Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2KGT Spelling 1-2

Total questions: 23

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord past het best in de zin?

Een zin eindigt nooit met een _____.

a)

komma

b)

uitroepteken

c)

vraagteken

2.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

Wanneer [krijgen] je die nieuwe computer?

(a)  

3.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

Mijn broer [worden] opgeleid tot piloot.

(a)  

4.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

Wat [verwachten] je van de toekomst?

(a)  

5.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

[houden] je je trainer goed in de gaten?

(a)  

6.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

Haar zus [verven] de muren helemaal roze.

(a)  

7.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

Jochem [besteden] veel aandacht aan zijn kleding.

(a)  

8.

Noteer de juiste vorm in de tegenwoordige tijd.

Zolang onze hond nog een puppy [zijn], [vind] je hem nog lekker ruiken.

(a)  

9.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Hij rondt vandaag zijn werkstuk af.

(a)  

10.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Mijn zusje huppelt over de stoep.

(a)  

11.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Haar broertje zeurt de hele tijd om snoep.

(a)  

12.

Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd.

Ik had vroeger twee kippen als huisdier. Ze (heten) ___ Tok en Sien.

a)

heten

b)

heetten

c)

heette

d)

hette

13.

Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd.

Ze waren gek op broodkruimels en die (pikken) ___ ze gewoon uit mijn hand.

a)

pokken

b)

pikte

c)

pikkten

d)

pikten

14.

Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd.

Eén keer (begrijpen) ___ Tok het niet: ze beet toen in mijn hand.

a)

begrijpte

b)

begrap

c)

begreep

d)

begreepte

15.

Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd.

Ik had een flinke wond. Daar (schrikken) ___ mijn ouders erg van.

a)

schrokken

b)

schrikten

c)

schrok

d)

schrekken

16.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Vele mensen vinden dolfijnen lieve beesten.

a)

vindden

b)

vonden

c)

vondden

17.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Maar een dolfijn kan een wrede moordenaar zijn.

a)

kun

b)

kande

c)

kon

18.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

In korte tijd kunnen dolfijnen een grote school sardines opeten.

(a)  

19.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Met snelle bewegingen van hun staart zwemmen ze eropaf.

(a)  

20.

Schrijf de onderstreepte persoonsvorm in de verleden tijd.

Een kwetsbaar visje heeft dan geen schijn van kans.

a)

had

b)

heefte

21.

Wat is het meervoud van

fantasie?

a)

fantasies

b)

fantastisch

c)

fantasiën

d)

fantasieën

22.

Wat is het meervoud van

bacterie?

a)

bacterien

b)

bacteriën

c)

bacterieën

d)

bacteries

23.

Wat is het meervoud van

trofee?

a)

trofees

b)

trofie

c)

trofeeën

d)

trofeën