wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5 havo H1 wereld

Total questions: 47

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

In welke industriële revolutie vond automatisering plaats?

a)

1e

b)

2e

c)

3e

d)

4e

2.

Globalisering kent welke aspecten?

Vink aan wat van toepassing is..

a)

Economische aspecten

b)

Sociale aspecten

c)

Culturele aspecten

3.

Alle technologie die nodig is om het vervoer van mensen, grondstoffen en goederen mogelijk te maken.


Welk begrip is hier van toepassing?

a)

Transport technologie

b)

Informatie- of communicatietechnologie

c)

Internet technologie

d)

Tijd-ruimte technologie

4.

Wat omspannen met hun vestigingen de hele aardbol en vormen een mondiaal netwerk?

a)

Ikea

b)

WTO

c)

EU

d)

MNO

5.

Deze foto is een voorbeeld van?

a)

Relatieve afstand

b)

Transport technologie

c)

Informatie- of communicatietechnologie

d)

Global village

6.

Deze foto is een voorbeeld van?

a)

Tijd-ruimtecompressie

b)

Transport technologie

c)

Informatie- of communicatietechnologie

d)

Global village

7.

Deze foto is een voorbeeld van?

a)

relatieve afstand

b)

absolute afstand

8.

Vierde industriële revolutie; Sinds 1980 drie ontwikkelingen die van belang zijn. Welke drie zijn van toepassing?

a)

·Reis en vervoer tijden zijn gekrompen

b)

·Transport is goedkoper geworden

c)

·Toenemende mechanisering.

d)

·Infrastructuur is verbeterd.

e)

·Amerikanisering.

9.

Wat zijn Agglomeratievoordelen?

a)

Dit zijn voordelen voor de aanleg van een groot stedelijke gebied.

b)

Dit zijn voordelen voor de locatie van bedrijventerrein.

c)

Dit zijn voordelen voor de locatie van bedrijven in grote stedelijke gebieden.

d)

Steeds verder toenemende mate van globalisering in Deventer.

10.

WTO staat voor

a)

World Tourism Organization

b)

World Trade Organization

c)

World Tarrif Organization

d)

World Tournament Organization

11.

Wat kun je zeggen over de productieketen tegenwoordig?

a)

Deze wordt de productieketen regionaal uitgevoerd en verspreid over de binnen een continent om meer winst te kunnen maken.

b)

Deze wordt de productieketen lokaal uitgevoerd en verspreid over de binnen een land om meer winst te kunnen maken.

c)

Deze wordt de productieketen opgedeeld en verspreid over de wereld om meer winst te kunnen maken.

d)

De productie van goederen binnen één bedrijf en één regio.

12.

Deze foto laat zien...

a)

Grondstof

b)

Halffabricaat

c)

Eindproduct

d)

Onderzoek en ontwikkeling (Research & Development)

e)

Marketing en verkoop

13.

Deze foto laat vind plaats in...

a)

Ontwikkeld rijk land?

b)

Ontwikkelingsland

14.

Deze foto laat zien...

a)

Grondstof

b)

Halffabricaat

c)

Eindproduct

d)

Onderzoek en ontwikkeling (Research & Development)

e)

Marketing en verkoop

15.

Deze foto vind plaats in...

a)

Centrum land

b)

semi-periferie land

c)

Periferie land

16.

Deze foto laat zien...

a)

Grondstof

b)

Halffabricaat

c)

Eindproduct

d)

Onderzoek en ontwikkeling (Research & Development)

e)

Marketing en verkoop

17.

Deze foto vind plaats in...

a)

Centrum land

b)

semi-periferie land

c)

Periferie land

18.

Deze foto laat zien...

a)

Grondstof

b)

Halffabricaat

c)

Eindproduct

d)

Onderzoek en ontwikkeling (Research & Development)

e)

Marketing en verkoop

19.

Deze foto vind plaats in...

a)

Centrum land

b)

semi-periferie land

c)

Periferie land

20.

Regionale ongelijkheid gaat samen met......

a)

Sociale ongelijkheid.

b)

Continentale ongelijkheid.

c)

Stedelijke ongelijkheid.

21.

Dit zijn de

a)

Newly-industrialized countries

b)

BRIC landen

c)

Tijger Economieën

d)

WTO leden

e)

Permanente leden VN veiligheidsraad

22.

Dit is een voorbeeld van..

a)

Homogenisering van cultuurelementen

b)

Heterogenisering van cultuurelementen

23.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Homogenisering

b)

Amerikanisering

c)

Triadisch netwerk

d)

Lingua Franca

24.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Homogenisering

b)

Heterogenisering

c)

Triadisch netwerk

d)

Lingua Franca

25.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Homogenisering

b)

Heterogenisering

c)

Triadisch netwerk

d)

Lingua Franca

26.

•In 2016 woonde hoeveel % van de wereldbevolking niet in het land van geboorte?

a)

0,03%

b)

0,3%

c)

3%

d)

30%

27.

Tijdruimte-compressie…….

zorgt voor snelle communicatie tussen vertrek en vestigingsplaatsen, maar ook voor....

a)

rooskleurige beeldvorming

b)

snelle televisie

c)

platte schermen

28.

Bekijk de afbeelding. Van welk begrip uit H1 is dit een voorbeeld?

a)

Tijd-ruimte compressie

b)

Afwenteling in ruimte en tijd

c)

Nieuwe internationale arbeidsverdeling

d)

Vrijhandel

29.

Wat kun je concluderen uit deze grafieken?

a)

Turkse en Marokkaanse Nederlanders trouwen vaker met elkaar en halen minder vaak partners uit hun land van herkomst.

b)

Turkse en Marokkaanse Nederlanders trouwen vaker en halen vaak partners uit hun land van herkomst.

c)

Turkse en Marokkaanse Nederlanders trouwen nauwelijks met elkaar en halen altijd partners uit hun land van herkomst.

30.

Er zijn vier manieren waarop de internationale migratie door globalisering toeneemt. Welke hoort er niet bij?

a)

Welvaartsverschillen

b)

Verbetering transport- en communicatietechnologie

c)

Verschil in leeftijdsopbouw

d)

Protectionistische maatregelen

e)

Ontschotting’ tussen landen

31.

Welke eigenschappen horen bij een wereldstad.

a)

Een wereldstad is een grote stad die voor een deel van de wereld belangrijk is als cultureel centrum.

b)

Een wereldstad is een megastad.

c)

Een wereldstad is altijd een hoofdstad

d)

Een wereldstad is een internationaal knooppunt

e)

Een wereldstad is een grote stad die voor een deel van de wereld belangrijk is als politiek centrum.

32.

Toch geen één wereldcultuur want;

Klik aan wat van toepassing is

a)

Overname cultuur elementen vooral beperkt tot materiële zaken

b)

Alleen rijke bovenlaag van een land kan zich westerse cultuurelementen veroorloven.

c)

Westerse wereld staat ook onder invloed van niet-westerse cultuur

d)

De lokalen en regionale culturen vullen de invloed van buitenaf steeds op een andere manier in.

33.

Klik aan welke bewering(en) goed is/zijn.

1.Kolonisten leveren een financiële bijdrage aan hun thuisland.

2.Immigratielanden hebben een grote grijze druk.

3.Doorgangslanden hebben een ongunstige geografische ligging.

a)

Bewering 1 is juist

b)

Bewering 2 is juist

c)

Bewering 3 is juist

34.

Zijn alle globale steden megasteden?

a)

Ja

b)

Nee

35.

Welke stad of steden is geen voorbeeld van een megastad?

a)

Amsterdam

b)

São Paulo

c)

Lagos

d)

Madrid

e)

Tokyo

36.

Een transitieland is een land dat de status van ontwikkelingsland achter zich heeft gelaten. Zo'n land bevind zich meestal in de overgangsfase tussen een (min of meer) centraal geleide economie en een (min of meer) vrijemarkteconomie. Welke onderstaande landen zijn transitielanden?

a)

India

b)

China

c)

USA

d)

Japan

e)

Verenigd Koninkrijk

37.

Vrijhandel is een vrij, onbelemmerd verkeer van goederen en diensten tussen verschillende landen. In de meest brede betekenis is het een vrije wereldhandel. De internationale handel wordt dan niet belemmerd door allerlei vormen van belemmeringen, zodat landen zich kunnen toeleggen op het maken van de producten waarin zij comparatieve kostenvoordelen hebben.

Welk begrip is de tegenhanger van vrijhandel?

a)

Global shift

b)

Specialisatie

c)

Protectie

d)

Concurrentie

38.

Bekijk de afbeelding.

Comparatief voordeel zorgt ervoor dat landen zich specialiseren. Welk positie neemt de industrie van Bangladesh in?

a)

Industrie A

b)

Industrie B

c)

Industrie C

d)

Industrie D

39.

Bekijk de afbeelding.

Comparatief voordeel zorgt ervoor dat landen zich specialiseren. Welk positie neemt de industrie van China in?

a)

Industrie A

b)

Industrie B

c)

Industrie C

d)

Industrie D

40.

Bekijk de afbeelding.

Comparatief voordeel zorgt ervoor dat landen zich specialiseren. Welk positie neemt de industrie van Japan in?

a)

Industrie A

b)

Industrie B

c)

Industrie C

d)

Industrie D

41.

Industrieën zoeken ook naar comparatief voordeel.

Voor welke vorm van industrie is dit model het meest geschikt?

a)

Assemblage industrie van hightech medische apparatuur

b)

Assemblage industrie van mobile telefoons

c)

Research & Development afdeling van een computer micro chips fabrikant

d)

Research & Development afdeling van een sportschoenen fabrikant

42.

  • Vul het ontbrekende begrip in

    Naar aanleiding van de coronacrisis is .........?..... een relevante strategie geworden om de afhankelijkheid in internationale productieketens te verminderen.



(a)  

43.

Gebruik Bosatlas kaart 169C (nieuwe 56e editie)

Welk land ontvangt de meeste Chinese investeringen in de periode 2005-2015?

a)

Angola

b)

dem. rep. Congo

c)

Niger

d)

Nigeria

44.

Gebruik Bosatlas kaart 169C (nieuwe 56e editie)

Welk land ontvangt de meeste buitenlandse investeringen in % van het bbp in de periode 2005-2015?

a)

Angola

b)

dem. rep. Congo

c)

Niger

d)

Nigeria

45.

Gebruik Bosatlas Handelspartners 169D (nieuwe 56e editie)

Welk land heeft de grootste invoer (handelsvolume in miljarden euro's) van producten uit China?

a)

Angola

b)

dem. rep. Congo

c)

Niger

d)

Nigeria

46.

Gebruik Bosatlas Handelspartners 169C (nieuwe 56e editie)

Welk land heeft de grootste uitvoer (handelsvolume in miljarden euro's) van producten naar China?

a)

Angola

b)

dem. rep. Congo

c)

Niger

d)

Nigeria

47.

Klik aan wat van toepassing is bij deze afbeelding.

a)

Overname cultuur elementen vooral beperkt tot materiële zaken

b)

Alleen rijke bovenlaag van een land kan zich westerse cultuurelementen veroorloven.

c)

Westerse wereld staat ook onder invloed van niet-westerse cultuur

d)

De lokalen en regionale culturen vullen de invloed van buitenaf steeds op een andere manier in.