wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Geo - Australie

Total questions: 31

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een legenda?

a)

Een lijst met de betekenis van alles in de boek.

b)

Een lijst met de betekenis van alles in een atlas.

c)

Een lijst waarin je kunt vinden waar alles staat in een atlas.

2.

Waar in de atlas vindt je de legenda?

a)

In/naast de kaart

b)

Voorin de atlas

c)

Achterin de atlas

3.

Waar in de atlas kun je de algemene inhoud vinden?

a)

Voorin de atlas

b)

In het midden van de atlas

c)

Achterin de atlas

4.

Welke soorten kaarten zijn er?

a)

Thematische kaarten

b)

Topografische kaarten

c)

Natuurkundige kaarten

d)

Staatkundige kaarten

5.

Wat heb je nodig om een kaart goed te kunnen lezen?

a)

Ogen - legenda - schaal - titel

b)

titel - legenda - schaal en noordpijl

c)

noordpijl en legenda

6.

Waar vind je de noordpijl als die niet op de kaart staat?

a)

Boven aan de kaart

b)

Onder aan de kaart

c)

zijkant

7.
Wat gebeurt er met de relatieve afstand als de pont wordt vervangen door een brug?
a)
Wordt groter
b)
Blijft gelijk
c)
Wordt kleiner
8.
Wat mist er op deze kaart?
a)
Legenda
b)
Noordpijl
c)
Schaal
d)
Titel
9.
De afstand van het Centraal Station naar de Dam is op de kaart 5 cm. De schaal van de kaart is 1:20.000.
a)
0,1 km
b)
1 km
c)
0,2 km
d)
2 km
10.
Waar of niet waar?
Als je een kleiner gebied wilt bekijken met meer detail, moet je inzoomen.
a)
Waar
b)
Niet waar
11.

Op een overzichtskaart van de wereld zie je meer detail dan op een overzichtskaart van Melbourne.

a)
Waar
b)
Niet waar
12.
Op deze kaart kan je de ................. aflezen.
a)
Breedteligging
b)
Lengteligging
13.
De rode lijn geeft de ............. aan
a)
Absolute afstand
b)
Relatieve afstand
14.

Waar zorgt de evenaar voor?

a)

Op aarde NB en ZB hebben

b)

Op aard OL en WL hebben

15.

Een kaart heeft een schaal van 1: 100.000. Hoeveel kilometer is dat in werkelijkheid?

a)

1 km

b)

10 km

c)

15 km

d)

100 km

16.

Peter onderzoekt de armoede in de wereld. Welk schaalniveau is dit?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

17.

Erik zegt dat het inkomen in het noorden van Nederland lager ligt dan in het zuiden. Welk niveau past hierbij.

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

18.

Bij welk niveau hoort deze uitspraak? ''In het drukke stadscentrum van Maastricht hebben de mensen een hoger salaris dan in de buitenwijken''

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

19.

Wanneer je kijkt naar een streek of provincie dan kijk je op ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

20.

Als je eerst op mondiaal schaalniveau kijkt en daarna op contintaal schaalniveau... Wat doe je dan??

a)

inzoomen

b)

uitzoomen

21.

Welk niveau hoort bij Gelderland?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

22.

Wanneer je kijkt naar een werelddeel dan kijk je op ...

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

23.

Door de Nederlandse regering zijn de wegen overal goed aangelegd. Ook in Friesland. Welke niveau's beïnvloeden elkaar?

a)

Het nationaal schaalniveau beïnvloedt het regionaal schaalniveau

b)

Het regionaal schaalniveau beïnvloedt het mondiaal schaalniveau

c)

Het lokaal schaalniveau beïnvloedt het nationaal schaalniveau

24.
Wat is een ander woord voor breedtecirkel is......
a)
Lengtecirkel
b)
Nulmeridiaan
c)
Evenaar
d)
Parallel
25.
Op hoeveel graden kan een plaats maximaal van de evenaar afliggen?
a)
180 graden
b)
90 graden
c)
160 graden
d)
360 graden
26.
Meridianen lopen van pool tot pool. Deze zin is....
a)
Juist
b)
Onjuist
27.
Ligt een plaats ten westen van de nulmeridiaan dan ligt deze plaats op....
a)
Oosterlengte
b)
Noorderbreedte
c)
Westerlengte
d)
Zuiderbreedte
28.
De evenaar is een breedtecirkel. Is deze zin juist of onjuist?
a)
Juist
b)
Onjuist
29.
Om de absolute ligging te kunnen bepalen heb je twee dingen nodig:
a)
Breedteligging en lengteligging
b)
Oosterlengte en Westerlengte
c)
Evenaar en nulmeridiaan
d)
Breedtecirkel en Parallel
30.
Hoeveel graden ligt een plaats van de evenaar af als deze op hoge breedte ligt?
a)
Tussen de 0 en 30
b)
Tussen de 30 en 60
c)
Tussen de 60 en 90
d)
Tussen de 90 en 180
31.

Een ander woord voor reliëf is

a)

Hoogte in het landschap

b)

Hoogvlakte in het landschap

c)

Hoogteligging in het landschap

d)

Hoogteverschil in het landschap