wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Algebraïsch rekenen: eentermen en veeltermen

Total questions: 46

Worksheet time: 2hrs 18mins

Name
Class
Date
1.

 54a5\cdot4a  

a)

 20a20a  

b)

 9a9a  

c)

 20+a20+a  

d)

 20+5a20+5a  

2.

 2(3x4)2\cdot\left(-3x^4\right)  

a)

 6x4-6x^4  

b)

 6x46x^4  

c)

 6x8-6x^8  

d)

 6x86x^8  

3.

 3b3(2b2)3b^3\cdot\left(-2b^2\right)  

a)

 6b5-6b^5  

b)

 6b6-6b^6  

c)

 bb  

d)

 108b5108b^5  

4.

 23x45x\frac{2}{3}x\cdot\frac{4}{5}x  

a)

 815x2\frac{8}{15}x^2  

b)

 815\frac{8}{15}  

c)

 815x\frac{8}{15}x  

d)

0

5.

 3(x+2)3\cdot\left(x+2\right)  

a)

 3x+63x+6  

b)

 3x+23x+2  

c)

 x+6x+6  

d)

 6x6x  

6.

 (2x2)3\left(-2x^2\right)^3  

a)

 8x6-8x^6  

b)

 8x68x^6  

c)

 8x5-8x^5  

d)

 8x58x^5  

7.

 x(2x+3)x\cdot\left(2x+3\right)  

a)

 2x2+3x2x^2+3x  

b)

 2x2+32x^2+3  

c)

 5x25x^2  

d)

 5x5x  

8.

 3a(2b+5c)3a\left(2b+5c\right)  

a)

 6ab+15ac6ab+15ac  

b)

 21abc21abc  

c)

 6ab+5c6ab+5c  

d)

 5ab+8ac5ab+8ac  

9.

 4 (3x2+5x) -4\ \cdot\left(3x^2+5x\right)\   

a)

 12x220x-12x^2-20x  

b)

 32x-32x  

c)

 12x2+5x-12x^2+5x  

d)

 7x3-7x^3  

10.

 0,5x(8x24x+2)-0,5x\cdot\left(8x^2-4x+2\right)  

a)

 4x3+2x2x-4x^3+2x^2-x  

b)

 4x34x+2-4x^3-4x+2  

c)

 2x2x-2x^2-x  

d)

 3x2-3x^2  

11.

 2a2+3a5a2-2a^2+3a-5a^2  

a)

 7a2+3a-7a^2+3a  

b)

 4a2-4a^2  

c)

 4a3-4a^3  

d)

 3a2+3a-3a^2+3a  

12.

18a + 39a =

a)

57a2

b)

57a

c)

57

d)

57aa

e)

ander antwoord

13.

(a2)5 =

a)

a7

b)

a-3

c)

a25

d)

a10

e)

a3

14.

(2a2b)5 =

a)

2a2b5

b)

2a10b5

c)

32a10b5

15.

 32a5 : (2a) =32a^5\ :\ \left(2a\right)\ =  

a)

 16a616a^6  

b)

 16a516a^5  

c)

 16a416a^4  

16.

 25x8 : (5x2)=25x^8\ :\ \left(5x^2\right)=  

a)

 5x65x^6  

b)

 5x105x^{10}  

c)

 5x165x^{16}  

d)

 5x45x^4  

17.

Wat is de definitie van een eenterm?

a)

Een product van een getalfactor en letterfactoren.

b)

Een som van een getalfactor en letterfactoren.

c)

Een product van een getalfactor en letterfactoren met een positieve exponent.

d)

Een product van een letterfactor en een getalfactor met een positieve exponent.

18.

Elk rationaal getal is een eenterm.

a)

waar

b)

niet waar

19.

Wat is de definitie van een veelterm?

a)

Een veelterm zijn meerdere eentermen.

b)

Een veelterm is een som van eentermen.

c)

Een veelterm is een product van eentermen.

d)

Een veelterm is een quotiënt van eentermen.

20.

Eentermen met hetzelfde lettergedeelte noemt men...

a)

dezelfde eentermen

b)

gelijkaardige eentermen

c)

gelijke eentermen

d)

gelijksoortige eentermen

21.

Om gelijksoortige eentermen op te tellen: ...

a)

Tel de coëfficiënten op en behoud het lettergedeelte.

b)

Tel de coëfficiënten op en tel de lettergedeelten op.

c)

Tel de coëfficiënten op en vermenigvuldig de lettergedeelten.

d)

Behoud de coëfficiënten en behoud het lettergedeelte.

22.

Ongelijksoortige eentermen kun je niet herleiden.

a)

waar

b)

niet waar

23.

Om eentermen te vermenigvuldigen: ...

a)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en tel de lettergedeelten op.

b)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en vermenigvuldig de lettergedeelten.

c)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en behoud de lettergedeelten.

d)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en trek de lettergedeelten af.

24.

Om eentermen te delen: ...

a)

Deel de coëfficiënten en behoud de lettergedeelten.

b)

Deel de coëfficiënten en trek de lettergedeelten af.

c)

Deel de coëfficiënten en deel de lettergedeelten.

d)

Deel de coëfficiënten en tel de lettergedeelten op.

25.

Om een eenterm tot een macht te verheffen: ...

a)

Verhef de coëfficiënt tot de macht en vermenigvuldig de lettergedeelten.

b)

Verhef de coëfficiënt tot de macht en tel de lettergedeelten op.

c)

Verhef de coëfficiënt tot de macht en deel de lettergedeelten.

d)

Verhef de coëfficiënt en het lettergedeelte tot de macht.

26.

Om een veelterm te herleiden ...

a)

trek je de gelijksoortige eentermen af.

b)

tel je de gelijksoortige eentermen op.

c)

Vermenigvuldig je de gelijksoortige eentermen.

d)

Deel je de gelijksoortige eentermen.

27.

Om veeltermen op te tellen en af te trekken: ...

a)

Werk de haakjes weg en herleid.

b)

Herleid en werk de haakjes weg.

c)

Herleid

d)

Werk de haakjes weg en tel de eentermen op.

28.
Wat is de graad in x in onderstaande veelterm?
- 6x+ 4 - 4x3
a)
0
b)
1
c)
2
d)
3
29.
Werk uit en rangschik:
(x4- 4)-(x+5+0,2x4)
a)
1,2x4+x+&
b)
x+1+1,2x4
c)
-x-9+0,8x4
d)
0,8x4-x-9
30.
4x4+5x3+ 6x is een 
a)
Eenterm
b)
Veelterm
c)
Vierterm
31.
In 6x4yz is 6
a)
De coëfficiënt
b)
Het lettergedeelte
32.
Wat is de graad van onderstaande eenterm in x?
-4x5y4
a)
Min vier
b)
Vier
c)
Vijf
d)
Negen
33.

Werk uit.

8x9k5y : (2ky)=

a)

4x9k5y

b)

16x9k4

c)

4x9k4y

d)

4x9k4

34.

 4x+9x-4x+9x  

a)

 5x5x  

b)

 13x-13x  

c)

 5x25x^2  

d)

 13x2-13x^2  

35.

 2a2+3a5a2-2a^2+3a-5a^2  

a)

 7a2+3a-7a^2+3a  

b)

 4a2-4a^2  

c)

 4a3-4a^3  

d)

 3a2+3a-3a^2+3a  

36.

 3x24x+1x2+7x53x^2-4x+1-x^2+7x-5  

a)

 2x2+3x42x^2+3x-4  

b)

 5x345x^3-4  

c)

 x3x^3  

d)

 2x211x42x^2-11x-4  

37.

 34x+2yx12y\frac{-3}{4}x+2y-x-\frac{1}{2}y  

a)

 74x+32y\frac{-7}{4}x+\frac{3}{2}y  

b)

 14xy\frac{-1}{4}xy  

c)

 14x+32y\frac{-1}{4}x+\frac{3}{2}y  

d)

 54xy\frac{5}{4}xy  

38.

 x2yy+x+3y-x-2y-y+x+3y  

a)

 00  

b)

 4y4y  

c)

 2x2x  

d)

 2x+4y2x+4y  

39.

Werk uit: (3x3 - 5x + 8)(-2x2)

a)

-6x6 + 10x2 - 16x2

b)

-6x5 + 10x3 - 16x2

c)

6x5 - 10x3 - 16x2

d)

12x6

40.

Werk uit: (x2 - 8)(-8 - x2)

a)

x4 + 64

b)

x4 - 64

c)

64 - x4

d)

16 - x4

41.

Wat is de graad van deze veelterm (eerst herleiden) ?

4x - 3x3 + x4 - 2x2 - (2x4 - 3x3 + 4x - x4)

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

42.
9m2⋅3mp
a)
12mp+2
b)
27mp+2
c)
12m2p
d)
27m2p
43.

Welke eenterm is correct genoteerd?

a)

1X4y2

b)

3X0y2

c)

2X4y1

d)

3x4y2

44.

Reken uit naar zijn eenvoudigste vorm:     13a5 . (25a2) . (54a)   \frac{1}{3}a^5\ .\ \left(\frac{-2}{5}a^2\right)\ .\ \left(\frac{-5}{4}a\right)\ \ \  

a)

 16a8\frac{1}{6}a^8  

b)

 16a10\frac{-1}{6}a^{10}  

c)

 16a10\frac{1}{6}a^{10}  

d)

 1060a8\frac{10}{60}a^8  

45.

 (b2)3\left(b^2\right)^3  =

a)

 b5b^5  

b)

 b6b^6  

c)

 b8b^8  

d)

 b4b^4  

46.

 2a6b5c4d3bc2d3\frac{2a^6b^5c^4d^3}{b^{ }c^2d^3}  =

a)

 2a6b4c2d2a^6b^4c^2d  

b)

 2a6b6c6d62a^6b^6c^6d^6  

c)

 2a^6b^4c^2  

d)

 2b4c22b^4c^2