wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 havo begrippen thema Waarneming en gedrag

Total questions: 21

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Gehoorreceptoren en evenwichtsreceptoren zijn voorbeelden van:

a)

chemische receptoren

b)

pijnreceptoren

c)

mechanische receptoren

d)

lichtreceptoren

2.

De drempelwaarde van een adequate prikkel is

a)

hoog

b)

laag

3.

De aanpassing van de gevoeligheid van een zintuig aan een aanhoudende prikkelsterkte noem je:

a)

Gewenning

b)

adequaat gedrag

c)

adaptatie

d)

impulsfrequentie

4.

Hoe sterker de prikkel hoe (a)   de frequentie van de impuls

5.

Wat is de naam van nummer 1?

(a)  

6.

In welk nummer bevinden zich de meeste kegeltjes? en Hoe heet deze plek?

(a)  

7.

Welk nummer geeft het vaatvlies aan?

a)

10

b)

4

c)

7

d)

9

8.

Hoe noem je het proces waarbij de ooglens boller wordt?

(a)  

9.

Wanneer de lesbandjes strak staan, dan is de lens.......en kijk je scherp naar iets ........

a)

bol dichtbij

b)

bol veraf

c)

plat dichtbij

d)

plat veraf

10.

Wanneer de spieren in de iris samentrekken, dan

a)

wordt de pupil groter , je bent in het donker

b)

wordt de pupil kleiner, je bent in het licht

c)

wordt de pupil groter je bent in het licht

d)

wordt de pupil kleiner, je bent in het donker

11.

Wat is juist?

a)

Met kegeltjes zie je kleur, ze liggen verspreid over het netvlies

b)

met kegeltjes zie je kleur, ze liggen in de gele vlek

c)

met kegeltjes zie je zwart wit, ze liggen verspreid over het netvlies

d)

met kegeltjes zie je zwart wit, ze liggen in de gele vlek

12.

De afbeelding is een voorbeeld van

a)

een ethogram

b)

protocol

13.

Je hebt net stevig gegeten. Leg uit dat ondanks dat je nu lekkere patat ruikt, je toch niet patat gaat kopen en eten? Gebruik termen die in het thema gedrag gebruikt worden.

4 lines
14.

Hoe noem je een prikkel die altijd dezelfde reactie veroorzaakt?

a)

sleutelprikkel

b)

supranormale prikkel

15.

Wat voor prikkel is in dit plaatje te zien ?

a)

inwendige prikkel

b)

sleutelprikkel

c)

supranormale prikkel

d)

uitwendige prikkel

16.

Een net uitgekomen kuiken volgen de moeder het water in . Welk leerproces is dit?

a)

imitatie

b)

conditionering

c)

gewennig

d)

inprenting

17.

Dolfijnen leren om door een hoepel te springen. Welk leerproces heeft hiervoor gezorgd?

a)

imitatie

b)

inzicht

c)

conditionering

d)

inprenting

18.

Wat is het verschil tussen klassieke conditionering en operante conditionering?

4 lines
19.

De gedragswetenschapper die onderzoek deed naar speekselproductie bij honden is:

a)

Skinner

b)

Tinbergen

c)

Pavlov

20.

Gedragssystemen die leiden tot voortplanting noem je

a)

balts

b)

broedzorg

c)

bronst

d)

dreiggedrag

21.

Iemand is boos op een collega en slaat op hard op de tafel. Wat voor soort gedrag is dit?

a)

overspronggedrag

b)

conflictgedrag

c)

verzoeningsgedrag

d)

omgericht gedrag