wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

8.3 Democratisering

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wie had in Nederland de (meeste) macht in Nederland in 1815?

a)

De premier

b)

De koning

c)

Het parlement

d)

Het volk

2.

In het revolutiejaar kreeg Nederland een (a)  

3.

In 1848 was Nederland echter nog steeds geen volledige democratie. Dit lag aan het ..

a)

Passief kiesrecht

b)

Actief kiesrecht

c)

Censuskiesrecht

d)

Algemeen kiesrecht

4.

Wat was de oorzaak van het feit dat Groot-Brittanie altijd slechts twee partijen in het parlement kwamen?

(a)  

5.

In Groot-Brittanië bestond Het Hogerhuis in de 19e eeuw uit edelen die hun zetels hadden geërfd, Lagerhuis bestond uit was gekozen vertegenwoordigers van de districten.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

In 1848 werd Duitsland een constitutionele monarchie met een nationaal parlement in Frankfurt.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Wie zorgde uiteindelijk voor de eenwording van Duitsland?

(a)  

8.

Welke gebeurtenis zorgde voor de eenwording van Duitsland?

a)

Een liberale revolutie van 1848

b)

De overwinning in de Frans-Duitse oorlog in 1871

c)

De totstandkoming grondwet van 1850

d)

De verkiezingsoverwinning van de socialisten eind 19e eeuw.

9.

Welk land had als eerste een algemeen mannenkiesrecht?

a)

Nederland

b)

Groot-Brittanië

c)

Duitsland

d)

Oostenrijk

10.

In welke jaar werd Duitsland een parlementaire democratie?

a)

In 1848

b)

In 1850

c)

In 1871

d)

In 1919