NEW
Font size
WorksheetsModalverben
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Im Restaurant gebrauche ich meistens:
sollen
mögen
mögen
möchten
;Wanneer je iets graag lust gebruik je een vorm van:
sollen
wollen
mögen
möchten
Wanneer je het hebt over je lievelingseten gebruik je een vorm van:
mögen
dürfen
möchten
können
Wanneer je iets écht niet wilt gebruik je:
möchten:
wollen
mögen
sollen
Het meervoud van sollen, wollen, mögen en möchten is eenvoudiger te leren dan het enkelvoud.
ja
nein
De moeilijkheid is dat het enkelvoud van de werkwoorden niet overeenkomt met het basiswerkwoord machen uit klas 1.
ja
nein
Möchte ich eine Cola. Deze zin kan wel/niet.
wel
niet
Bij het bestellen van een broodworst zeg je:
Ich möchte eine Bratwurst.
Mag ich eine Bratwurst?
Kann ich eine Bratwurst haben?
Darf ich eine Bratwurst?
Ik houd van wortels. Dan zeg ik:
Ich mag Karotten.
Ich möchte Karotten.
Darf ich Karotten?
Kann ich Karotten haben?
Je wilt dat iemand jou niet aanraakt. Je zegt:
Das möchte ich nicht!
Das mag ich nicht!
Das sollst du nicht machen!
Das will ich nicht!
