Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader 3 - 1.1 + 1.2

Total questions: 18

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

In welk onderdeel van een plantencel vindt fotosynthese plaats?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Vacuole

2.

Stelling: DNA bepaalt de erfelijke eigenschappen van een organisme.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Deze cellen hebben een celwand.

a)

Dierlijke cellen

b)

Plantaardige cellen

c)

Zowel dierlijke als plantaardige cellen

d)

Dierlijke en plantaardige cellen niet

4.

Welk celonderdeel regelt welke stoffen de cel in en uitgaan?

(a)  

5.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
6.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
7.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
8.

Wat zorgt voor stevigheid van de plantencel? Let op meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Celwand

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celkern

e)

Vacuole

9.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
10.
Wat is het plaatje?
a)
Cel
b)
Weefsel
c)
Orgaan
d)
Orgaanstelsel
11.
Wat is onderdeel A van een dierlijke cel?
a)
Celmembraan
b)
Celkern
c)
Cytoplasma
d)
Celwand
12.
Welke 5 klassen van gewervelde dieren zijn er?
a)
sponzen, stekelhuidigen, wormen, amfibieën en vissen
b)
zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen
c)
zoogdieren, vogels, geleedpotigen, wormen en reptielen
d)
vogels, reptielen, vissen, geleedpotigen, en sponzen
13.

Als de plant water krijgt, vult de (a)   in de cel zich met water, waardoor de cel stevig is.

14.
Wat is een geslacht?
a)
Mannetje of vrouwtje
b)
alle sterk op elkaar lijkende dieren die zich onderling kunnen voortplanten
c)
verzameling diersoorten binnen een familie die sterk op elkaar lijken
d)
groep dieren binnen de familie met dezelfde vaste kenmerken
15.
Padden zijn koudbloedig, ademen voor een groot deel door hun huid, en hun eieren zijn niet beschermd. Bij welke klasse binnen de afdeling van de gewervelden horen de padden?
a)
Bij de vissen
b)
Bij de reptielen
c)
Bij de zoogdieren
d)
Bij de amfibieën
16.
Wat is een andere naam voor het ‘op naam brengen’ van een organisme?
a)
Determineren
b)
Nomenclatuur
c)
Benoemen
d)
Stamboom
17.

Waar kan bij deze tulp glucose worden gemaakt?

a)

In de bladeren

b)

In de bloemen

c)

In de wortels

d)

In de stengel

18.

Een ezel en een paard behoren tot dezelfde soort omdat zij samen nakomelingen kunnen krijgen (een muildier)

a)

Waar

b)

Niet waar