wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eindejaarsquiz

Total questions: 15

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de statement of inquiry van unit 1?

a)

To connect with others we need to understand conventions so we can adapt our message to demonstrate our identities and relationships.

b)

Dit ben ik. Wie ben jij?

c)

In order to communicate you need to talk about others.

d)

Communication: Use appropriate forms of writing for different purposes and audiences.

2.

Welke ATL hebben we dit jaar NIET aan gewerkt?

a)

Communication: Interpret and use effectively modes of non-verbal communication.

b)

Communication: Use appropriate forms of writing for different purposes and audiences.

c)

Communication: Read a variety of sources for information or pleasure.

d)

Research: Access information to be informed and inform others.

3.

Wat is een veelvoorkomende structuur van een tekst?

a)

Inleiding, middenstuk, slot.

b)

Slot, middenstuk, inleiding.

c)

Middenstuk, slot, inleiding.

d)

Middenstuk, inleiding, slot.

4.

Wat is GEEN doel van een tekst?

a)

Informeren

b)

Overhalen

c)

Mening geven

d)

Reizen

5.

Welke tekstsoorten heb je in de unit Toerisme geleerd te herkennen (recognize)? (meer antwoorden mogelijk)

a)

reisverslag

b)

nieuwsartikel

c)

advertentie/reclame

d)

e-mail

e)

brief

6.

Wat moet je met 'x t kofschip'/'x soft ketchup'?

a)

de laatste letters bepalen (determine) bij de tegenwoordige tijd van een werkwoord (present tense)

b)

de laatste letters bepalen (determine) bij een bijvoeglijk naamwoord (adjective)

c)

de laatste letters bepalen (determine) bij de verleden tijd (past tense)

d)

bepalen (determine) wat je op je patat doet

7.

Hoe weet je wat de verleden tijd van een onregelmatig (sterk) werkwoord is?

a)

Dat moet je leren.

b)

Daar gebruik je x softketchup voor.

c)

Als het eindigt op een lange klank, moet je de klinker (vowel) verdubbelen (double).

d)

Dan moet je 'ed' achter het werkwoord zetten.

8.

Deze hond is dik. Hoe kun je dit ook zeggen? (meer antwoorden mogelijk)

a)

een dikke hond

b)

de dikke hond

c)

het dik hondje

d)

een dik hondje

9.

Noem 1 van de 5W1H vraagwoorden beginnend met een 'w'. (don't use capital letters)

(a)  

10.

Waarover ging de schrijftoets van de 1e unit (Dit ben ik. Wie ben jij?)

a)

Schrijf een e-mail naar een penvriend of penvriendin.

b)

Schrijf een brief naar de docent.

c)

Schrijf een verhaal over jezelf.

d)

Schrijf een nieuwsartikel over jezelf.

11.

Met wie moest je praten als summative spreektoets voor de unit Dit ben ik. Wie ben jij?

a)

met je ouders

b)

met je vrienden

c)

met een penvriend of penvriendin

d)

met de docent

12.

Welke onderdelen hebben we in de unit Toerisme gedaan?

a)

woordenschat

b)

lezen

c)

luisteren

d)

schrijven

13.

Wat is de achternaam van je docent?

(a)  

14.

Is je Nederlands verbeterd door het afgelopen jaar? (Did you improve your Dutch during this year?)

a)

Nee, helemaal niet.

b)

Een beetje (a little)

c)

Behoorlijk veel (quite a lot)

d)

Heel veel (a lot)

15.

Which unit did you enjoy more?

a)

Toerisme

b)

Dit ben ik. Wie ben jij?

c)

Neither

d)

Both