WorksheetsStroomsterkte
Total questions: 10
Worksheet time: 10mins
Wat is het symbool voor stroomsterkte?
(a)
Wat is de hoofdéénheid van stroomsterkte?
(a)
In een serieschakeling is de stroomsterkte
overal gelijk
moet je deze optellen om tot de totale stroomsterkte te komen.
moet je de stroomsterktes vermenigdvuldigen om tot de totale stroomsterkte te komen.
In een parallelschakeling
is de stroomsterkte in de hoofdketen en zijketens overal gelijk.
is de som van de stroomsterkten in alle zijketens gelijk aan de stroomsterkte in de hoofdketen.
is het verschil van de stroomsterktes in alle zijketens gelijk aan de stroomsterkte in de hoofdketen.
is de stroomsterkte in de hoofdketen de vermenigvuldiging van de stroomsterktes in alle zijketens.
Bereken de stroomsterkte in de hoofdketen (I)
i1= 0,7 A
i2= 0,3 A
i3= 0,3 A
0,7 A
1 A
1,3 A
0,3 A
Bereken de stroomsterkte van i3
i1=0,45 A
I = 0,65 A
1,10 A
0,45 A
0,65 A
0,2 A
Bereken de stroomsterkte van i1
I = 3,5 A
i2= 0,9 A
4,4 A
3,5 A
0,9 A
2,6 A
Drie dezelfde lampjes zijn in serie geschakeld. De stroomsterkte gemeten in één lamp is 0,6 A.
Hoe groot is de totale stroomsterkte in de keten?
0,6 A
1,2 A
1,8 A
0,3 A
Drie dezelfde lampen zijn in parallel geschakeld. De stroomsterkte gemeten door één lamp is 0,7 A. Hoe groot is de totale stroomsterkte in de keten?
0,7 A
1,4 A
2,1 A
4,5 A
Bereken de stroomsterkte in de hoofdketen (I)
i1=1,25 A
i2= 0,68 A
1,25 A
0,68 A
1,93 A
1,36 A
