Font size
WorksheetsEindejaarsquiz
Total questions: 15
Worksheet time: 10mins
Wat is de statement of inquiry van unit 1?
To connect with others we need to understand conventions so we can adapt our message to demonstrate our identities and relationships.
Dit ben ik. Wie ben jij?
In order to communicate you need to talk about others.
Communication: Use appropriate forms of writing for different purposes and audiences.
Welke ATL hebben we dit jaar NIET aan gewerkt?
Communication: Interpret and use effectively modes of non-verbal communication.
Communication: Use appropriate forms of writing for different purposes and audiences.
Communication: Read a variety of sources for information or pleasure.
Research: Access information to be informed and inform others.
Wat is een veelvoorkomende structuur van een tekst?
Inleiding, middenstuk, slot.
Slot, middenstuk, inleiding.
Middenstuk, slot, inleiding.
Middenstuk, inleiding, slot.
Wat is GEEN doel van een tekst?
Informeren
Overhalen
Mening geven
Reizen
Welke tekstsoorten heb je in de unit Toerisme geleerd te herkennen (recognize)? (meer antwoorden mogelijk)
reisverslag
nieuwsartikel
advertentie/reclame
brief
Wat moet je met 'x t kofschip'/'x soft ketchup'?
de laatste letters bepalen (determine) bij de tegenwoordige tijd van een werkwoord (present tense)
de laatste letters bepalen (determine) bij een bijvoeglijk naamwoord (adjective)
de laatste letters bepalen (determine) bij de verleden tijd (past tense)
bepalen (determine) wat je op je patat doet
Hoe weet je wat de verleden tijd van een onregelmatig (sterk) werkwoord is?
Dat moet je leren.
Daar gebruik je x softketchup voor.
Als het eindigt op een lange klank, moet je de klinker (vowel) verdubbelen (double).
Dan moet je 'ed' achter het werkwoord zetten.
Deze hond is dik. Hoe kun je dit ook zeggen? (meer antwoorden mogelijk)
een dikke hond
de dikke hond
het dik hondje
een dik hondje
Noem 1 van de 5W1H vraagwoorden beginnend met een 'w'. (don't use capital letters)
(a)
Waarover ging de schrijftoets van de 1e unit (Dit ben ik. Wie ben jij?)
Schrijf een e-mail naar een penvriend of penvriendin.
Schrijf een brief naar de docent.
Schrijf een verhaal over jezelf.
Schrijf een nieuwsartikel over jezelf.
Met wie moest je praten als summative spreektoets voor de unit Dit ben ik. Wie ben jij?
met je ouders
met je vrienden
met een penvriend of penvriendin
met de docent
Welke onderdelen hebben we in de unit Toerisme gedaan?
woordenschat
lezen
luisteren
schrijven
Wat is de achternaam van je docent?
(a)
Is je Nederlands verbeterd door het afgelopen jaar? (Did you improve your Dutch during this year?)
Nee, helemaal niet.
Een beetje (a little)
Behoorlijk veel (quite a lot)
Heel veel (a lot)
Which unit did you enjoy more?
Toerisme
Dit ben ik. Wie ben jij?
Neither
Both
