NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsTalent Woordenschat 3 Basis hoofdstuk 05
Total questions: 20
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
de abonnee
a)
iemand die een abonnement heeft, bijvoorbeeld op een tijdschrift
b)
iemand die geld of iets anders geeft voor een (goed) doel
c)
de nadruk leggen op iets, aangeven dat iets belangrijk is
2.
de campagne
a)
grote actie om reclame te maken of te protesteren
b)
bewijzen wie je bent met officiële papieren
c)
de manier waarop iemand denkt en doet, het karakter
3.
collecteren
a)
geld inzamelen voor een (goed) doel
b)
de afspraken over loon, werktijden, vakantie enzovoort
c)
de manier waarop een groep mensen leeft
4.
confronteren met
a)
1 iemand laten weten of laten zien wat hij (fout) heeft gedaan<br />2 ergens mee in aanraking komen
b)
iemand die veel weet van een bepaald onderwerp
c)
de man of vrouw voor wie je werkt of het bedrijf waarvoor je werkt
5.
degraderen
a)
een lagere positie geven of krijgen
b)
van nu, op dit moment
c)
de ingeving, het idee
6.
de donateur
a)
iemand die geld of iets anders geeft voor een (goed) doel
b)
de redenen die je aanvoert om iets bewijzen
c)
de groep mensen waarvoor iets bestemd is
7.
de duurzaamheid
a)
de aandacht voor mens en milieu
b)
de uitspraak die niet bewezen is
c)
de feiten die bekend zijn, de informatie
8.
de efficiëntie
a)
zoveel mogelijk bereiken met zo weinig mogelijk middelen
b)
ervoor zorgen dat je iets niet vertrouwt
c)
de baan, het contract met een bedrijf
9.
je hart luchten
a)
iemand vertellen over de problemen die je hebt
b)
last hebben van
c)
de afspraken over loon, werktijden, vakantie enzovoort
10.
huidig
a)
van nu, op dit moment
b)
aantonen dat iets juist is
c)
de aandacht voor mens en milieu
11.
illegaal
a)
iets wat volgens de wet niet mag
b)
door slimheid of geweld mensen overhalen om iets te doen
c)
briljant, extreem intelligent
12.
de impact
a)
de uitwerking, de invloed, het effect
b)
iemand die veel durft
c)
bewijzen wie je bent met officiële papieren
13.
de maatschappelijke betrokkenheid
a)
je betrokken voelen bij je omgeving en de samenleving
b)
voor de gek gehouden worden, ergens in stinken
c)
beseffen, zich bewust worden van iets
14.
het marktaandeel
a)
het gedeelte van alle kopers waaraan één bedrijf zijn producten verkoopt
b)
minder of kleiner worden
c)
aanvaarden, goed vinden
15.
de negatieve spiraal
a)
een slechte ontwikkeling die steeds slechter wordt
b)
iets wat zo hoort, zonder dat het ergens vastgelegd is
c)
aantonen dat iets juist is
16.
promoten
a)
reclame maken voor iets
b)
iemand met een eigen bedrijf
c)
1 wanneer je iets al veel gedaan hebt (bn)<br />2 iets meemaken (ww)
17.
het rendement
a)
het resultaat dat iets oplevert vergeleken met de kosten, de winst
b)
het personeelslid, iemand die ergens werkt
c)
1 met betrekking tot (een groep in) de maatschappij<br />2 met gevoel voor de mensen om je heen
18.
ronselen
a)
door slimheid of geweld mensen overhalen om iets te doen
b)
niet lang geleden gemaakt of gebeurd
c)
1 iemand laten weten of laten zien wat hij (fout) heeft gedaan<br />2 ergens mee in aanraking komen
19.
de schaalvergroting
a)
het toenemen van de grootte, bijvoorbeeld van een bedrijf
b)
iemand meer voor je laten werken dan goed is voor die persoon
c)
1 het verloop<br />2 de vooruitgang
20.
uitbuiten
a)
iemand meer voor je laten werken dan goed is voor die persoon
b)
het toenemen van de grootte, bijvoorbeeld van een bedrijf
c)
1 de manier waarop iets gaat<br />2 het verschijnsel dat er mensen weggaan en bij komen
Reset
