wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica H1

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

In welke (grammaticale) tijd staat de volgende zin?


Wij reden met de bus naar het EKK.

a)

tegenwoordige tijd

b)

verleden tijd

2.

In welke grammaticale tijd staat de volgende zin?


Tijdens het EKK klimmen de leerlingen de touwladder op.

a)

tegenwoordige tijd

b)

verleden tijd

3.

In welke (grammaticale) tijd staat de volgende zin?


Zouden jullie een ijsje lusten?

a)

tegenwoordige tijd

b)

verleden tijd

4.

In welke (grammaticale) tijd staat de volgende zin?


Wij hebben gisteren pizza gegeten.

a)

tegenwoordige tijd

b)

verleden tijd

5.

Waar kijk je naar om te bepalen of een zin in de tegenwoordige of verleden (grammaticale) tijd staat?

a)

Je kijkt naar alle woorden in de zin.

b)

Je kijkt alleen naar de werkwoorden in de zin.

c)

Je kijkt alleen naar de persoonsvorm.

6.

Wat is de 1e persoon meervoud?

a)

ik

b)

jullie

c)

zij

d)

wij

7.

Wat is de 2e persoon enkelvoud?

a)

hij/zij/het

b)

jullie

c)

zij

d)

jij/u

8.

Wat bedoelen we met het begrip 'getal' ?

(a)