wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Erfelijkheid 1

Total questions: 14

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

2.

Wanneer ligt het fenotype van een iemand vast?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

d)

Nooit

3.

Het fenotype wordt bepaald door

a)

Genotype

b)

Milieu

c)

Genotype en milieu

d)

Je keuzes in het leven

4.

John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor beter ontwikkeld. Is het genotype van John veranderd?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Is de persoon van het karyogram een jongen of een meisje?

a)

Jongen

b)

Meisje

6.

Een kat heeft in een lichaamcel 38 chromosomen. Hoeveel zitten er dan is een geslachtscel?

a)

38

b)

19

c)

18

d)

76

7.

Een bioloog bepaald het aantal chromosomen van een cel onder de microscoop. Zij telt er 21. Welke conclusie kun je nu trekken?

a)

Dit is een geslachtscel

b)

Dit is een lichaamscel

c)

Dit kan een lichaamscel of een geslachtscel zijn

8.
De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
a)
Geslachtelijke voortplanting
b)
Ongeslachtelijke voortplanting
9.

Wat voor DNA zit er in je oogcellen?

a)

alleen DNA voor de kenmerken van het oog

b)

Dat ligt er aan waar in het oog het ligt

c)

Dat kan je niet weten

d)

Alle informatie van je DNA

10.

Iedere eigenschap staat ... keer in het DNA

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

11.

Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Dna

d)

Milieu

12.
Beantwoord de volgende vragen met behulp van deze gegevens:
een bladcel van een erwtenplant bevat 14 chromosomen;
een pootcel van een kater bevat 38 chromosomen;
een niercel van een mens bevat 46 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een staartcel van een kater?
a)
14
b)
38
c)
72
d)
46
13.

Je hebt twee paar geslachtschromosomen

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Hoeveel genen heb je voor een eigenschap?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46