wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gedrag

Total questions: 10

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Een zwerfkat die al eens eerder gevangen is, zal moeilijker te vangen zijn dan een zwerfkat die niet eerder gevangen is.

Als deze veronderstelling juist is, op welk type leerproces is dit deel van het gedrag van katten dan gebaseerd?

a)

Conditionering

b)

Gewenning

c)

Imitatie

d)

Inprenting

2.

Volggedrag

De jongen van bepaalde vogels, zoals ganzen, vertonen volggedrag. In de natuurlijke situatie lopen jonge ganzen, nadat ze uit het ei zijn gekomen, steeds met hun moeder mee. Om dit volggedrag te bestuderen doet een onderzoeker het volgende experiment. Ganzeneieren worden uitgebroed in een broedmachine. Het eerste bewegende voorwerp dat de gans na het uitkomen te zien krijgt, is een speelgoedeend op wieltjes die over de grond wordt voortgetrokken. Deze proef wordt met een groot aantal ganzen uitgevoerd; daarbij vindt de eerste confrontatie met de bewegende speelgoedeend plaats 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22 of 24 uur na het uitkomen. De onderzoeker registreert of de jonge gans die op één van de genoemde tijdstippen voor het eerst de bewegende speelgoedeend ziet, volggedrag gaat vertonen. Zijn resultaten zijn weergeven in het diagram van afbeelding 1.


Wat is de biologische term voor het leerproces waardoor een jonge gans het volggedrag gaat vertonen?

(a)  

3.

Een vogelverschrikker in de kersenboomgaard heeft maar een korte tijd effect.

Welk type leergedrag vertonen de vogels die zich niet meer af laten schrikken?

a)

gewenning

b)

imitatie

c)

inprenting

d)

klassieke conditionering

e)

operant conditionering

4.

Soms reageert een gezond dier niet op een sleutelprikkel.

Een onderzoeker geeft hier de volgende verklaringen voor:

1. Het dier is niet gemotiveerd

2. Het dier is gewend geraakt aan de sleutelprikkel

Welke verklaring kan of welke verklaringen kunnen het juiste antwoord geven?

a)

Geen van de verklaringen

b)

Verklaring 1

c)

Verklaring 2

d)

Beide verklaringen

5.

Duiven

Als een duif elke keer beloond wordt wanneer hij zijn veren poetst, zal het poetsgedrag toenemen. Een duivenfokker besluit om met een paartje waarbij het poetsgedrag door conditionering is toegenomen, verder te fokken. Hij kiest hiervoor een paartje duiven waarbij het conditioneren het beste gelukt is. Hij hoopt zo een ras te fokken met extra veel poetsgedrag, vergeleken met willekeurige duiven.


Drie uitspraken hierover:

I De nakomelingen van het fokpaartje zullen uit zichzelf niet meer poetsen dan de nakomelingen van twee willekeurige duiven.

II Het fokpaartje heeft het vermogen om te leren extra te poetsen. Er is dus een kans dat hun nakomelingen extra poetsen, zonder dit te leren.

III De kans dat de nakomelingen geconditioneerd kunnen worden op extra veel poetsgedrag is groter dan bij nakomelingen van twee willekeurige duiven.


Welke uitspraak/uitspraken is/zijn juist?

(a)  

6.

Een rat wordt getraind in een Skinner box.

De training in de Skinner box begint met een dier dat nog niet getraind is.

Het duwen tegen de hefboom zorgt dat er voer komt.

Maar door welk leerproces komt de ongetrainde rat er achter dat het duwen van de hefboom hem wat oplevert?

(a)  

7.

Roodborstmannetjes kunnen in de paartijd erg agressief verdrag vertonen, zelfs richting een bosje rode veren.

Welke interne factor bepaalt of het roodborstmannetje agressief wordt?

(a)  

8.

Bijen reageren op de geur van suikerwater door hun opgerolde tong uit te steken. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben bijen blootgesteld aan de geur van bepaalde explosieven en ze tegelijk suikerwater gegeven. Na enkele uren hadden de bijen geleerd hun tong uit te steken als ze de explosieven roken, ook als ze geen suikerwater kregen. Zulke getrainde bijen hoopt men in de toekomst te kunnen gebruiken om bijvoorbeeld bommen op te sporen.


Hoe wordt de beschreven vorm van leren genoemd?

a)

Conditionering

b)

Inprenting

c)

Trial and error

9.

Elk varken heeft in zijn snuit een zogenaamde wroetschijf. Met deze schijf, die veel zintuigen bevat, onderzoekt het dier in een natuurlijke omgeving de grond. Hij zoekt naar voedsel, maar in een hok met een roostervloer valt niet veel te onderzoeken. Een varken begint dan bij een soortgenoot te wroeten en te knabbelen. Het knabbelen gaat over in bijten in de staart. Proeft een varken eenmaal bloed, dan ontstaat jachtgedrag dat typisch is voor varkens, want varkens eten ook vlees. Een aangevreten varken wordt nagejaagd en nog verder aangevreten.


Tot welk soort gedrag behoort het wroeten?

a)

Territoriumgedrag

b)

Verzorgingsgedrag

c)

Fourageergedrag (voedselzoekgedrag)

d)

Voortplantingsgedrag

10.

Bij de Nachtzwaluw verlopen de balts en het broedgedrag als volgt.

Het mannetje glipt geruisloos tussen de bomen door. Soms gaat hij op een tak zitten "err-en": hij maakt een lang trillend geluid, dat klinkt als "errr-or err-or err". Soms antwoordt het wijfje en vliegt op. Hij volgt haar dan onmiddellijk, vliegt recht omhoog en maakt een aantal prachtige buitelingen, waarbij hij vaak zijn vleugels boven zijn rug tegen elkaar kletst. Vaak hoor je een kreet als "schroei". De achtervolging eindigt als ze een geschikte nestelplaats ergens op de grond gevonden hebben. Ze strijken samen neer, het vrouwtje neemt een gebogen houding aan en de vogels gaan over tot de paring.

Ze bouwen geen nest, maar maken een eenvoudig kuiltje op de kale grond, waarbij het vrouwtje hinderlijke grashalmen verwijdert. Vanaf half mei legt het vrouwtje twee eieren in het kuiltje. Bij het broeden draait het vrouwtje de dagdiensten alleen, pas bij het invallen van de duisternis komt manlief haar voor een korte periode aflossen. Als een mens of dier het legsel heeft aangeraakt of verschoven, rolt de nachtzwaluw de eieren naar een ander plekje, enkele meters van het oorspronkelijke. Als ze worden verrast bij het nest, doen de vogels alsof ze vleugellam zijn en lopen ze langzaam bij het nest weg.


Ook volwassen nachtzwaluwen die hun ouders nooit gezien hebben, lopen vleugellam weg als ze op het nest verrast worden.

Hoe komt dit type gedrag tot stand?

a)

Erfelijk vastgelegd

b)

Er is gewenning opgetreden

c)

Inprenting

d)

Inzicht

e)

Proefondervinderlijk