WorksheetsGrammatica H1
Total questions: 8
Worksheet time: 4mins
In welke (grammaticale) tijd staat de volgende zin?
Wij reden met de bus naar het EKK.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
In welke grammaticale tijd staat de volgende zin?
Tijdens het EKK klimmen de leerlingen de touwladder op.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
In welke (grammaticale) tijd staat de volgende zin?
Zouden jullie een ijsje lusten?
tegenwoordige tijd
verleden tijd
In welke (grammaticale) tijd staat de volgende zin?
Wij hebben gisteren pizza gegeten.
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Waar kijk je naar om te bepalen of een zin in de tegenwoordige of verleden (grammaticale) tijd staat?
Je kijkt naar alle woorden in de zin.
Je kijkt alleen naar de werkwoorden in de zin.
Je kijkt alleen naar de persoonsvorm.
Wat is de 1e persoon meervoud?
ik
jullie
zij
wij
Wat is de 2e persoon enkelvoud?
hij/zij/het
jullie
zij
jij/u
Wat bedoelen we met het begrip 'getal' ?
(a)
