Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 1+2

Total questions: 33

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Het verschil in klimaat in Zuid-Afrika wordt onder andere bepaald door de golfstromen.

a)

Goed

b)

Fout

2.

Rond Zuid-Afrika kennen we 2 golfstromen.

a)

Goed

b)

Fout

3.

Een koude golfstroom zorgt bij Zuid-Afrika voor veel verdamping en dus neerslag.

a)

Goed

b)

Fout

4.

Kies het goede antwoord:

a)

Warm water zorgt voor veel verdamping en veel neerslag omdat het korter duurt om het zeewater te verwarmen.

b)

Warm water zorg voor weinig verdamping en veel neerslag omdat het langer duurt om het zeewater te verwarmen.

c)

Warm water zorgt voor veel verdamping en weinig neerslag omdat het langer duurt om het zeewater te verwarmen.

d)

Warm water zorgt voor weinig verdamping en weinig neerslag omdat het korter duurt om het zeewater te verwarmen.

5.

De savanne bestaat uit:

a)

grassen en lage struiken

b)

lange grassen, afgewisseld met bomen en struiken

c)

een droog gebied waar bijna niets groeit

d)

een dicht begroeid bos

6.

De steppe bestaat uit:

a)

grassen en lage struiken

b)

lange grassen, afgewisseld met bomen en struiken

c)

een droog gebied waar bijna niets groeit

d)

een dicht begroeid bos

7.

De foto is een afbeelding van

a)

tropisch regenwoud

b)

steppe

c)

savanne

d)

woestijn

8.

De foto is een afbeelding van

a)

tropisch regenwoud

b)

steppe

c)

savanne

d)

woestijn

9.

De foto is een afbeelding van

a)

tropisch regenwoud

b)

steppe

c)

savanne

d)

woestijn

10.

Bij stuwingsneerslag:

a)

daalt lucht en koelt af en ontstaat er neerslag

b)

daalt lucht en warmt en lost de bewolking op

c)

stijgt lucht op en koelt af en ontstaat er neerslag

d)

stijgt lucht op en warmt op en ontstaat er neerslag

11.

De loefzijde van een gebergte is de kant waar de neerslag valt.

a)

Goed

b)

Fout

12.

De lijzijde is de kant van het gebergte waar minder neerslag valt

a)

Goed

b)

Fout

13.

Köppen Klimaatsysteem. Het A-klimaat is een:

a)

droog klimaat

b)

tropisch regenklimaat

c)

zeeklimaat

d)

koud klimaat

e)

landklimaat

14.

Köppen Klimaatsysteem. Het B-klimaat is een:

a)

droog klimaat

b)

tropisch regenklimaat

c)

zeeklimaat

d)

koud klimaat

e)

landklimaat

15.

Köppen Klimaatsysteem. Het E-klimaat is een:

a)

droog klimaat

b)

tropisch regenklimaat

c)

zeeklimaat

d)

koud klimaat

e)

landklimaat

16.

Köppen Klimaatsysteem. Het C-klimaat is een:

a)

droog klimaat

b)

tropisch regenklimaat

c)

zeeklimaat

d)

koud klimaat

e)

landklimaat

17.

Köppen Klimaatsysteem. Het D-klimaat is een:

a)

droog klimaat

b)

tropisch regenklimaat

c)

zeeklimaat

d)

koud klimaat

e)

landklimaat

18.

Bekijk het klimaatdiagram van Antalya in Turkije. In Februari is het

a)

gemiddeld 10 graden celcius

b)

gemiddeld 170 graden celcius

c)

gemiddeld 30 graden

d)

gemiddeld 15 graden

19.

Bekijk het klimaatdiagram van Antalya in Turkije. In Mei is het

a)

gemiddeld 12 graden celcius

b)

gemiddeld 170 graden celcius

c)

gemiddeld 18 graden

d)

gemiddeld 30 graden

20.

Bekijk het klimaatdiagram van Antalya in Turkije. In December valt er

a)

ongeveer 150 mm neerslag

b)

ongeveer 100 mm neerslag

c)

ongeveer 210 mm neerslag

d)

ongeveer 50 mm neerslag

21.

Bekijk het klimaatdiagram van Antalya in Turkije. In Juni valt er

a)

ongeveer 50 mm neerslag

b)

ongeveer 10 mm neerslag

c)

ongeveer 200 mm neerslag

d)

ongeveer 100 mm neerslag

22.

Bekijk het klimaatdiagram van Antalya in Turkije. Het is er in de zomer droog.

a)

Goed

b)

Fout

23.

Een vestigingskolonie betekent vooral dat je daar grondstoffen vandaan haalt.

a)

Goed

b)

Fout

24.

In een exploitatiekolonie vestigden zich vooral mensen vanwege armoede/ honger in het moederland en omdat mensen godsdienst en meningsvrijheid wilden.

a)

Goed

b)

Fout

25.

Kijk naar de grafiek. Welke klimaten komen ook voor in Zuid- Afrika?

a)

De Bilt

b)

Edmonton

c)

Antalya

d)

Brazzaville

e)

Paramaribo

26.

Op welk schaalniveau bekijk je Kaapstad?

a)

nationaal schaalniveau

b)

lokaal schaalniveau

c)

regionaal schaalniveau

d)

continentaal schaalniveau

27.

Wanneer er tussen verschillende bevolkingsgroepen weinig contact is, dan is er sprake van ...

a)

maatschappelijke segregatie

b)

ruimtelijke segregatie

c)

integratie

28.

Waar komen de meeste migranten vandaan die in de townships komen wonen?

a)

uit de blanke suburbs

b)

uit de gemengde wijken

c)

uit de thuislanden

d)

uit de zwarte wijken

29.

Bekijk fig 2. Iemand doet 2 uitspraken.

I In wijk A wonen vooral blanken en wordt vooral Engels gesproken

II In wijk B ligt het inkomen laag en worden vooral inheemse talen gesproken

Welke uitspraak is juist ?

a)

Uitspraak I is juist en II is onjuist

b)

Uitspraak I is onjuist en II is juist

c)

Beide uitspraken zijn onjuist

d)

Beide uitspraken zijn juist

30.

Klik de antwoorden aan die gelden voor 'Black Diamonds'

a)

Black Diamonds zorgen voor integratie als ze gaan wonen in blanke wijken

b)

Ongeveer 15-20% van de zwarte bevolking van Zuid Afrika hoort tot de Black Diamonds

c)

Black Diamonds die in de townships wonen zorgen daar voor meer voorzieningen

d)

Black Diamonds blijven soms in de townships wonen omdat ze te maken krijgen met discriminatie als ze in wijken gaan wonen waar alleen blanken wonen

31.

Scheiding van bevolkingsgroepen op basis van afkomst, inkomen, leeftijd of opleidingsniveau is....

a)

maatschappelijke segregatie

b)

ruimtelijke segregatie

c)

integratie

32.

Vink de kenmerken van een zwarte wijk aan...

a)

ruim opgezet

b)

boomloos

c)

huizen staan dicht op elkaar

d)

langs de kust

e)

achter grote hekken

33.

Hoe merk je als toerist op de stranden van Kaapstad dat er bij die stad twee oceanen samenkomen?

a)

Langs de stranden aan de oostkant van Kaapstad is het zeewater veel warmer door een warme zeestroom dan aan de westkant van Kaapstad.

b)

Langs de stranden aan de oostkant van Kaapstad is het zeewater veel kouder door een koude zeestroom dan aan de westkant van Kaapstad

c)

Aan de oostkant van Kaapstad valt er veel meer neerslag door stuwingsregens en zijn er nauwelijks stranddagen

d)

Aan de westkant van Kaapstad valt er veel meer neerslag door stuwingsregens en zijn er nauwelijks stranddagen