WorksheetsNT2 Verba vaste Prepositie (3a)
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Doe je mee ... ons? Dan maken we het samen af.
voor
aan
met
Paul en Janine passen erg goed ... elkaar. Ze zijn elkaars wederhelft.
bij
aan
met
op
Dat deksel past niet goed ... dat potje.
van
bij
op
met
Iedereen probeert mij te overtuigen ... hun gelijk.
van
aan
in
over
De zwangere vrouw maakt zich ongerust ... haar baby.
over
met
van
in
Deze vrouw kan heel goed ... zichzelf opkomen.
voor
met
van
over
Zij ziet enorm op ..... het examen.
van
tegen
voor
in
We moeten NU profiteren ... deze korting.
met
voor
aan
van
Ik heb helaas geen recht ... deze toeslag.
van
op
over
aan
Je kunt .... ons rekenen!
aan
met
op
voor
De speler schaamde zich kapot ... zijn domme actie.
voor
van
over
met
Wanneer ben jij geslaagd ... je Bachelor?
met
aan
in
voor
Hij weet totaal nog niet .... welke functie hij moet solliciteren.
naar
over
op
met
Wanneer ga je nou eindelijk eens stoppen .... roken?!
te
in
met
tegen
De man is nogal teleurgesteld ... zijn collega!
op
met
van
in
Heb jij ook zo'n trek ... friet?
aan
in
naar
met
Ik ben erg trots ... jullie, jongens! Goed gedaan!
op
met
in
over
De catering is verantwoordelijk ... een gezonde lunch voor de leerlingen.
van
over
voor
in
Ik heb me vorig jaar verdiept ... mijn stamboom. Nu ken ik mijn voorouders tot 1700.
aan
over
op
in
De hond is verdrietig ... het vertrek van zijn baasje.
met
om
van
aan
