wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefen toets Hfdst4, Hfdst5 en Hfdst6 Havo2

Total questions: 13

Worksheet time: 1hrs 5mins

Name
Class
Date
1.

Gebruikt de bron.

Leg aan de hand van de bron uit of deze bron een oorzaak of gevolg was van de industrialisatie.

(a)  

2.

(op de afbeelding zie je slaven die katoen plukken)

Gebruik de bron.

Leg aan de hand van deze bron uit of deze gebeurtenis een oorzaak of gevolg van de industrialisatie was.

(a)  

3.

In de 18e eeuw ontstond de industriële revolutie in Engeland, wat waren de oorzaken dat dit kon gebeuren? Noem er minstens vier

(a)  

4.

Welk gevolg zie je hier van de industriële revolutie?

Wat betekende dit gevolg voor de steden in Engeland?

Was hier spraken van continuïteit of van discontinuïteit? Leg uit waarom

(a)  

5.

Je ziet hier kinderen die in de mijnen werkten, welke uitspraak is niet waar?

a)

Kinderarbeid werd als gewoon gezien

b)

Kinderarbeid was er zodat de ouders genoeg verdienden

c)

Kinderarbeid was een keuze, je familie bepaalde of je ging werken of dat je naar school kon

d)

Kinderarbeid vond niet alleen plaats in mijnen, maar ook op anderen plekken in Engeland

6.

Op de afbeelding zie je kinderen aan het werk in een mijn. Is hier sprake van sociale, economische, culturele of politieke oorzaken?

Leg uit waarom je dat vindt

(a)  

7.

In 1848 veranderde Johan Rudolph Thorbecke de grondwet van Nederland. Bij welke stroming hoorde hij en waaraan kan je dat zien in de grondwet?

(a)  

8.

Is de maker van de bron een voorstander of een tegenstander van het socialisme? Leg je antwoord uit aan de hand van de bron

(a)  

9.

Een stelling: 'het liberalisme en het feminisme horen beide bij de emancipatiestromingen'

Leg uit in hoeverre je het eens bent met deze stelling.

(a)  

10.

Hoe noemen we de race tussen Europese landen, in de 19e eeuw, wie het grootste rijk had in de wereld?

a)

Modern afzetgebied

b)

Imperialisme

c)

Moderne handelsposten

d)

Modern imperialisme

11.

Gebruik de afbeelding.

Is deze gebeurtenis een voorbeeld van continuïteit of van discontinuïteit in de 19e eeuw? En is deze bron vooral sociaal, economisch, cultureel of politiek? Leg je antwoord uit

(a)  

12.

Gebruik de bron.

Geef twee redenen waarom Nederland de macht wilde hebben over Indonesië?

(a)  

13.

Leg uit waarom de stroming van het abolitionisme steeds meer aanhangers kreeg.

Let op! Doe het zo:

- Leg eerst uit wat het abolitionisme is.

- Leg daarna uit waarom zij meer aanhangers kregen.

(a)