wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Modalverben

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Im Restaurant gebrauche ich meistens:

a)

sollen

b)

mögen

c)

mögen

d)

möchten

2.

;Wanneer je iets graag lust gebruik je een vorm van:

a)

sollen

b)

wollen

c)

mögen

d)

möchten

3.

Wanneer je het hebt over je lievelingseten gebruik je een vorm van:

a)

mögen

b)

dürfen

c)

möchten

d)

können

4.

Wanneer je iets écht niet wilt gebruik je:

a)

möchten:

b)

wollen

c)

mögen

d)

sollen

5.

Het meervoud van sollen, wollen, mögen en möchten is eenvoudiger te leren dan het enkelvoud.

a)

ja

b)

nein

6.

De moeilijkheid is dat het enkelvoud van de werkwoorden niet overeenkomt met het basiswerkwoord machen uit klas 1.

a)

ja

b)

nein

7.

Möchte ich eine Cola. Deze zin kan wel/niet.

a)

wel

b)

niet

8.

Bij het bestellen van een broodworst zeg je:

a)

Ich möchte eine Bratwurst.

b)

Mag ich eine Bratwurst?

c)

Kann ich eine Bratwurst haben?

d)

Darf ich eine Bratwurst?

9.

Ik houd van wortels. Dan zeg ik:

a)

Ich mag Karotten.

b)

Ich möchte Karotten.

c)

Darf ich Karotten?

d)

Kann ich Karotten haben?

10.

Je wilt dat iemand jou niet aanraakt. Je zegt:

a)

Das möchte ich nicht!

b)

Das mag ich nicht!

c)

Das sollst du nicht machen!

d)

Das will ich nicht!