Font size
WorksheetsWerkwoordspelling TT/VT/ VD
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
De lijster (voeden) haar jongen met wormen. (TT)
(a)
De zakenman (vestigen) zich in Ommen. (VT)
(a)
De minister (spelden) vorige week de burgemeester een medaille op.
(a)
De (verwachten) bus kwam niet.
(a)
De straat werd na lang wachten (verbreden) .
(a)
De boer (zaaien) het koren al vroeg dit jaar. (VT)
(a)
Hij (vermoeden) nog niet dat hij binnenkort op straat zal staan.(TT)
(a)
Gister (hippen) de zieke mus weer door onze tuin.
(a)
Het kind heeft op een koekje (knabbelen) .
(a)
Toen de jongens moesten beslissen, (hechten) zij veel waarde aan het oordeel van hun vriend.
(a)
Tijdens storm van november vorig jaar (stranden) het schip.
(a)
De misdadiger werd in de val (lokken) .
(a)
Michael (vinden) zijn opmerking niet leuk. (TT).
(a)
De boer heeft het gras (maaien) , toen het weer goed was.
(a)
Nadat het gestormd had, (dobberen) het bootje stuurloos op de golven.(VT)
(a)
