wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

erfelijkheid & evolutie Bonhoeffer H3

Total questions: 24

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Het genotype ontstaat bij

a)

Meiose

b)

Bevruchting

c)

Mitose

d)

Geslachtsgemeenschap

2.

Alle zichtbare eigenschappen van een organisme noemen we

a)

Fenotype

b)

Genotype

3.

Als de erfelijke informatie voor een eigenschap hetzelfde is ben je

a)

Homozygoot

b)

Heterozygoot

4.

Hoeveel genen voor een erfelijke eigenschap heb je als je heterozygoot bent?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

5.

Het genotype van een organisme komt tot stand op het moment van de bevruchting.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Welke kleur is dominant?

a)

Wit

b)

Zwart

7.

Een recessief allel komt tot uiting wanneer

a)

Hij samen met een dominant allel staat

b)

Hij homozygoot voorkomt

c)

Hij heterozygoot voorkomt

d)

hij komt nooit tot uiting

8.

Hoeveel chromosomen zitten er in de geslachtscellen van een mens?

a)

46

b)

12

c)

92

d)

23

9.

Hoeveel chromosoomparen zitten er in een celkern van een normale lichaamscel?

a)

21

b)

23

c)

46

d)

Weet ik niet

10.

Een mutatie komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Een mutant is een organisme

a)

waarvan het DNA in de cellen plotseling veranderd is

b)

waarvan het plotseling veranderde DNA tot uiting is gekomen

c)

Waarvan de zaadcellen/eicellen een mutatie bevatten

d)

waarvan de lichaamscellen een mutatie bevatten

12.

Prenataal onderzoek is onderzoek dat plaatsvindt

a)

Als de baby wordt geboren

b)

Als de baby 1 jaar is

c)

Als de bevruchting plaatsvindt

d)

Als de foetus in nog niet is geboren

13.

Wat is geen vorm van prenataal onderzoek

a)

Vruchtwaterpunctie

b)

Echo

c)

Liposuctie

d)

Vlokkentest

14.

Wat is het fenotype van het blonde meisje?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

15.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
16.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
17.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
18.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

19.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

20.

Uit welk tijdperk zal je geen fossielen vinden van landdieren?

a)

cenozoïcum

b)

mesozoïcum

c)

precambrium

d)

paleozoïcum

21.

Wanneer is het verstandig om een genetisch advies aan te vragen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Als er een erfelijke ziekte in jouw familie voorkomt.

b)

Als veel van je allelen heterozygoot zijn.

c)

Als je door invloeden vanuit het milieu een ander fenotype hebt gekregen.

d)

Als een vrouw enkele keren al een miskraam heeft gehad.

22.

Welke van deze toepassingen vallen onder de term biotechnologie?

a)

Bacteriën gebruiken om rioolwater te zuiveren

b)

Biobrandstoffen maken m.b.v. micro-organismen

c)

Allergenen in voedsel verminderen

d)

Transgene rijst met een verhoogd gehalte vitamine A

e)

Het verminderen van chemisch afval in de papierindustrie door het gebruik van enzymen

23.
Wat is een soort?
a)
Wanneer individuen van een groep organismen onderling vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
b)
Wanneer 2 individuen gelijke morfologische kenmerken hebben
c)
Een groep dieren of planten die onderling nakomelingen kunnen krijgen.
d)
Een groep dieren en planten die 
24.

Hoe noemen we dit proces?

a)

natuurlijke selectie

b)

overleving

c)

de struggle van het leven

d)

Biologische differentiatie