Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verkoper de 6 P's

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Met retailmix wordt bedoeld:

a)

Een mix van winkels

b)

Een mix van retail

c)

De 6 marketingsinstrumenten die je op de juiste manier moet mixen

2.

De vestigingsplaats is het minst flexibele marketingsinstrument

a)

juist

b)

onjuist

3.

Een goede plek voor een tuincentrum is:

a)

in een buurtwinkelcentrum

b)

in een wijkswinkelcentrum

c)

in een stadswinkelcentrum

d)

winkelgebied buiten de stad

4.

Het kan een voordeel zijn als concurrende winkels in de buurt liggen.

a)

juist

b)

onjuist

5.

Een randassortiment van een kledingwinkel zou kunnen zijn:

a)

oorbellen

b)

kleding

6.

Een winkel die zich gespecialiseerd heeft in noten heeft een:

a)

breed assortiment

b)

diep assortiment

7.

De Hema heeft een:

a)

Breed assortiment

b)

Diep assortiment

8.

Een voorbeeld van een A- merk is:

a)
b)
c)
9.

Het vermelden van de prijs van een product is wettelijk verplicht

a)

ja

b)

nee

10.

Bij het bepalen van de prijs moet je rekening houden met:

a)

Klant, kosten product, afspraken leveranciers/fabrikant, concurrenten en wetten.

b)

De wens van de klant

c)

Wat de concurrenten voor een prijs vragen

d)

Wat je er op gaat verdienen

11.

Waarom zullen winkeliers eerder een product 9,99 euro prijzen dan 10 euro?

a)

De klant ervaart het product zo veel goedkoper en zal het eerder kopen.

b)

Ze krijg je wat meer wisselgeld in je kassa.

c)

Dit klopt niet want zo verdient de winkelier minder.

12.

De Aldi gaat nieuwe artikelpresentaties maken. Ze gaan voor een hippe sjiekere presentatie. Is dit passend bij de winkelformule?

a)

Nee, de presentatie moet meer basic zijn dit past beter bij de winkelformule

b)

Ja, want de winkelformule is ook gericht op de klanten die luxere producten wil hebben.

13.

Welke vorm van promotie past bij een hippe kledingboetiek voor jongeren tussen de 16 en 25.

a)

Tv spotje

b)

Reclame via social media

c)

Krant

d)

Dure brochure

14.

De markthal in Rotterdam is gericht op beleving.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Iedere winkelier moet zijn klanten aanspreken met u.

a)

Ja, want dit is de meeste beleefde vorm van aanspreken

b)

Nee, de vorm van aanspreken moet passen bij de doelgroep en de klant

16.

Klanten letten bij de verkoper het meest op:

a)

lichaamstaal

b)

taalgebruik

c)

uiterlijke verzorging