wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wi - trede 2 - les 7 - oefentoets OGR

Total questions: 31

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Welk symbool betekent kleiner dan.

En moet bijvoorbeeld tussen 5 en 8 gezet worden.

Want 5 is kleiner dan 8.

a)

5 = 8

b)

5 > 8

c)

5 < 8

d)

5 ^ 8

2.

Welk symbool betekent groter dan.

En moet bijvoorbeeld tussen 8 en 5 gezet worden.

Want 8 is groter dan 5.

a)

8 = 5

b)

8 > 5

c)

8 < 5

d)

8 ^ 5

3.

Welk symbool betekent dat twee getallen of sommen dezelfde waarde of uitkomst hebben.

En moet bijvoorbeeld tussen 5 + 1 en 3 + 3 gezet worden.

Want het antwoord is bij allebei 6

a)

5 + 1 = 3 + 3

b)

5 + 1 > 3 + 3

c)

5 + 1 < 3 + 3

d)

5 + 1 ^ 3 + 3

4.

Klopt de opdracht?


11 + 10 > 22

a)

Ja, dit klopt

b)

Nee dit klopt niet

5.

Klopt de opdracht?


45 < 54

a)

Ja

b)

Nee

6.

Wat is antwoord op de volgende som?


12 + 3 x 2 =

a)

30

b)

18

c)

72

d)

27

7.

Wat is het antwoord op de volgende som?


2 x 4 : 2 + 8 =

a)

16

b)

12

c)

10

d)

14

8.

Wat is het antwoord op de volgende som?


(6 - 4) x 3 + 8 x 2 =

a)

28

b)

24

c)

22

d)

20

9.

Wat is het antwoord op de volgende som?


6 + 6 - 3 + 1=

a)

9

b)

10

c)

11

d)

12

10.

We rekenen altijd van links naar rechts, maar .......

wat is de goede rekenvolgorde?

a)

Eerst + en -, dan x en :, daarna ( )

b)

Eerst x en :, dan + en -, daarna ( )

c)

Eerst ( ), dan x en :, daarna + en -

d)

Eerst ( ), dan + en -, daarna x en :

11.

Waar moeten de haakjes staan in de volgende som?


20 - 5 x 2= 30

a)

(20 - 5) x 2 = 30

b)

20 - (5 x 2) = 30

c)

Er zijn geen haakjes nodig

12.

Waar moeten de haakjes staan in de volgende som?


3 + 7 x 8 : 6 - 4 = 31

a)

(3 + 7) x 8 : 6 - 4 = 31

b)

3 + (7 x 8) : 6 - 4 = 31

c)

3 + 7 x (8 : 6) - 4 = 31

d)

3 + 7 x 8 : (6 - 4) = 31

13.

Los de som op en kies het goed antwoord. (2 minuten)

(gebruik een kladblaadje het is geen hoofdrekenen, zet de som goed onder elkaar)


327 + 134 =

a)

562

b)

454

c)

461

d)

453

14.

Los de som op en kies het goed antwoord. (2 minuten)

(gebruik een kladblaadje het is geen hoofdrekenen, zet de som goed onder elkaar)


921 - 654 =

a)

267

b)

287

c)

333

d)

367

15.

Los de som op en kies het goed antwoord. (2 minuten)

(gebruik een kladblaadje het is geen hoofdrekenen, zet de som goed onder elkaar)


45 x 34 =

a)

1620

b)

1530

c)

315

d)

1315

16.

Los de som op en kies het goed antwoord. (5 minuten)

(gebruik een kladblaadje het is geen hoofdrekenen, zet de som goed onder elkaar)


135 : 4 =

a)

34

b)

33 rest 3

c)

32 rest 7

d)

35

17.

Bereken deze som

a)

26

b)

80

c)

62

18.
a)

95

b)

15

c)

70

19.

Bereken deze som

a)

20

b)

28

c)

22

20.

Rond af op honderdtallen:

281

a)

200

b)

300

c)

280

21.

Rond af op honderdtallen :

946

a)

800

b)

900

c)

940

d)

1000

22.

Rond af op honderdtallen:

889

a)

800

b)

1000

c)

890

d)

900

23.

Rond af op tientallen:

76

a)

75

b)

70

c)

80

24.

Rond af op honderdtallen:

333

a)

300

b)

400

c)

200

d)

330

25.

Rond af op duizendtallen

7395

a)

8000

b)

7300

c)

7400

d)

7000

26.

Rond af op duizendtallen

6250

a)

6000

b)

6200

c)

7000

d)

5000

27.

Rond af op duizendtallen

5698

a)

5700

b)

5000

c)

6000

d)

5600

28.

6.518.000 heeft

a)

8 duizendtallen

b)

1 duizendtal

c)

5 duizendtallen

29.

Rond af op hele miljoenen:

5.621.321

a)

5.000.000

b)

6.000.000

30.

Rond af op duizendtallen:

8.650

a)

8.000

b)

9.000

31.

Rond af op tienduizendtallen:

54.560

a)

54.000

b)

55.000