wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Atoommodellen en hun geschiedenis

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wie heeft het elektron ontdekt?

(a)  

2.

Welke stelling is correct?

a)

Leucippus was een leerling van Democritus.

b)

Democritus was een leerling van Leucippus.

c)

Democritus en Leucippus waren tijdsgenoten maar kenden elkaar niet.

d)

Leucippus en Democritus waren beide leerlingen van Aristoteles.

3.

In welke atoommodellen is het atoom massief?

a)

Dat van Leucippus/Democritus

b)

Dat van Dalton

c)

Dat van Thomson

d)

Dat van Rutherford

e)

Dat van Bohr

4.

Welke wetenschapper kwam met het planetair atoommodel?

(a)  

5.

Wat is een alfa deeltje?

a)

Een helium-4 kern

b)

Een helium-4 atoom

c)

Een goud kern

d)

Een goud atoom

6.

Wat zie je op de figuur?

a)

Een absorbtiespectrum

b)

Een emissiespectrum

c)

Een orbitaal

d)

Een prisma

7.

Vul aan: In de formule

 E=hfE=h\cdot f ?  
staat h voor de constante van ...



(a)  

8.

Welke schil is volledig gevuld in een koolstofatoom, dat 6 elektronen bevat?

(a)  

9.

Wie postuleerde dat elektronen naast deeltjes ook als golven bekeken kunnen worden?

a)

Erwin Schrödinger

b)

Louis De Broglie

c)

Werner Heisenberg

d)

Arnold Sommerfeld

10.

Wie ontdekte het neutron?

(a)  

11.

Wie kwam er met een verfijning die als eerste de fijnstructuur van spectraallijnen kon verklaren?

a)

Erwin Schrödinger

b)

Louis De Broglie

c)

Niels Bohr

d)

Arnold Sommerfeld

12.

Welke eigenschap van het atoom heeft het langst standgehouden doorheen de evolutie der modellen?

a)

Atomen zijn onvergankelijk

b)

Atomen zijn ondeelbaar

c)

Atomen zijn massief

d)

Atomen bevatten geen ladingen

13.

Hoe noem je het gebied rond de kern waar je 90 % kans hebt er een elektron aan te treffen?

(a)  

14.

De wet van behoud van massa, die Dalton aanleiding gaf om zijn atoommodel te ontwikkelen, is ook gekend als de wet van ...

(a)  

15.

Wat zie je op de foto?

a)

Een s-orbitaal

b)

Een p-orbitaal

c)

Een d-orbitaal

d)

Een f-orbitaal

16.

Hoeveel kwantumgetallen definiëren een orbitaal?

a)

4

b)

1

c)

2

d)

3

17.

Wat wordt er bepaald door het hoofdkwantumgetal?

a)

De vorm van het orbitaal

b)

De grootte van het orbitaal

c)

De oriëntatie van het orbitaal

d)

De spin van het elektron

18.

Waarom is de gegeven elektronenconfiguratie onmogelijk?

a)

Het Aufbau schema wordt niet gevolgd

b)

De regel van Hund wordt niet gevolgd

c)

Het Pauli verbod wordt niet gevolgd

d)

Een combinatie van de 3 andere antwoordopties

19.

De elektronenconfiguratie van het element met atoomnummer 29 is gegeven op de figuur. Wat is er aan de hand?

a)

Niks speciaals, Aufbau werd gevolgd

b)

Het is een verboden elektronenconfiguratie

c)

Het geeft een eenwaardig positief ion van dat element weer

d)

Er trad inversie op

20.

Welke set van kwantumgetallen kan onmogelijk bij een elektron in een atoom horen?

a)

n = 5 ; l = 3 ; ml = -1 ; ms = -1/2

b)

n = 4 ; l = 0 ; ml = -1 ; ms = -1/2

c)

n = 3 ; l = 2 ; ml = -1 ; ms = +1/2

d)

n = 2 ; l = 1 ; ml = -1 ; ms = +1/2