NEW
Font size
WorksheetsIndustriele revolutie
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
Geschiedenis kunnen we onderverdelen in 4 perioden. De Industriële Revolutie valt in de periode van de…..
Nieuwste geschiedenis
Middeleeuwen
Oudheid
Nieuwe Geschiedenis
. I. Industriële revolutie is de overgang van handgereedschap naar het gebruik van machines.
II. De industriële revolutie begon in het jaar 1850.
Van bovenstaande beweringen is
I juist en II onjuist
I ojuist en II juist
beide onjuist
beide juist
Welke van de onderstaande gegevens is geen kenmerk van Europa voor de industriële revolutie.
De steden waren klein en dunbevolkt.
Er was geen elektriciteit.
Godsdienst had geen invloed in het dagelijks leven.
De wegen waren slecht en modderig.
De belangrijkste middel van bestaan voor de industriële revolutie was
Landbouw
Veeteelt
Handel
Nijverheid
Welke van de onderstaande vervoersmiddelen hoort niet thuis bij de periode van voor de industriële revolutie
paard en wagen
stoomschepen
trekschuiten
roeiboten
Bij een ….. wordt je plaats bepaald door…..
standenmaatschappij, kerk
klassenmaatschappij, geboorte
klassenmaatschappij, rijkdom
standenmaatschappij, geboorte
De Industriële revolutie begon in het jaar....
1700
1750
1800
1850
In welk land begon de Industriële revolutie?
Duitsland
Frankrijk
Nederland
Engeland
De eerste machines werden uitgevonden in de
Staalindustrie
Textielindustrie
Ijzerindustrie
Handel
De maker van de eerste bruikbare stoommachine is:
John Kay
Eli Whitney
James Watt
James Hargreaves
De schietspoel werd uitgevonden door:
John Kay
Eli Whitney
James Watt
James Hargreaves
De Cotton Gin werd uitgevonden door:
John Kay
Eli Whitney
James Watt
James Hargreaves
Mensen gingen op latere leeftijd trouwen. Gezinnen werden kleiner. Men besteedde geld aan sport en spel, voedsel en kleding. De huizen werden beter. Godsdienst had niet meer zoveel Invloed. Kinderen kregen onderwijs.
Bovenstaande uitleg hoort bij:
Nieuwe bestaansmiddelen
Groei van steden
Nieuwe tegenstelling in de maatschappij
Verandering van leefgewoonten
Tijdens de industriële revolutie waren de meeste Engelsen werkzaam in
landbouw en industrie
dienstensector en landbouw
handel en landbouw
handel en industrie
. …..is een maatschappelijk systeem waarbij een groep kapitaalbezitters de eigenaren waren van fabrieken.
. Industriële revolutie
Liberalisme
Self relaince
Industrieel kapitalisme
Welke van de onderstaande kenmerken hoort bij liberalisme op politiek gebied.
De ondernemers hadden belang bij een zo groot mogelijk vrijheid van handel
Ze waren voorstander van vrije concurrentie en vrijhandel
Ze wilden dat de invloed van de overheid op het economisch leven zo gering mogelijk moest zijn
Ze waren tegen vormen van vakbonden, want dan zouden ze geen lage lonen kunnen vaststellen
…..wilde door een gewelddadige revolutie een eind maken aan het …..
James Watt, Kapitalisme
John Kay, Liberalisme
Karl Marx, Communisme
Karl Marx, Kapitalisme
Welk begrip past het best bij bovenstaande plaatje.
Liberalisme
Cotinu proces
Kapitalisme
Self relaince
