Font size
Worksheets1v Leestekens verwijswoorden vaste voorzetsels
Total questions: 19
Worksheet time: 10mins
Wat is goed geschreven?
Nog even knallen voor de toetsweek, zei Anna.
'Nog even knallen voor de toetsweek', zei Anna.
'Nog even knallen voor de toetsweek, zei Anna'.
'Nog even knallen voor de toetsweek,' zei Anna.
Schrijf correct op: vader moet veel kopen melk vlees eieren en spinazie
Zet in de directe rede: De docent zegt dat je nog even door moet zetten.
Hij zei dat hij ook nog veel moest leren.
De zin bevat directe rede.
De zin bevat indirecte rede.
De docent geeft ... een proeftoets.
hun
hen
zij
(die, dit, deze, dat, wat): De leerlingen ... daar zitten, zijn druk bezig.
(a)
(die, dit, deze, dat, wat): De leerlingen zijn goed bezig, ... de docent zeer waardeert.
(a)
(die, dit, deze, dat, wat): Het antwoordblad ... daar ligt, kun je gebruiken om na te kijken.
(a)
(die, dit, deze, dat, wat): Dit is het lekkerste ... ik ooit geproefd heb.
(a)
De mentor geeft de rapporten aan ...
hun
hen
zij
De politie geeft ... medewerkers een extraatje.
zijn
hun
haar
ze
De vriend van het meisje heeft ... teen gestoten.
zijn
haar
hun
ze
Ze laat zich verleiden ... een uurtje uitslapen.
met
door
tot
naar
Ik reken ... de inzet van iedereen.
met
naar
over
op
Gisteren maakte ik kennis ... een nieuwe klasgenoot.
met
naast
op
voor
(Welke voorzetsels, typ ze allebei zonder hoofdletters en met alleen een spatie ertussen) Leren doe ik ... behulp ... een goede planning.
(a)
De jongen ... ik naar huis fiets, is mijn beste vriend.
waarmee
met wie
De hond ... ik wandel, heet Pollewop.
met wie
waarmee
Ik ben goed voorbereid op de toets van Nederlands!
Ja, zeker weten!
Ja, dat denk ik wel.
Nee, ik moet nog veel leren.
Nee en dat gaat me niet lukken.
