wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Talent Woordenschat 3 Gemengd hoofdstuk 04

Total questions: 23

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
algeheel
a)
totaal
b)
heel soms, incidenteel, een enkele keer
c)
nauwelijks, bijna niet of bijna geen
2.
ambachtelijk
a)
degelijk; met de hand gemaakt
b)
heel serieus
c)
niet ... en ook niet
3.
authentiek
a)
oorspronkelijk, origineel
b)
heel bijzonder omdat er maar één van is
c)
niet in verhouding, te groot, te veel, overdreven veel
4.
autoriteit
a)
1 persoon of instelling die de macht heeft;<br />2 iemand die veel weet over een onderwerp<br /><br /><br /><br />
b)
handelen omdat er iets fout gaat
c)
onafgebroken, voortdurend
5.
baat hebben bij
a)
voordeel hebben van
b)
gewoonlijk, normaal gesproken, normaal, gangbaar
c)
ongeveer even goed of sterk, vergelijkbaar
6.
aan banden leggen
a)
beperken, verminderen
b)
getal dat aangeeft hoeveel procent iets is
c)
onthouden zullen worden
7.
buiten proportie
a)
niet in verhouding, te groot, te veel, overdreven veel
b)
gehoorspecialist in een winkel
c)
ontroerend, lief, schattig
8.
decennium
a)
periode van tien jaar
b)
geestelijk (in tegenstelling tot fysiek, lichamelijk)
c)
oorspronkelijk, origineel
9.
element
a)
1 deel van een groter geheel; <br />2 water, lucht, aarde of vuur;<br />3 chemische stof<br />
b)
doeltreffend, met een gunstig effect
c)
op een ellendige manier doodgaan
10.
gepersonaliseerd
a)
aangepast voor jou als persoon
b)
demonstratief, uitdagend
c)
opvoedkundige, geleerde die alles over opvoeden weet
11.
van koers veranderen
a)
andere richting of aanpak kiezen
b)
degelijk; met de hand gemaakt
c)
organisatie voor onderwijs of onderzoek
12.
noch ... noch
a)
niet ... en ook niet
b)
deel van het beleid dat erg belangrijk gevonden wordt
c)
partijen die niet in de regering zitten, tegenstanders
13.
percentage
a)
getal dat aangeeft hoeveel procent iets is
b)
de wil bij mensen om een beslissing te steunen
c)
passen (bij iemand anders)
14.
permanent
a)
zonder te stoppen, voortdurend, constant
b)
dat mag echt niet, dat is niet goed
c)
periode van tien jaar
15.
propaganda
a)
reclame voor bepaalde ideeën of producten
b)
dat levert iets op
c)
plotseling verlangen, eerste reactie
16.
proportie 
a)
verhouding, grootte van iets ten opzichte van iets anders
b)
daar zit de moeilijkheid
c)
reclame voor bepaalde ideeën of producten
17.
met rasse schreden
a)
snel, angstaanjagend snel
b)
beslissend, heel belangrijk
c)
schade veroorzaken, benadelen, nadelig zijn
18.
soelaas bieden
a)
troost bieden, hulp bieden
b)
beseffen
c)
school voor onderwijs, wetenschap en onderzoek voor studenten vanaf 18 jaar
19.
überhaupt
a)
in het geheel, sowieso, helemaal
b)
beperken, verminderen
c)
situatie dat je iets heel snel en makkelijk kunt doen, omdat je het al heel vaak gedaan hebt
20.
universiteit
a)
school voor onderwijs, wetenschap en onderzoek voor studenten vanaf 18 jaar
b)
bekende, beroemde uitspraak
c)
snel, angstaanjagend snel
21.
veelvuldig
a)
vaak
b)
bekend worden, succes hebben
c)
te vol zijn, te veel zijn
22.
uit zijn voegen barsten
a)
te vol zijn, te veel zijn
b)
beeld dat mensen van iets of iemand hebben, naam, eer
c)
toestand
23.
zorgen baren
a)
(grote) zorgen veroorzaken
b)
bedoeld om geld mee te verdienen
c)
toestand waarin het geestelijk, lichamelijk en sociaal goed met je gaat