wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1KGT Leestoets

Total questions: 15

Worksheet time: 1hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Lees tekst 1 nauwkeurig


In regel 9 van tekst 1 lees je het woord aanbeveling. In de volgende zin lees je een woord dat ongeveer hetzelfde betekent.


Welk woord is dat?

4 lines
2.

In alinea 4 van tekst 1 lees je een tegenstelling.


Welk signaalwoord geeft de tegenstelling aan?

a)

ook

b)

maar

c)

net als

d)

daarom

3.

Wat is de beste deeltitel voor alinea 3 en 4 samen?

a)

Aardappels

b)

Schijf van vijf

c)

Variatie

d)

Verse groenten

4.

In alinea 5 van tekst 1 staat een opsomming.


In welke zin staat die opsomming?

a)

2x2 Veggipedia is een informatieve app voor je telefoon of tablet over groente en fruit.

b)

Daar staat bij elke groente- of fruitsoort vermeld hoeveel je nodig hebt om aan je '2x2' te voldoen.

c)

Handig, want twee appels is niet hetzelfde als twee aardbeien.

d)

Ook vind je op Veggipedia leuke, makkelijke en verrassende recepten voor de lekkerste gerechten.

5.

Welke deeltitel past het best boven alinea 6 van tekst 1?

a)

Bewust eten op school

b)

Gezond buiten de deur

c)

Groenten en fruit thuis

6.

Wat is het belangrijkste tekstdoel van tekst 1?

a)

informeren

b)

amuseren

c)

overtuigen

d)

activeren

7.

Bekijk tekst 2 in de tekstbijlage.


Wat ontbreekt er aan tekst 2?

a)

een inleiding

b)

een tekstdoel

c)

een titel

8.

Lees tekst 2 nauwkeurig.


In regel 3 van tekst 2 staat 'gevarieerde'.


Wat betekent dat woord?

a)

afwisselende

b)

volledige

c)

vullende

9.

De deeltitel in tekst 2 is 'Een bonkige familie'.

'Bonkig' betekent 'groot'of 'grof'.


Wat bedoelt de schrijver met deze titel?

a)

De planten in de aardappelfamilie bevatten grote hoeveelheden zetmeel.

b)

De planten in de familie van de aardappel geven allemaal grote groenten.

c)

De plantenfamilie waar de aardappel bij hoort, is een zeer grote familie.

10.

Is de aardappel een groente, volgens tekst 1 en 2?

a)

beide teksten zeggen daar niets over

b)

volgens beide teksten wel

c)

volgens tekst 1 wel, tekst 2 zegt daar niets over

d)

volgens tekst 2 wel, tekst 1 zegt daar niets over

11.

Nog een paar vragen over de leerstof.


Welk tekstdoel hoort er bij een tekst uit een schoolboek?

a)

informeren

b)

amuseren

c)

activeren

d)

overtuigen

12.

Welk tekstverband hoort bij de onderstreepte signaalwoorden?


Voordat Pien de deur uitgaat, geeft ze haar konijn te eten. Daarna fietst ze naar school.

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

tijdsvolgorde

13.

Wat is het belangrijkste tekstdoel van deze tekst?

a)

amuseren

b)

activeren

c)

informeren

d)

overtuigen

14.

Verwijswoorden


Gisteren waren de cavia's van de buurvrouw ontsnapt. Ze hadden zich verstopt in ons hondenhok.


Ze verwijst naar...

a)

de cavia's van de buurvrouw

b)

de cavia's

c)

de buurvrouw

15.

Verwijswoorden


Voetbal is een balsport. Balsporten zijn niet de oudste sporten. Dat zijn de sporten die te maken hebben met de strijd om het bestaan.


Dat verwijst naar ...

a)

voetbal

b)

balsporten

c)

de oudste sporten