wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Franse revolutie

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke eeuw noemen we de tijd van pruiken en revoluties?

a)

15e eeuw

b)

16e eeuw

c)

17e eeuw

d)

18e eeuw

2.

Welke twee standen zie je op deze afbeedling?

a)

De 1e en 2e

b)

De 2e en 3e

c)

De 1e en 3e

3.

Wat was geen oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

Kritiek op standensamenleving

b)

Armoede en hongersnood

c)

Toenemende inspraak Franse bevolking

d)

Gebrek aan inspraak burgerij

4.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

5.

Zet de volgende gebeurtenissen in de juiste volgorde:

A) De Nationale Vergadering gaat naar de Kaatsbaan

B) Verklaring van de Rechten van Mens en Burger wordt aangenomen

C) De bestorming van de Bastille

D) De grondwet is klaar

a)

A-B-D-C

b)

A-C-B-D

c)

B-A-D-C

d)

C-A-B-D

6.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte  leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
7.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
8.
Door de guillotine kwamen om het leven...
a)
Robespierre
b)
Lodewijk XV
c)
Lodewijk XVI en Robespierre
d)
nog niemand, hij was nog niet uitgevonden
9.

Waarom werd Lodewijk ter dood veroordeeld?

a)

Hij had de staatskas leeggemaakt met zijn luxe leventje.

b)

Hij zat de revolutie in de weg omdat hij zijn macht niet uit handen wilde geven aan de Nationale Vergadering.

c)

Hij was verschillende oorlogen tegen buurlanden begonnen.

d)

Hij was schuldig aan landverraad omdat hij andere vorsten om steun in de vorm van een leger gevraagd zou hebben.

10.
Juist of onjuist? Zowel koning Lodewijk XVI als zijn vrouw koningin Marie-Antoinette eindigden hun leven onder de guillotine.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.

Welk idee past bij de verlichting?

a)

Macht moet niet gegeven worden aan één persoon/groep

b)

Iedereen mag stemmen

c)

Slaven moeten beter worden behandeld

d)

De paus heeft altijd gelijk

12.

Wie zie je op deze afbeelding?

a)

Napoleon Bonaparte

b)

Lodewijk XVI

c)

Lodewijk XIV

d)

John Locke

13.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

14.

Wat is de slogan van de Franse Revolutie? Deze is geinspireerd door de verlichting.

a)

Alle macht voor de koning!

b)

Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

c)

De burgers bepalen alles!

d)

Memento Mori (gedenk te sterven).