wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

havo1 hfd4 ordening oefentoets versie3

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat komt er na Klassen?

Domeinen > Rijken > Stammen > Klassen > ...........

a)

Soorten

b)

Geslachten

c)

Families

d)

Orden

2.

Tot welke klasse (groep) behoort een honingbij?

a)

Geleedpotigen

b)

Dieren

c)

Insecten

d)

Spinachtigen

3.

Welke van onderstaande onderdelen komen in een schimmelcel NIET voor?

a)

Celwand

b)

Bladgroenkorrels

c)

Celkern

4.

Noem een stam waarvan de dieren veelzijdig symmetrisch zijn

(a)  

5.

Welke organismen behoren tot de prokaryoten?

a)

Bacteriën

b)

Dieren

c)

Schimmels

d)

Planten

e)

Archaea

6.

In het plaatje zie je hersenkoraal. Dit dier is:

a)

niet-symmetrisch

b)

Tweezijdig symmetrisch

c)

Veelzijdig symmetrisch

7.

Welke groep is de volgende groep in het rijtje van de indeling van groepen:


Domeinen > Rijken > Stammen > Klassen > Orden > ...........

a)

Ras

b)

Soort

c)

Familie

d)

Geslacht

8.

Welke klassen is of zijn warmbloedig?

a)

Vissen

b)

Amfibieen

c)

Vogels

d)

Reptielen

e)

Zoogdieren

9.

Een pekinees en een Deense dog zijn twee hondenrassen.


Mirjam zegt: Ze kunnen samen vruchtbare nakomelingen krijgen

Wim zegt: Ze behoren tot verschillende soorten


Wie heeft gelijk?

a)

Alleen Mirjam

b)

Alleen Wim

c)

Beiden hebben gelijk

d)

Beiden hebben géén gelijk

10.

Welke STAM is het grootst in het dierenrijk wat betreft het aantal diersoorten?

a)

Weekdieren

b)

Eencelligen

c)

Geleedpotigen

d)

Eukaryoten

e)

Gewervelden

11.

Bacterien en archaea planten zich voort door: ...

(a)  

12.

Welke kenmerken horen bij de Stam van de Neteldieren?

a)

veelzijdig symmetrisch

b)

Tweezijdig symmetrisch

c)

Wel skelet

d)

(meestal) Geen skelet

e)

Leven altijd in het water

13.

Organismen en hun DNA vertonen de meeste overeenkomst en verwantschap met elkaar wanneer ze tot :

a)

Dezelfde soort behoren

b)

Wanneer ze tot hetzelfde domein behoren

14.

Noteer je achternaam; zet het voorzetsel (Van, De enz) erachter.

4 lines