Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 paragraaf 2.1 krachten

Total questions: 16

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
de eenheid van kracht is
a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)
Tesla
2.

Wat is het symbool voor kracht?

a)

F

b)

N

c)

K

d)

S

3.

Is ons gewicht op de aarde hetzelfde als op de maan?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Verandert de massa van een lichaam als we het met een raket naar de maan zouden brengen?

a)

Ja

b)

Nee

5.

De aarde is geen volmaakte bol - aan de bovenkant is hij een beetje plat en bij de evenaar stulpt hij uit. Waar weeg je het meest?

a)

Op de Noordpool.

b)

Op de Zuidpool.

c)

Op beide polen.

d)

Aan de evenaar.

6.

Welke verandering is er op getreden op het cola blikje?

a)

Verandering van gewicht

b)

Verandering van vorm

c)

Verandering van kleur

d)

Verandering van massa

7.

Met welke kracht heb je niet te maken als je naar huis fietst?

a)

Wrijvingskracht

b)

Spierkracht

c)

Magnetische kracht

d)

Zwaartekracht

8.

Een ander woord voor tijdelijke vervorming is ...

a)

elastische vervorming

b)

plastische vervorming

9.

Een ander woord voor permanente vervorming is ...

a)

elastische vervorming

b)

plastische vervorming

10.

Welke kracht zorgt voor het vervormen van de spons?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

11.

Welke kracht zorgt voor het bewegen van de schaatser?

a)

spierkracht

b)

zwaartekracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

e)

elektrostatische kracht

12.

Wat is het gevolg van de kracht op de spons?

a)

elastische vervorming

b)

plastische vervorming

c)

versnellen

d)

vertragen

e)

van richting veranderen

13.

Wat is het gevolg van de kracht op de auto?

a)

elastische vervorming

b)

plastische vervorming

c)

versnellen

d)

vertragen

e)

van richting veranderen

14.

Welke kracht herken je op afbeelding?

a)

zwaartekracht

b)

veerkracht

c)

wrijvingskracht

d)

luchtweerstand

e)

gewicht

15.

Welke kracht herken je op afbeelding?

a)

zwaartekracht

b)

veerkracht

c)

wrijvingskracht

d)

luchtweerstand

e)

gewicht

16.
Om de zwaarteveldsterkte te berekenen zet je de formule van zwaartekracht om. Welke omzetting is juist?
a)
g=m.FZ
b)
g=FZ/m
c)
g=m/FZ