Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test allerlei

Total questions: 61

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Ze veronderstel___ dat hij nu de waarheid vertel____

a)

verondersteld/verteld

b)

veronderstelt/vertelt

c)

verondersteld/vertelt

d)

veronderstelt/verteld

2.

1 De hele nacht hadden de drinkebroers gebreakdanc en gezwans

a)

gebreakdancet/gezwansd

b)

gebreakdancet/gezwanst

c)

gebreakdanced/gezwanst

d)

gebreakdanced/gezwansd

3.

Jij won____ je tijdens de uiteenzetting op omdat andere studenten voortdurend pra____ en

a)

wondt/praten

b)

wond/praten

c)

wond/praatten

d)

wont/praatten

4.

Met loeiende sirenes raas____ e de politiewagen door de slecht verlich____ e straten.

a)

raaste/verlichte

b)

raasde/verlichte

c)

raasde/verlichtte

d)

raaste/verlichtte

5.

Beantwoor____ eerst die vragen en mel____ je dan bij de verantwoordelijke.

a)

Beantwoordt/meld

b)

Beantwoord/meld

c)

Bantwoort/meldt

d)

Beantwoordt/meldt

6.

De geha____ e pianist overklas____ e alle deelnemers.

a)

gehaate/overklastte

b)

gehaate/overklaste

c)

gehate/overklaste

d)

gehate/overklastte

7.

Wat jij mooi vin____ , vin____ je buurman misschien lelijk.

a)

vindt/vindt

b)

vind/vind

c)

vindt/vind

d)

vind/vindt

8.

Het was een har____ roerend schouwspel toen de ouders hun verloren gewaan____ kind terugzagen

a)

hardroerend/gewaandde

b)

hartroerend/gewaande

c)

hardroerend/gewaande

d)

hartroerend/gewaandde

9.

Raa____ eens wat er vandaag gebeur____ !

a)

Raadt/gebeurt

b)

Raad/gebeurt

c)

Raad/gebeurd

d)

Raadt/gebeurt

10.

De bevrij____ e kinderen waren uitgehonger____

a)

bevrijdde/uitgehongerd

b)

bevrijde/uitgehonderd

c)

bevrijde/uitgehongert

d)

bevrijdde/uitgehongert

11.

Zoek het correct gespelde woord

a)

abonnees

b)

abbonnees

c)

abonnee's

d)

abbonnee's

12.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

grijzaard

b)

grijsaard

13.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

antifrans

b)

anti-Frans

c)

anti-frans

d)

Antifrans

14.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

proces-verbaal

b)

procesverbaal

c)

Procesverbaal

15.

Zoek het correct geselde woord.

a)

studieüren

b)

studieuren

c)

studie-uren

16.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

krullebol

b)

krullenbol

17.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

het plan-Leterme

b)

het plan Leterme

18.

Zoek het correct gespelde woord

a)

west-Europa

b)

westeuropa

c)

Westeuropa

d)

West-Europa

19.

Zoek het correct gespelde woord

a)

calories

b)

calorieën

c)

caloriën

20.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

het christendom

b)

het Christendom

21.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

inprovisatie

b)

improvisatie

c)

improvizatie

22.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

intervieuw

b)

interview

23.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

fabricant

b)

fabrikant

24.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

paardebloem

b)

paardenbloem

25.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

Groentesoep

b)

Groentensoep

26.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

piama

b)

pijama

c)

pyama

d)

pyjama

27.

Zoek het correct gespelde woord

a)

gezamelijk

b)

gezamenlijk

28.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

gestrest

b)

gestresst

29.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

locatie

b)

lokatie

30.

Zoek het correct gespelde woord.

a)

koninginnerit

b)

koninginnenrit

31.

Zoek het correct gespelde woord

a)

Gulden Sporenslag

b)

guldensporenslag

c)

Guldensporenslag

32.

Schrijf het meervoud op. penalty

(a)  

33.

Schrijf het meervoud op. dictee

(a)  

34.

Schrijf het meervoud op. industrie

(a)  

35.

Schrijf het meervoud op. kolonie

(a)  

36.

Schrijf het meervoud op. schip

(a)  

37.

Schrijf het meervoud op. leeuwerik

(a)  

38.

Schrijf het meervoud op. comité

(a)  

39.

Schrijf het meervoud op. datum bvb 06/06/2020

(a)  

40.

Schrijf het meervoud op. ski

(a)  

41.

Schrijf het meervoud op. oma

(a)  

42.

Schrijf het verkleinwoord op. penalty

(a)  

43.

Schrijf het verkleinwoord op. dictee

(a)  

44.

Schrijf het verkleinwoord op. industrie

(a)  

45.

Schrijf het verkleinwoord op. kolonie

(a)  

46.

Schrijf het verkleinwoord op. schip

(a)  

47.

Schrijf het verkleinwoord op. leeuwerik

(a)  

48.

Schrijf het verkleinwoord op. comité

(a)  

49.

Schrijf het verkleinwoord op. datum

(a)  

50.

Schrijf het verkleinwoord op. ski

(a)  

51.

Schrijf het verkleinwoord op. oma

(a)  

52.

Herschrijf de zinnen, deze keer zonder fouten. Els wist niet meer of ze haar parapluutje in het burootje had gelaten.

(a)  

53.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Hij verteld ons niet waar die fransman dat fotocopy’tje bewaard.

(a)  

54.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Een flinke kwak mayonnaise was op de pull-over van patrick terecht gekomen.

(a)  

55.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Alle oudstudenten waren uitgenodigd voor de lancering van het nieuwe studenteblad.

(a)  

56.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Er waren vooral 30’ers en 40-ers op het feest.

(a)  

57.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Hoewel er grote namen op de afiche stonden, werd het festival een financiëel debacle.

(a)  

58.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Met ontblootte hoofden stonden we weemoedig in de katedraal.

(a)  

59.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. De Mohammedaan was niet zo corpulent meer toen de Ramadan voorbij was

(a)  

60.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Is het waar dat plantaardige olieën minder caloriën bevatten?

(a)  

61.

Herschrijf de zin, deze keer zonder fouten. Het jongetje trok de weide wereld in.

(a)