wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1V - H1 - Jagers en verzamelaars

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de naam van het tijdvak van dit hoofdstuk?

a)

jagers en boeren

b)

jagers en verzamelaars

c)

prehistorie

d)

steentijd

2.

Tot welk jaar duurde het tijdvak van dit hoofdstuk?

a)

tot 10.000 v. Chr.

b)

tot 5.000 v. Chr.

c)

tot 3.000 v. Chr.

d)

tot 3.500 v. Chr.

3.

Wat is GEEN middel van bestaan van de eerste mensen?

a)

jagen

b)

verzamelen

c)

vissen

d)

landbouw

4.

Wat hoort NIET bij jager-verzamelaars?

a)

nomaden

b)

grotschilderingen

c)

veel bezit

d)

kleine groepen

5.

1. Vrouwen zochten vruchten en noten.

2. Gereedschap werd gemaakt van botten en steen.

a)

1 is waar en 2 is niet waar.

b)

1 en 2 zijn beide waar.

c)

1 is niet waar en 2 is waar.

d)

1 en 2 zijn beide niet waar.

6.

Hieronder staan vier bronnen. Welke is een ongeschreven bron uit de tijd van jagers en verzamelaars?

a)

Dagboek van farao Ramses

b)

Stenen pijlpunt

c)

IJzeren kogel

d)

Hiëroglyfen schrift

7.
een archeoloog is iemand die
a)
alles wat leeft bestudeert
b)
het verleden onderzoekt door proefnemingen
c)
het denken en het doen van een groep mensen bestudeert
d)
opgravingen doet en die bestudeert
8.

met prehistorie bedoelen we de tijd

a)

waar geschreven bronnen van zijn

b)

waarin niet over mensen geschreven werd

c)

waarvan geen geschreven bronnen zijn

d)

waarover geen geschreven berichten zijn

9.

Geschiedenis en archeologie hebben iets gemeenschappelijk:

a)

beide zijn het schoolvakken

b)

beide werken met bronnen

c)

historici en archeologen studeren één vak

d)

ze verdienen even veel

10.

Wat hoort niet bij jager-verzamelaars?

a)

nomaden

b)

grotschilderingen

c)

veel bezit

d)

kleine groepen

11.

Over welke ontwikkeling gaat deze bron?

a)

De ontwikkeling van de landbouw

b)

De verspreiding van de mens over de wereld

c)
De ontwikkeling van het klimaat
d)

De verspreiding van het schrift

12.
juist of onjuist: jagers en verzamelaars leefden in grote groepen
a)
juist
b)
onjuist
13.

1. Ik heb goed geleerd voor het proefwerk

2. Ik haal een mooi cijfer

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

14.

Op de afbeelding zijn hunebedden in Drenthe te zien.


Welke uitspraken passen bij deze bron? (meerdere opties mogelijk)

a)

Deze bron past bij de periode prehistorie.

b)

Deze bron is een primaire bron van de prehistorische graven in Nederland

c)

Dit is een secundaire bron van de prehistorische graven in Nederland.

d)

Deze bron past bij de periode van de historie

15.

De bron laat het oudste ooit gevonden loonstrookje ter wereld zien. De werknemer uit Mesopotamië werd uitbetaald in bier.


Welke uitspraken passen bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron past bij de prehistorie

b)

Dit is een primaire bron

c)

Dit is een secundaire bron

d)

Dit is een geschreven bron

16.

Wat is het verschil tussen historie en prehistorie?

a)

Historie is vanaf de uitvinding van het schift, prehistorie is voordat er schrift was uitgevonden.

b)

Prehistorie is vanaf de uitvinding van het schrift, historie is voordat er schrift was uitgevonden.

17.

Welk begrip uit de begrippenlijst past bij dit schilderij?

(a)  

18.

Wat voor een soort bron is een grotschildering? Meerdere antwoorden zijn juist

a)

Geschreven bron

b)

Ongeschreven bron

c)

Primaire bron

d)

Secundaire bron

19.

Wie was de schrijver van de Evolutietheorie?

a)

Charlie Sheen

b)

Charlie Chaplin

c)

Charles Darwin

d)

Charles VIII

20.

Wat is geen kenmerk van jagers-verzamelaars?

a)

Vrouwen zorgden voor de kinderen

b)

Leven in kleine groepen van 25 tot 40 mensen

c)

Mannen gingen op jacht en vissen

d)

Er waren veel sociale verschillen tussen de mensen

21.
wat betekent:
evolutie
a)
langzame verandering
b)
snelle verandering
c)
het heilige boek van christenen
d)
soort
22.

Welke soort bron zijn hiërogliefen?

a)

Geschreven

b)

Ongeschreven

23.

Hier zijn de eerste mensen ontstaan.

a)

Europa

b)

Midden-Oosten

c)

Afrika

d)

Azië

24.

Het aanpassen/veranderen van een soort duurt ... jaren.

a)

Tientallen

b)

Duizenden

c)

Miljoenen

d)

Miljarden