Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vakantietaak wiskunde 2: Ontbinden in factoren. Opdracht 1

Total questions: 36

Worksheet time: 9hrs 0mins

Name
Class
Date
1.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

8a+24b=

(a)  

2.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

5a-15=

(a)  

3.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

7a+7=

(a)  

4.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

-32-4b=

(a)  

5.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

-9a-6=

(a)  

6.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

-10x+5=

(a)  

7.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

3ab-5bc=

(a)  

8.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

-4a-12ab=

(a)  

9.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

9abc-15ab=

(a)  

10.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

15a-9b+27c=

(a)  

11.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

-4a+12b-20=

(a)  

12.

Gemeenschappelijke factor buiten haken brengen.

(Geen spaties typen)

-6+8xy=

(a)  

13.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

x²-16=

(a)  

14.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

64-x²=

(a)  

15.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

x²-121=

(a)  

16.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

9-x²=

(a)  

17.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

x²-4/9=

(a)  

18.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

1-x²=

(a)  

19.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

-100+x²=

(a)  

20.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

144-x²=

(a)  

21.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

-1+x²=

(a)  

22.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

49-x²=

(a)  

23.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

-1/4+x²=

(a)  

24.

Schrijf als een product van een som en een verschil.

-x²+25

(a)  

25.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²+6x+9=

(a)  

26.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²+14x+49=

(a)  

27.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²-4x+4=

(a)  

28.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²-10x+25=

(a)  

29.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

1+x²+2x=

(a)  

30.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

16-8x+x²=

(a)  

31.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²+1-2x=

(a)  

32.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²-81-18x=

(a)  

33.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

x²+100-20x=

(a)  

34.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

36+x²-12x=

(a)  

35.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

a²+2ax+x²=

(a)  

36.

Ontbind in factoren door se som van de 3 termen te schrijven als een volkomen kwadraat.

2x²-12x+18=

(a)