NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoorden Thema 1 les 5 Snappet Taal in Beeld
Total questions: 24
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
de bemesting
a)
mest op het land strooien zodat planten beter gaan groeien
b)
iets met vergif bestrijden
c)
onkruid helemaal vernietigen
d)
een stof die voorkomt dat planten ziek worden
e)
als er meer goederen worden gemaakt dan er gebruikt worden
2.
het bestrijdingsmiddel
a)
een middel waarmee je insecten of onkruid dood kunt maken
b)
mest op het land strooien zodat planten beter gaan groeien
c)
iets met vergif bestrijden
d)
onkruid helemaal vernietigen
e)
een stof die voorkomt dat planten ziek worden
3.
de bio-industrie
a)
het houden van veel dieren op een kleine oppervlakte
b)
een middel waarmee je insecten of onkruid dood kunt maken
c)
mest op het land strooien zodat planten beter gaan groeien
d)
iets met vergif bestrijden
e)
onkruid helemaal vernietigen
4.
de biologische landbouw
a)
het verbouwen van gewassen op een natuurlijke manier
b)
het houden van veel dieren op een kleine oppervlakte
c)
een middel waarmee je insecten of onkruid dood kunt maken
d)
mest op het land strooien zodat planten beter gaan groeien
e)
iets met vergif bestrijden
5.
chemisch
a)
niet uit de natuur, maar door mensen gemaakt
b)
het verbouwen van gewassen op een natuurlijke manier
c)
het houden van veel dieren op een kleine oppervlakte
d)
een middel waarmee je insecten of onkruid dood kunt maken
e)
mest op het land strooien zodat planten beter gaan groeien
6.
de landbouwer
a)
een boer die leeft van het verbouwen van gewassen
b)
niet uit de natuur, maar door mensen gemaakt
c)
het verbouwen van gewassen op een natuurlijke manier
d)
het houden van veel dieren op een kleine oppervlakte
e)
een middel waarmee je insecten of onkruid dood kunt maken
7.
natuurlijk
a)
wat uit de natuur komt en niet door mensen is gemaakt
b)
een boer die leeft van het verbouwen van gewassen
c)
niet uit de natuur, maar door mensen gemaakt
d)
het verbouwen van gewassen op een natuurlijke manier
e)
het houden van veel dieren op een kleine oppervlakte
8.
het natuurproduct
a)
iets dat uit de natuur komt
b)
wat uit de natuur komt en niet door mensen is gemaakt
c)
een boer die leeft van het verbouwen van gewassen
d)
niet uit de natuur, maar door mensen gemaakt
e)
het verbouwen van gewassen op een natuurlijke manier
9.
de overproductie
a)
als er meer goederen worden gemaakt dan er gebruikt worden
b)
iets dat uit de natuur komt
c)
wat uit de natuur komt en niet door mensen is gemaakt
d)
een boer die leeft van het verbouwen van gewassen
e)
niet uit de natuur, maar door mensen gemaakt
10.
de pesticide
a)
een stof die voorkomt dat planten ziek worden
b)
als er meer goederen worden gemaakt dan er gebruikt worden
c)
iets dat uit de natuur komt
d)
wat uit de natuur komt en niet door mensen is gemaakt
e)
een boer die leeft van het verbouwen van gewassen
11.
verdelgen
a)
onkruid helemaal vernietigen
b)
een stof die voorkomt dat planten ziek worden
c)
als er meer goederen worden gemaakt dan er gebruikt worden
d)
iets dat uit de natuur komt
e)
wat uit de natuur komt en niet door mensen is gemaakt
12.
vergiftigen
a)
iets met vergif bestrijden
b)
onkruid helemaal vernietigen
c)
een stof die voorkomt dat planten ziek worden
d)
als er meer goederen worden gemaakt dan er gebruikt worden
e)
iets dat uit de natuur komt
13.
de asielzoeker
a)
iemand die gevlucht is uit zijn land en in een ander land vraagt om er te wonen
b)
toestemming die iemand moet hebben om te wonen en werken in een land
c)
als je het niet erg vindt dat andere mensen anders denken en anders doen
d)
voor iets vluchten
e)
iemand die nog maar kort ergens is
14.
de emigratie
a)
als mensen in een ander land gaan wonen
b)
iemand die gevlucht is uit zijn land en in een ander land vraagt om er te wonen
c)
toestemming die iemand moet hebben om te wonen en werken in een land
d)
als je het niet erg vindt dat andere mensen anders denken en anders doen
e)
voor iets vluchten
15.
emigreren
a)
verhuizen naar een ander land
b)
als mensen in een ander land gaan wonen
c)
iemand die gevlucht is uit zijn land en in een ander land vraagt om er te wonen
d)
toestemming die iemand moet hebben om te wonen en werken in een land
e)
als je het niet erg vindt dat andere mensen anders denken en anders doen
16.
de hulporganisatie
a)
een groep mensen die hulp biedt aan mensen en landen met problemen
b)
verhuizen naar een ander land
c)
als mensen in een ander land gaan wonen
d)
iemand die gevlucht is uit zijn land en in een ander land vraagt om er te wonen
e)
toestemming die iemand moet hebben om te wonen en werken in een land
17.
iemands achtergrond
a)
wat er eerder gebeurd is in iemands leven en waar iemand vandaan komt
b)
een groep mensen die hulp biedt aan mensen en landen met problemen
c)
verhuizen naar een ander land
d)
als mensen in een ander land gaan wonen
e)
iemand die gevlucht is uit zijn land en in een ander land vraagt om er te wonen
18.
de immigratie
a)
als mensen uit een ander land in Nederland komen wonen
b)
wat er eerder gebeurd is in iemands leven en waar iemand vandaan komt
c)
een groep mensen die hulp biedt aan mensen en landen met problemen
d)
verhuizen naar een ander land
e)
als mensen in een ander land gaan wonen
19.
de maatschappij
a)
alle mensen die samen in een land leven met hun eigen regels
b)
als mensen uit een ander land in Nederland komen wonen
c)
wat er eerder gebeurd is in iemands leven en waar iemand vandaan komt
d)
een groep mensen die hulp biedt aan mensen en landen met problemen
e)
verhuizen naar een ander land
20.
de nationaliteit
a)
uit welk land je komt
b)
alle mensen die samen in een land leven met hun eigen regels
c)
als mensen uit een ander land in Nederland komen wonen
d)
wat er eerder gebeurd is in iemands leven en waar iemand vandaan komt
e)
een groep mensen die hulp biedt aan mensen en landen met problemen
21.
de nieuwkomer
a)
iemand die nog maar kort ergens is
b)
uit welk land je komt
c)
alle mensen die samen in een land leven met hun eigen regels
d)
als mensen uit een ander land in Nederland komen wonen
e)
wat er eerder gebeurd is in iemands leven en waar iemand vandaan komt
22.
ontvluchten
a)
voor iets vluchten
b)
iemand die nog maar kort ergens is
c)
uit welk land je komt
d)
alle mensen die samen in een land leven met hun eigen regels
e)
als mensen uit een ander land in Nederland komen wonen
23.
tolerant
a)
als je het niet erg vindt dat andere mensen anders denken en anders doen
b)
voor iets vluchten
c)
iemand die nog maar kort ergens is
d)
uit welk land je komt
e)
alle mensen die samen in een land leven met hun eigen regels
24.
de verblijfsvergunning
a)
toestemming die iemand moet hebben om te wonen en werken in een land
b)
als je het niet erg vindt dat andere mensen anders denken en anders doen
c)
voor iets vluchten
d)
iemand die nog maar kort ergens is
e)
uit welk land je komt
Reset
