde van 28,0 Ω/m. Reken uit hoeveel meter van dit draad hij nodig heeft (rond af op twee decimalen).

(a)  

9.

Een automatische schakeling bestaat uit verschillende delen. Elk deel heeft zijn eigen functie.


Vul in:

De sensor produceert een elektrisch signaal dat .... (a) ........

De ...(b)..... verwerkt het signaal van de sensor

De ...(c)..... reageert op het signaal van de ....(d)...... en doet iets wat nuttig of prettig is voor de eigenaar van de schakeling.

(a)  

10.

Waar (W) of onwaar (O)?


De letters LDR staan voor light dependant resistor = lichtgevoelige weerstand.

a)

Waar

b)

Onwaar

11.

Waar (W) of onwaar (O)?


Hoe meer licht er op een LDR valt, des te groter is zijn weerstand.

a)

Waar

b)

Onwaar

12.

Waar (W) of onwaar (O)?


Hoe lager de temperatuur van een NTC, des te groter is zijn weerstand

a)

Waar

b)

Onwaar

13.

Waar (W) of onwaar (O)?


Het is de gewoonte om op te geven hoe groot de weerstand van een NTC is bij 25 °C.

a)

Waar

b)

Onwaar

14.

Waar (W) of onwaar (O)?


NTC’s worden onder andere gebruikt als infraroodsensor in buitenlampen

a)

Waar

b)

Onwaar

15.

De weerstand van een NTC houdt verband met de temperatuur. In welke grafiek in figuur 41 is dit verband juist getekend?

a)

In grafiek a

b)

In grafiek b

c)

In grafiek c

d)

In grafiek d

16.

Martine heeft de schakeling van dit figuur gebouwd. Ze doet twee proeven met deze schakeling. Bij proef 1 zet Martine een kartonnen doos over de LDR en de NTC heen. Wat is het gevolg?

De stroom door A1 wordt : ....

(Kies uit: groter/blijf gelijk/kleiner)

a)

wordt groter

b)

blijft gelijk

c)

wordt kleiner

17.

Martine heeft de schakeling van dit figuur gebouwd. Ze doet twee proeven met deze schakeling. a Bij proef 1 zet Martine een kartonnen doos over de LDR en de NTC heen. Wat is het gevolg?

De stroom door A2 wordt: ....

(Kies uit: groter/blijf gelijk/kleiner)

a)

wordt groter

b)

blijft gelijk

c)

wordt kleiner

18.

Bij proef 2 plaatst Martine een felle bureaulamp vlak boven de NTC en de LDR.

Wat is het gevolg?

De stroom door A1: .....

(Kies uit: groter/blijf gelijk/kleiner)

a)

wordt groter

b)

blijft gelijk

c)

wordt kleiner

19.

Bij proef 2 plaatst Martine een felle bureaulamp vlak boven de NTC en de LDR.

Wat is het gevolg?

De stroom door A2: .....

(Kies uit: groter/blijf gelijk/kleiner)

a)

wordt groter

b)

blijft gelijk

c)

wordt kleiner

20.

In figuur 43 is een relais getekend. De vijf aansluitpunten zijn voorzien van letters: A, B, C, D en E.

Vul in: a De aansluitpunten ...... en ......... horen bij stroomkring 1 (met de elektromagneet).

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

21.

In figuur 43 is een relais getekend. De vijf aansluitpunten zijn voorzien van letters: A, B, C, D en E.

Vul in:

De aansluitpunten ...... , ....... en ........ horen bij stroomkring 2 (met de actuator).

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

22.

In figuur 43 is een relais getekend. De vijf aansluitpunten zijn voorzien van letters: A, B, C, D en E.

Vul in:

Aansluitpunt ........ is het maakcontact.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

23.

In figuur 43 is een relais getekend. De vijf aansluitpunten zijn voorzien van letters: A, B, C, D en E.

Vul in:

Aansluitpunt ......... is het breekcontact.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

24.

Waar of Onwaar?


Een transistor is een automatische schakelaar die schakelt met behulp van een elektromagneet.

a)

Waar

b)

Onwaar

25.

Waar of Onwaar?


Een elektromagneet bestaat uit een geïsoleerde koperdraad (de spoel) die rond een ijzeren kern is gewikkeld.

a)

Waar

b)

Onwaar

26.

Waar of Onwaar?


Hoe groter de stroom door een spoel, des te groter is de kracht van de elektromagneet.

a)

Waar

b)

Onwaar

27.

Waar of Onwaar?


Als je de stroom door een spoel uitschakelt, blijft hij nog enkele minuten magnetisch.

a)

Waar

b)

Onwaar

28.

Waar of Onwaar?


Als je de stroomrichting door een spoel omdraait, wisselen de noord- en zuidpool van plaats.

a)

Waar

b)

Onwaar

29.

De schakeling in figuur 44 waarschuwt een automobilist als hij zijn autogordel niet om heeft. Nesrin zegt: ‘Het lampje is aangesloten op het breekcontact.’ Amir zegt: ‘Het relais schakelt als iemand op de stoel gaat zitten.’


Wie heeft of hebben gelijk of ongelijk?

a)

Nesrin en Amir hebben allebei gelijk

b)

Nesrin heeft gelijk, Amir heeft ongelijk.

c)

Nesrin heeft ongelijk, Amir heeft gelijk

d)

Nesrin en Amir hebben allebei ongelijk

30.

Wanneer gaat het waarschuwingslampje in figuur 44 aan? Tip: gesloten = in de AAN-stand, open = in de UIT-stand

a)

als schakelaar 1 en 2 allebei open zijn

b)

als schakelaar 1 open en schakelaar 2 gesloten is

c)

als schakelaar 1 gesloten en schakelaar 2 open is

d)

als schakelaar 1 en 2 allebei gesloten zijn

31.

Een zoemer wordt met behulp van een transistor aan- en uitgezet. Als de transistor in de AAN-stand staat, loopt er een stroom van 40 mA door de zoemer.

Waar loopt deze stroom nog meer doorheen?

a)

eerst door de basis en dan door de collector

b)

eerst door de basis en dan door de emitter

c)

eerst door de collector en dan door de basis

d)

eerst door de collector en dan door de emitter

e)

eerst door de emitter en dan door de basis

32.

Een ontwerper heeft een schakeling ontworpen voor een vrieskist (figuur 45). Het lampje L moet een waarschuwing geven als de temperatuur in de vrieskist te hoog wordt.

Wat is in deze schakeling:

(a) de sensor/ (b) de verwerker/ (c) de actuator?

a)

(a) een NTC / (b) een transistor/ (c) een lampje

b)

(a) een transistor/ (b) een lampje/ (c) een NTC

c)

(a) een lampje/ (b) een transistor/ (c) een NTC

d)

(a) een transistor/ (b) een NTC/ (c) een lampje

33.

Bij een test blijkt dat de schakeling in figuur 45 niet goed werkt. Het lampje moet gaan branden als de temperatuur hoger wordt dan –18 °C, maar dat gebeurt niet. Pas bij –15 °C gaat het lampje aan. Op welke manier kan de ontwerper dit probleem oplossen?

a)

door een lampje te nemen met een kleinere weerstand

b)

door een lampje te nemen met een grotere weerstand

c)

door weerstandje 2 te vervangen door een kleinere weerstand

d)

door weerstandje 2 te vervangen door een grotere weerstand

34.

Welke beweringen over de werking van de transistor in figuur 45 zijn goed?

a)

Als er een kleine stroom loopt van de basis naar de emitter, staat de transistor in de UIT-stand.

b)

Als de transistor in de AAN-stand staat, loopt er een stroom door het lampje.

c)

De werking van een transistor lijkt helemaal niet op de werking van een relais.

d)

In de UIT-stand loopt er geen stroom door de transistor.

e)

Een schakeling met een relais bestaat uit twee stroomkringen, een schakeling met een transistor bestaat maar uit één stroomkring.

35.

Yilda is de verpakking kwijtgeraakt van een rolletje weerstandsdraad. Daarom doet ze een proef om de weerstand van de draad te bepalen. Ze maakt een schakeling met één meter draad, twee penlite batterijen (elk 1,5 V), een spanningsmeter en een stroommeter.

Teken voor jezelf op kladpapier een geschikte schakeling voor deze proef. (Er komt geen antwoord tevoorschijn)

4 lines
36.

Als Yilda de spanning inschakelt, geeft de stroommeter 45 mA aan en de spanningsmeter 3 V.

Bereken de weerstand van het stuk weerstandsdraad.

(a)  

37.

Brenda heeft een elektronicaweerstandje met de kleurcode bruin-geel-bruin-goud.

Hoe groot is de waarde van dit weerstandje?

(Noteer dit antwoord)

(a)  

38.

Brenda heeft een elektronicaweerstandje met de kleurcode bruin-geel-bruin-goud.

Voor alle zekerheid controleert Brenda of de waarde uit de vorige vraag klopt. Ze sluit het weerstandje aan op een spanning van 9,0 V en meet de stroomsterkte: 67 mA. Bereken de waarde van het weerstandje uit deze gegevens.

(Noteer dit antwoord)

(a)  

39.

Hoeveel ohm wijkt de weerstand af van de opgegeven waarde? (Schrijf dit antwoord)

(a)  

40.

Mag de weerstand zo veel van de opgegeven waarde afwijken? Leg uit.

(a)  

41.

Sharif gaat een schakeling bouwen die de temperatuur in zijn broeikas automatisch bijhoudt. Om te beginnen maakt hij een testschakeling (figuur 46).

Waarvoor dient de weerstand van 1 kΩ die in serie met de NTC staat?

(a)  

42.

Sharif gaat een schakeling bouwen die de temperatuur in zijn broeikas automatisch bijhoudt. Om te beginnen maakt hij een testschakeling (figuur 46). Daarin zit een weerstand van 1 kΩ die in serie met de NTC staat.


Als het in Sharifs kas 35 °C is, heeft de NTC een weerstand van 300 Ω. Hoe groot is de totale weerstand (van de twee weerstanden samen)?


Onthoud dit antwoord.

(a)  

43.

Bereken de stroomsterkte die de stroommeter dan aangeeft.

(a)  

44.

Hoe verandert de stroomsterkte als de temperatuur in de kas stijgt?

(a)  

45.

Op het dak van een schoolgebouw is een luchtverversingsinstallatie aangebracht (figuur 47). a Welke automatische schakelaar wordt in deze schakeling gebruikt?

(a)  

46.

Als de schakelaar S gesloten wordt, moet de verversingsinstallatie aangezet worden. Op welk contact moet de luchtverversingsinstallatie dus aangesloten worden?

(a)  

47.

In kledingwinkel Funny Fashion gaat automatisch een bel als er iemand binnenkomt. In de deuropening is daarvoor een lichtpoort gemonteerd (figuur 48). Als lichtsensor wordt een LDR gebruikt.

Wanneer moet de bel afgaan: als er licht op de LDR valt, of als er geen licht op de LDR valt?

(a)  

48.

In kledingwinkel Funny Fashion gaat automatisch een bel als er iemand binnenkomt. In de deuropening is daarvoor een lichtpoort gemonteerd (figuur 48). Als lichtsensor wordt een LDR gebruikt.

Licht je vorige antwoord toe

(a)  

49.

In figuur 49 is de schakeling getekend die de bel aan- en uitzet. Maak het schema af door twee onderdelen en een snoer in te tekenen.

Teken dit voor jezelf (er volgt geen antwoord)

4 lines