wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afsluiting aardrijkskunde onderbouw

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

H1 Bevolking:

Je ziet vijf kenmerken. Welke kenmerken horen bij het land met grafiek B?

a)

arm land

b)

kleine gezinnen

c)

Nederland

d)

lage levensverwachting

e)

hoog geboortecijfer

2.

HV1 H1 Bevolking:

Bekijk de gegevens van Frankrijk, een rijk land in West-Europa. Welke twee gegevens horen niet bij Frankrijk?

a)

Natuurlijke bevolkingsgroei: afname van de bevolking met 20% per jaar

b)

Vorm van de bevolkingsgrafiek: smalle onderkant

c)

Levensverwachting: 81 jaar

d)

Verdeling van de bevolking over leeftijdsgroepen: 0-19 jaar: 18%; 20-64 jaar: 65%; 65+: 17%

e)

Bevolkingsdichtheid: 2 mensen per km²

3.

HV1 H2 Klimaat:

Welke twee klimaten komen uitsluitend voor op gematigde breedte?

a)

Het savanneklimaat en het toendraklimaat.

b)

Het steppeklimaat en het poolklimaat.

c)

Het savanneklimaat en het tropisch regenwoudklimaat.

d)

Het gematigd zeeklimaat en het landklimaat.

4.

HV1 H2 Klimaat

Hieronder staan vijf kenmerken die te maken hebben met de invalshoek van het zonlicht. Welke drie kenmerken komen voor in de tropen?

a)

Een hoge zonnestand.

b)

Een grote invalshoek.

c)

Een grote schaduw

d)

Een groot oppervlak dat verwarmd wordt.

e)

Het licht volgt een korte afstand door de atmosfeer.

5.

HV1 H3 Cultuur:

Welke woorden horen op de plaats van de cijfers te staan?

Er zijn drie soorten <1>: dingen die te maken hebben met hoe je <2>, dingen die te maken hebben met je <3>, en de <4>.

a)

1 culturen, 2 opgevoed bent, 3 voorouders, 4 taal en godsdienst

b)

1 cultuurelementen, 2 samenleeft, 3 opvoeding, taal en godsdienst

c)

1 cultuurelementen, 2 samenleeft, 3 verstand, 4 zichtbare dingen

d)

1 culturen, 2 samenleeft, 3 verstand, 4 zichtbare dingen

6.

HV1 H3 Cultuur:

Welke van de hieronder sprekende personen is allochtoon?

a)

‘Ik ben Joods, geboren in 1935. Mijn ouders hebben het concentratiekamp in Duitsland niet overleefd.’

b)

‘Ik ben in Nederland geboren in 1989. Mijn ouders spreken heel goed Nederlands, dat hebben ze in Curaçao op school geleerd.’

c)

‘Ik kom oorspronkelijk uit Amsterdam, geboren in 1995, maar nu woon ik alweer drie jaar in Groningen.’

d)

‘Ik ben tijdens de oorlog geboren in Engeland, waar mijn Nederlandse ouders tijdelijk woonden.’

7.

HV1 H4: Natuurrampen

De Rijn vervoert bij Keulen meer water dan bij Basel, omdat …

a)

elke hoofdrivier weer extra water naar de zijrivier brengt.

b)

bij Keulen zich al meer zijrivieren bij de Rijn gevoegd hebben dan bij Basel.

c)

het bij Keulen veel meer regent dan in Basel, omdat het dichter bij de Noordzee ligt.

d)

bij Basel de Rijn een halfjaar bevroren is, omdat Basel in de bergen ligt.

8.

HV1 H4 Natuurrampen:

Hoe heet het punt (begrip!) dat op figuur 3 met het sterretje wordt aangegeven?

(a)  

9.

HV2 H1 Ontwikkeling:

Wat is de officiële benaming voor mensen die in de landbouw werken?

a)

primaire sector

b)

secundaire sector

c)

tertiaire sector

d)

quartaire sector

10.

HV2 H1 Ontwikkeling:

Lees de uitspraken over de economie hieronder. Welke uitspraken horen bij een centrumland?

a)

‘We zien steeds meer arbeidsintensieve bedrijven verhuizen naar het buitenland.’

b)

‘Ons land speelt een belangrijke rol in de globalisering.’

c)

‘Veel boeren trekken tegenwoordig van het platteland naar de stad om in de industrie te gaan werken."

d)

‘De regionale ongelijkheid in ons land is erg groot.’

e)

‘Europa en Japan zijn onze belangrijkste handelspartners.’

11.

HV2 H2 landschap:

Hieronder staat een aantal verschijnselen. Wat is de juiste volgorde? Zet de nummers 1 t/m 6 in de juiste volgorde.

1 Het water zet uit.

2 Een stuk steen breekt af.

3 De spleet wordt groter.

4 Het gaat vriezen.

5 Het regenwater vult de spleten.

6 In de rots zitten spleten en scheuren.

a)

3-4-2-1-6-5

b)

4-6-1-3-2-5

c)

6-5-4-1-3-2

d)

6-5-2-3-4-1

12.

HV2 H2 Landschap:

Welke van de volgende kenmerken is/zijn van toepassing op sedimentgesteente? (Let op: één of meer antwoorden kunnen goed zijn.)

a)

gelaagd

b)

gevlekt

c)

met fossielen

d)

losse korrels

e)

ontstaan uit magma

13.

HV2 H3 Steden:

Je kijkt met Google Maps naar een stad. Hoe zie je het best of het een koloniale dubbelstad is?

a)

Door het verschil in woningdichtheid tussen het moderne en

traditionele stadsdeel.

b)

Door het verschil in plattegrond tussen het moderne en traditionele

stadsdeel.

c)

Door het verschil in functie tussen het moderne en traditionele

stadsdeel.

d)

Doordat in het traditionele stadsdeel de inlandse bevolking woont en in

het moderne deel de buitenlanders.

14.

HV2 H3 Steden:

Een steeds groter deel van de stadsbevolking in de wereld woont in niet-westerse gebieden. Wat zijn de oorzaken voor deze ontwikkeling? (Meerdere antwoorden goed)

a)

In niet-westerse landen noemt men een plaats al gauw een stad.

b)

Niet-westerse landen hebben een veel hogere natuurlijke groei.

c)

In westerse landen vindt ook veel suburbanisatie plaats.

d)

In niet-westerse landen richt de verstedelijking zich vooral op de

primate city.

e)

Steden in niet-westerse landen hebben een veel hoger

vestigingsoverschot.

15.

HV2 H4 Water:

De waterbalans van Nederland laat zien dat de neerslag en de rivieren voor aanvoer van zoet water zorgen. Welke andere bron zorgt eveneens voor de aanvoer van zoet water?

a)

A grondwater

b)

B verdamping

c)

C smeltend landijs

d)

D piekafvoer

16.

HV2 H4 Water:

Zet onderstaande vormen van irrigatie in oplopende volgorde van duurzaam waterbeheer. Begin met de minst duurzame vorm van watergebruik.

1 geulirrigatie

2 onder water zetten rijstvelden

3 beregenen

4 druppelirrigatie

a)

2-3-1-4

b)

2-1-3-4

c)

4-3-1-2

d)

1-2-3-4

17.

HV3 H1 Wereldeconomie

Wat is het meest van toepassing op de afbeelding

a)

Globalisering

b)

Global shift

c)

BRICS-landen verliezen terrein

d)

Protectionisme

18.

HV3 H1 Wereldeconomie

Veel mno's verplaatsen delen van hun activiteiten naar BRICS-landen (lage loon landen). Om welke redenen doen ze dat?

a)

De transportkosten van goederen stijgen.

b)

De loonkosten zijn er lager.

c)

De afzetmarkt in die landen groeit.

d)

De sociale onrust daalt hier door de afname van sociale ongelijkheid.

e)

Gebrek aan vaklui in de westerse landen.

19.

HV3 H2 Aarde

Welke drie uitspraken zijn juist? Noteer alleen de nummers van laag naar hoog zonder spaties (bijv 123).

1 Het aardoppervlak bestaat voor ruim twee derde uit water.

2 De oceaanbodem bestaat uit licht vulkanisch gesteente.

3 De continentale korst is dunner dan de oceaanbodem.

4 De continentale korst bestaat voor een deel uit organisch sedimentgesteente.

5 Zuurstof (O2) uit de atmosfeer ligt als het ware opgeslagen in de aardkorst.

6 450 miljard jaar geleden was de aardkorst gesmolten.

7 De aardkorst drijft op de aardmantel.

(a)  

20.

HV3 H3 Aarde:

De steenkoollagen uit het Carboon vormen het

a)

moedergesteente voor aardolie.

b)

reservoirgesteente voor aardolie.

c)

moedergesteente voor aardgas.

d)

reservoirgesteente voor aardgas.

21.

HV3 H3 Duurzaam:

Welke 2 letters gaan over milieu-aantasting? Noteer zonder spaties (bijv AB).

A. het leefgebied van dieren wordt kleiner door ontbossing

B. afnemende voorraden

C. stoffen die niet in een bepaald ecosysteem thuishoren

D. droogvallende waterputten in India

E. landbouwgif in de Chinese rivieren

F. kappen van oerwoud op Java

(a)  

22.

HV3 H3 Duurzaam:

Noteer de letter van de juiste uitspraak.

A. Door geboortebeperking wordt het aanbod van water vergroot.

B. Door het ontzilten van zeewater neemt de vraag naar zoet water af.

C. Door het opvangen van regenwater raken aquifers leeg.

D. Stuwmeren herbergen bovengronds fossiel water.

E. Door minder vlees te eten, verminder je de vraag naar water.

F. Recyclen is het hergebruiken van waterzuinige gewassen.

(a)  

23.

HV3 H4 conflicten:

In de krant staat boven een artikel de kop: ‘Quechua-indianen Peru eisen onderwijs in eigen taal’. Hier is sprake van...

a)

nationalisme.

b)

regionalisme.

c)

separatisme.

d)

territorialisme.

24.

HV3 H4 Conflicten:

Bekijk de vluchtelingenstromen. Welke twee kenmerken passen het best bij land b?

a)

persvrijheid

b)

grootschalige honger

c)

in 2011 laaide hier ook al een conflict op

d)

democratie

25.

Topo NL:

Welke plaats(en) ligt(gen( niet in de provincie Gelderland?

a)

Amersfoort

b)

Nijmegen

c)

Kampen

d)

Doetinchem

e)

Almelo

26.

Topo Europa:

Wat is de hoofdstad van Noord-Macedonië?

(a)  

27.

Topo Wereld:

Door China stroomt de Huang He. Hoe heet de andere grote rivier?

(a)  

28.

Ik heb het gevoel in 3 jaar veel geleerd te hebben bij aardrijkskunde!

a)

ja

b)

nee

c)

weet het niet