wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling zuren, zouten, basen, oxiden.

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een kaars die brandt is een ...

a)

Fysisch verschijnsel

b)

Chemische reactie

c)

Concentratieverandering

2.

Een chemische reactie kan traag of snel verlopen... 4 factoren beïnvloeden die snelheid. Welke factor heeft het meeste invloed op het bederven van voedsel?

a)

Concentratie

b)

Verdelingsgraad

c)

Katalysator

d)

Temperatuur

3.

Hieronder zie je een (niet-kloppende) reactievergelijking.. Welke coëfficiënten moet toegevoegd worden?


.... H2 + O2 => ... H2O

a)

1 en 2

b)

2 en 2

c)

1 en 3

d)

2 en 1

4.

Bij chemische reacties kan energie vrijkomen of opgenomen worden.

Duid het meest correcte antwoord aan.

Vertering van voedingsstoffen (in je lichaam) is een...

a)

Exotherme reactie

b)

Endo-therme reactie

c)

Exo-energetische reactie

d)

Endo-energetische reactie

5.

Welke coëfficiënten moeten aangevuld worden in onderstaande reactie?

Al2O3 + ... H2O => ... Al2(OH)3

a)

3 en 2

b)

2 en 3

c)

1 en 2

d)

2 en 1

6.

Als je een metaal verbrandt (= reactie met O2, zuurstof) bekom je een ...

a)

Hydroxide

b)

Metaaloxide

c)

Niet-metaaloxide

d)

Zuur

7.

Als je het metaaloxide (bv. magnesiumoxide) gaat mengen met water bekom je een...

a)

Zuur

b)

Hydroxide

c)

Niet-metaaloxide

d)

Zout

8.

CO2, CO en P2O5 zijn allemaal voorbeelden van ...

a)

Metaaloxiden

b)

Niet-metaaloxiden

c)

Zuren

d)

Zouten

9.

Wat is de naam van Cu2O

a)

Koperoxide

b)

Dizilveroxide

c)

Dikoperoxide

d)

Koperdioxide

10.

Niet-metaaloxiden zijn...

a)

Ionbindingen, want het is een binding tussen een metaal en niet-metaal

b)

Atoombinding, want het is een binding tussen twee niet-metalen

c)

Metaalbinding, want het is een binding tussen twee metalen

11.

Hieronder zien jullie enkele voorbeelden van minerale verbindingen...

Welke van volgende verbindingen is een zout?

a)

KOH (ingrediënt voor vloeibare zeep)

b)

CO2 (bubbels in frisdrank)

c)

H2S (geur van rotte eieren)

d)

CaCO3 (marmer, eierschaal)

12.

De naam van het zuur H2SO4 is..

a)

Diwaterstofnitraat

b)

Diwaterstofsulfaat

c)

Diwaterstoffosfaat

d)

Diwaterstofcarbonaat

13.

Na2CO3, ofte dinatriumcarbonaat, is een...

a)

Zout

b)

Zuur

c)

Base

d)

Oxide

14.

Zwaveldioxide reageert met water tot een ...

a)

Zuur

b)

Base

c)

Niet-metaaloxide

d)

Zout

15.

Zwaveldioxide reageert dus met water tot een zuur... Welke schade kan deze 'zure regen' veroorzaken?

a)

Smelten van de ijskappen

b)

Opwarming van de aarde

c)

Toename van de plasticsoep

d)

Sterfte van vissen, beschadiging van kalksteen

16.

CO2, het bekendste broeikasgas, lost op in oceanen en bindt zich daar tot een zuur.

Welk zuur wordt gevormd in oceanen (en zorgt voor de verzuring hiervan)?

a)

H2SO4

b)

H2CO3

c)

HNO3

d)

Na2CO3

17.

Welk antwoord is juist over volgende stof: NH4OH

a)

Oxide, ammoniumwaterstofoxide

b)

hydroxide, nitraathydroxide

c)

Base, ammoniumhydroxide

d)

Oxide, nitraatwaterstofoxide

18.

Welk antwoord is juist over volgende stof: CaCl2

a)

Zout, calciumdichloride

b)

Zuur, calciumdichloride

c)

Zout, kaliumdichloride

d)

Zuur, kaliumdichloride

19.

Als je een zuur en base bij elkaar brengt ontstaat... (= neutralisatiereactie!)

a)

water en een zout

b)

zout en een hydroxide

c)

water en een hydroxide

d)

water en een oxide

20.

Welk antwoord is juist over volgende stof: Fe2O3

a)

hydroxide, diijzertrioxide

b)

Metaal-oxide, diijzertrioxide

c)

Metaal-oxide, ijzeroxide

d)

Niet-metaaloxide, diijzertrioxide