wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Snelheid berekenen

Total questions: 8

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

1 uur = (a)   seconden

2.

Een wielrenner fietst 11 m/s

Bereken de snelheid in km/h

(a)  

3.

De wielrenner fietst 39,6 km/h

Hij doet 6 uur over de gehele etappe

Hoe lang is de lengte van de etappe?

(a)  

4.

Welke grootheden horen bij 1,2 en 3?

a)

1 snelheid. 2 afstand. 3 tijd

b)

1 snelheid. 2 tijd. 3 afstand

c)

1 afstand. 2 tijd. 3 snelheid

d)

1 afstand. 2 snelheid. 3 tijd

5.

Een wielrenner rijdt met een snelheid van 43 km/u.

Een schaatser rijdt de 500 m in 33 seconden.


Wat is het verschil in snelheid van elkaar in km/u?

(a)  

6.

Senna gaat met de trein van Hilversum naar Deventer

Welke afstand zit Senna in de trein?

(a)  

7.

Hoelang zit ze in de trein van Hilversum naar Deventer?

(a)  

8.

Een voertuig heeft in 2 uur 70 km afgelegd. wat is de snelheid van het voertuig?

(a)