wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordsoorten 1A

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de twee voorzetsels in de volgende zin? Wacht je bij de bushalte op me?

(a)  

2.

Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan in de volgend zin?

Mijn nichtjes zullen morgen een reisgids over Aruba voor

Janet meebrengen.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

3.

Is het onderstreepte woord een zelfstandig naamwoord?

Wie zou ik dat lieve katje willen schenken?

a)

ja

b)

nee

c)

soms wel, maar hier zeker niet

d)

Help, wat is een zelfstandig naamwoord!

4.

Wat is het bijvoeglijke naamwoord in deze zin?

Hij had geen probleem met die moeilijke rekenoefeningen.

a)

Hij

b)

had

c)

probleem

d)

moeilijke

e)

rekenoefeningen

5.

Wat is het persoonlijk voornaamwoord in deze zin?

Hij had geen probleem met die moeilijke rekenoefeningen.

a)

Hij

b)

had

c)

probleem

d)

moeilijke

e)

rekenoefeningen

6.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:

De auto was knalrood geschilderd.

a)

auto

b)

knalrood

c)

geschilderd

7.

Hoeveel lidwoorden staan in deze zin:

we wonen in de mooie villa aan de rand van het kleine bos met een prachtig uitzicht.

a)

4

b)

3

c)

5

d)

6

8.

Hoe noemen we het onderlijnde woord in de zin:

Amina is altijd haar sleutels kwijt.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

voorzetsel

c)

bezittelijk voornaamwoord

d)

onderwerp

9.

Hoe noemen we het onderlijnd woord in de volgende zin:

De gele snoepjes zijn moeilijk om op te kauwen.

a)

werkwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

bijwoord

10.

Wat is de naam van het onderlijnde woord?

Toen hij om zijn vakantiegeld vroeg, vertelde de baas hem dat hij nog even moest wachten.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bezittelijk voornaamwoord

11.

Klopt de volgende uitspraak:

Een bijvoeglijk naamwoord vertelt iets meer over het zelfstandig naamwoord

a)

Euh, say what?

b)

Ik sla die twee altijd door elkaar, sorry

c)

ja

d)

nee

12.

Hoe noem je het onderlijnde woord in de volgende zin:


De allereerste dag van het schooljaar was ik nog wat zenuwachtig maar nu ben ik volledig op mijn gemak.

a)

telwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

13.

De woordsoorten zijn voor mij

a)

al redelijk goed gekend

b)

de hel op aarde

c)

een uitdaging die ik wel zie zitten