wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader 1 - H7 - bloemen

Total questions: 21

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Zaadplanten hebben bloemen. Waar gebruikt een zaadplant zijn bloemen voor? (de functie van bloemen)

a)

Een zaadplant maakt bloemen zodat deze verkocht kunnen worden in een winkel.

b)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om zich voort te planten

c)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om zuurstof in de lucht los te laten.

d)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om voedingsstoffen op te nemen.

2.

Welke kleur heeft de bloemkelk meestal?

a)

Paars

b)

Rood

c)

Geel

d)

Groen

3.

De stamper is het vrouwelijk voorplantingsorgaan van een plant. Uit welke onderdelen bestaat de stamper?

a)

Stempel, stijl en kroonblad

b)

Bloemkelk, Stijl en vruchtbeginsel

c)

Stempel, Stijl en vruchtbeginsel

d)

Vruchtbeginsel, Stempel en bloemkelk

4.

Hoe kun je stuifmeelkorrels het best omschrijven?

a)

Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke voortplantingscellen.

b)

Stuifmeelkorrels zijn de vrouwelijke voortplantingscellen

c)

Stuifmeelkorrels zijn de eicellen van planten

d)

Stuifmeelkorrels zijn de grootste cellen van een plant

5.

Een bloemkelk bestaat uit kelkbladeren. Wat is de functie van deze groene kelkbladeren?

a)

De kelkbladeren beschermen de bloem tegen uitdroging en kou

b)

De kelkbladeren kunnen insecten naar de bloem lokken.

c)

De kelkbladeren maken stuifmeel aan.

6.

De bloemkroon bestaat uit kroonbladeren. Hoe kun je kroonbladeren het best omschrijven?

a)

Kroonbladeren zijn FEL gekleurd en kunnen insecten naar zich toe LOKKEN.

b)

Kroonbladeren zijn FEL gekleurd en BESCHERMEN de bloem.

c)

Kroonbladeren zijn meestal GROEN en LOKKEN insecten.

d)

Kroonbladeren zijn GROEN en BESCHERMEN de bloem.

7.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

8.

Een zaadplant maakt eicellen. Waar kun je die eicellen vinden?

a)

In de stempel

b)

In de stijl

c)

In het zaadbeginsel

d)

In de meeldraden

9.

Bijen kunnen bloemen (helpen bij het) bestuiven. Hoe lokken planten de bijen aan?

a)

Door de felle kleuren van de bloemen en het nectar dat een bloem maakt.

b)

Door de groene kleuren van de bloemen en het nectar dat een bloem maakt.

c)

Door de honing die bloemen maken.

d)

Door de felle kleur van de stamper en de honing die bloemen maken.

10.

Hebben de eicellen van een plant ook een kern?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Is het vruchtbeginsel een deel van een stamper

a)

Ja

b)

Nee

12.

Bekijk de afbeelding. Welk nummer geeft de stijl aan?

a)

1

b)

5

c)

6

d)

2

13.

Bekijk de afbeelding. Welk onderdeel helpt bij het lokken van bijen

a)

1

b)

2

c)

4

d)

3

14.

Bekijk de afbeelding. Welk nummer geeft de meeldraad aan?

a)

2

b)

7

c)

5

d)

3

15.

Bekijk de afbeelding. Welk deel van de plant beschermt de bloemkroon tegen kou en uitdroging?

a)

Nummer 6

b)

Nummer 4

c)

Nummer 3

d)

Nummer 1

16.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

17.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

18.

Wat past er bij windbloemen?

a)

de stempel en meeldraden zitten binnen in de bloem

b)

de stempel en de meeldraden hangen buiten de bloem

c)

wel nectar

d)

geen nectar

19.

Wat past er bij insectenbloemen?

a)

veel stuifmeel

b)

weinig stuifmeel

c)

plakkerig stuifmeel

d)

rond en licht stuifmeel

20.

Wat voor soort bloem is dit?

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

21.

Hoe heet onderdeel 3?

a)

vruchtbeginsel

b)

zaadbeginsel

c)

kroonblad

d)

stuifmeelbuis